10.1 Kaders voor inhaalschema's
Inhaalschema's worden opgesteld voor kinderen die later dan normaal met de vaccinaties in het kader van het RVP (Rijksvaccinatieprogramma) beginnen, die een groter interval hebben dan het streefinterval tussen de vaccinaties, of die in het buitenland een ander schema hebben gevolgd. Het gaat om kinderen die vanuit het buitenland in Nederland zijn gaan wonen (vestigers- of asielzoekerskinderen) en kinderen die in eerste instantie niet deelnamen aan het RVP en dat op latere leeftijd wel doen.
Voor het maken van een individueel inhaalschema is de volgende algemeen geldende regel van toepassing: kinderen mogen tot hun 18e verjaardag (opnieuw) starten met de RVP-vaccinaties met inachtneming van de kaders in deze RVP-richtlijn. Dit geldt ook voor asielzoekerskinderen. Specifieke informatie over het vaccineren van asielzoekerskinderen staat in het addendum Asielzoekerskinderen.
Uitgangspunt bij het opstellen van inhaalschema's, is dat de actuele vaccinatietoestand bepalend is voor de vervolgvaccinaties:
| leeftijd | vaccin | definitie | vaccinatietoestand |
|---|---|---|---|
| 3 maanden | DKTP-Hib-HepB1 | primaire serie | geen |
| 5 maanden | DKTP-Hib-HepB2 | primaire serie | |
| 12 maanden | DKTP-Hib-HepB3 | 1e revaccinatie | basisimmuun |
| 5 jaar | DKT (Difterie Kinkhoest en Tetanus ) | booster | gerevaccineerd |
| 14 jaar | DTP (Difterie, Tetanus en Poliomyelitis) | booster | volledig afgesloten |
Algemene praktische regels bij inhaalschema's
- Voldoen aan het streefinterval is belangrijker dan voldoen aan de streefleeftijd van de vaccinaties.
- Voor vestigers en asielzoekers die vanaf 2025 in Nederland zijn, gelden voor de beoordeling van eerder gegeven vaccinaties en voor het geven van vaccinaties de regels van het nieuwe RVP (Rijksvaccinatieprogramma) schema Geef geen losse componenten als er een combinatievaccin beschikbaar is.
- Hanteer gebruikelijke intervallen. Indien het streefinterval is overschreden, dient de volgende vaccinatie zo spoedig mogelijk gegeven te worden. Zie hoofdstuk 7 Tijdstip van vaccinaties en de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.
- Geef uitsluitend volledige doses.
- Indien DKTP (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis )(-HepB) geïndiceerd is bij een kind ouder dan 2 jaar, wordt Vaxelis toegediend, dus inclusief Hib.
- Geef geen DTP (Difterie, Tetanus en Poliomyelitis)-vaccin of DKT (Difterie Kinkhoest en Tetanus )-boostervaccin als een DKTP-(Hib)-(HepB)-vaccin geschikt voor opbouw basisimmuniteit geïndiceerd is.
- Een vaccinatieserie die in het buitenland gestart is met DTaP of DTwcP (P = pertussis/kinkhoest) + oraal poliovaccin kan op gebruikelijke wijze afgemaakt worden met D(K)TP-(Hib)-(HepB).
- Vaccins die door ouders worden meegebracht vallen buiten het RVP en het inspuiten ervan is ongewenst.
- Een gestarte serie mag vrijwel altijd worden afgemaakt. Ook na de leeftijdsgrens, mits redelijke termijnen gehanteerd worden, passend bij de intervallen van de serie. Vóór de 19e verjaardag dient dit afgerond te zijn.
NB. Dit geldt niet voor het rotavirusvaccin: Rotarix mag niet worden toegediend op de leeftijd van 24 weken of ouder.
Relevante leeftijden om voor bepaalde vaccinaties in aanmerking te komen:
- RSV (Respiratoir Syncytieel Virus )-immunisatie eenmalig in of voorafgaand aan het RSV-seizoen, tot de eerste verjaardag;
- rotavirusvaccinatie: tot de leeftijd van 24 weken;
- pneu- en Hib-vaccinatie: tot de 2e verjaardag;
- de andere RVP-vaccinaties: de vaccinatie kan op eigen initiatief tot de 18e verjaardag worden ingehaald als de vaccinatie bij de oproep gemist is.
Er kunnen 3 of 4 parenterale vaccinaties gelijktijdig gegeven worden. Dit kan alleen als het in het belang van het kind is, naar oordeel van de jeugdarts en dit gebeurt in overleg met de ouders en, bij een ouder kind, het kind zelf (zie ook paragraaf 8.3 over simultaan vaccineren).
Bij het inhaalschema heeft een langer interval tussen de vaccinaties de voorkeur boven een kort interval, zoals dat bij de reguliere schema's voor zuigelingen ook het geval is. Ook op de leeftijd van 1 jaar of ouder geldt dat langere intervallen betere titers opleveren. Daarnaast houd je dan zoveel mogelijk de 'normale' combinaties van vaccinaties die tegelijk worden toegediend: DKTP-Hib-HepB met Pneu, en BMR (Bof, Mazelen en rodehond ) met MenACWY. Zie onderstaand schema (sinds 2020 met langere intervallen).
Voor starten met vaccineren vóór de eerste verjaardag, zie hoofdstuk 7 Tijdstip van vaccinaties.
Vanaf de leeftijd van 1 jaar geldt het volgende inhaalschema:
| - | DKTP (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis )-Hib-HepB | Pneu | BMR (Bof, Mazelen en rodehond ) | MenACWY |
|---|---|---|---|---|
| T = 0 | DKTP-Hib-HepB-1 | Pneu-1 | ||
| T = 1 | BMR-1 | MenACWY | ||
| ↑ interval 2 mnd (min: 1 mnd) ↓ | ↑ interval 2 mnd (min: 8 wkn) ↓ | als kind al > 3,5 jr: BMR-2 minimaal 4 weken nar BMR-1 | ||
| T = 2 | DKTP-Hib-HepB-2 | Pneu-2 | ||
| ↑ interval 7 mnd (min: 6 mnd) ↓ | tot de leeftijd van 2 jaar | |||
| T = 9 | DKTP-Hib-HepB-3 |
Kinderen worden, tot hun 18e verjaardag, actief benaderd door de RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)-regiokantoren voor inhaalvaccinaties door middel van herinneringsuitnodigingen.
Bij de uitnodiging voor de MenACWY in het jaar dat een tiener 14 wordt, wordt een extra herinnering meegestuurd voor RVP (Rijksvaccinatieprogramma)-vaccinaties die volgens de registratie van het RIVM gemist zijn. Vestigers ontvangen een uitnodigingsbrief en een RVP-vaccinatiebewijs.
In de Beslisboom inhaalschema's Rijksvaccinatieprogramma en daarna in de Samenvatting regels inhaalschema RVP in paragraaf 10.13 staat op 2 verschillende manieren weergegeven wat de basisprincipes zijn voor het maken van individuele inhaalschema's. Uitgebreide informatie over inhaalschema's staat in de volgende paragrafen.
Informatie over de huidige vaccinatieschema's in het buitenland:
Het vaccinatieschema van oudere kinderen kan afwijken van de actuele schema's die op deze websites staan. De anamnese is de belangrijkste bron voor de individuele vaccinatiestatus.
10.2 Afwijken van het RVP-schema, inhaalschema's en beslisboom
Als er later dan normaal gestart wordt met vaccineren in het kader van het RVP (Rijksvaccinatieprogramma), is in de Beslisboom inhaalschema's Rijksvaccinatieprogramma te zien welke vaccinaties een kind nodig heeft. Later starten met vaccineren kan betekenen dat er minder vaccinaties nodig zijn. In de beslisboom zijn 4 basisschema's opgenomen, ieder passend bij een bepaalde leeftijd waarop begonnen wordt met vaccineren. Welk basisschema van toepassing is, hangt af van de huidige leeftijd van het kind en van de leeftijd waarop eventueel al vaccinaties zijn toegediend. Als er al vaccinaties zijn toegediend, moeten deze vergeleken worden met het basisschema. Indien van toepassing kunnen vaccinaties uit het basisschema worden weggelaten. Bij twijfel over een toediening is het beter om deze niet uit het basisschema weg te laten. Liever een vaccinatie te veel dan te weinig. Een eventuele extra vaccinatie heeft de voorkeur boven een incompleet schema. De beschreven intervallen hebben de voorkeur. Mits onderbouwd mag daar van afgeweken worden, zolang de minimumintervallen maar gehanteerd blijven (zie hoofdstuk 7 Tijdstip van vaccinaties). Hierbij is het uitgangspunt dat 1 maand 30 dagen is.
10.3 De basisimmuniteit
Basisimmuniteit wordt bereikt met het toedienen van een afgeronde serie vaccinaties en biedt langdurige bescherming. Soms is de bescherming zeer langdurig tot levenslang. Soms zijn er regelmatig revaccinaties, ook wel boosters genoemd, noodzakelijk om het gewenste niveau van bescherming te handhaven. Hoeveel vaccinaties nodig zijn om basisimmuniteit te bereiken, varieert per vaccin. Ook de leeftijd speelt hierbij een rol.
Voorbeelden:
- Als er in het 2e levensjaar gestart wordt met vaccineren is voor DKTP (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis ) en HepB altijd een primaire serie van 2 vaccinaties voldoende met een revaccinatie minimaal een half jaar later (streefinterval 7 maanden), volgens een T = 0-2-9-maandenschema.
- Als er in het 2e levensjaar gestart wordt met vaccineren is voor Hib slechts één vaccinatie voldoende voor een langdurige bescherming.
- DKTP-vaccinatie heeft boosters nodig na de opbouw van de basisimmuniteit, anders neemt de bescherming weer af.
- De basisimmuniteit van HepB en Hib biedt een langdurige bescherming zonder boosters.
2+1-schema anders dan RVP (Rijksvaccinatieprogramma) in het buitenland gevolgd
Soms heeft een kind van 4 jaar of ouder in het buitenland een 2+1-schema voltooid, wat in het land van herkomst wel als basisimmuun geldt, maar volgens het RVP niet. Als ook al één of meer revaccinaties zijn toegediend, kan de jeugdarts besluiten de scholier of tiener toch als basisimmuun te beschouwen. Hierbij geeft de jeugdarts na voltooide (buitenlandse) basisserie expliciet aan PPG door dat het kind basisimmuun is voor DKTP(-Hib)(-HepB), middels duidelijke vermelding op het Vaccinatiestatus en -opdrachtformulier nieuwkomers of als reactie op een terugkoppeling van PPG over een onjuiste toediening. Na overleg met de medisch adviseur RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) wordt dit in het dossier in Praeventis aangepast. Dit gaat om uitzonderingen. Kinderen die zich vestigen vóór de toediening van de DKT (Difterie Kinkhoest en Tetanus )- of DTP (Difterie, Tetanus en Poliomyelitis)-revaccinatie krijgen DKTP-Hib-HepB om de basisimmuniteit te voltooien conform het RVP.
Voor jongere kinderen met een dergelijk schema dat nog niet voltooid is, geldt het RVP: kinderen jonger dan 6 maanden die zich vestigen tijdens het opbouwen van de basisimmuniteit, ronden het schema af volgens het 2-3-5-12-maandenschema. Kinderen van 6 maanden of ouder ronden het schema af volgens het T = 0-2-9-maandenschema.
10.4 Inhalen van vaccinaties bij niet- of onvolledig rota-gevaccineerde kinderen
Als een baby in het buitenland is begonnen met de vaccinatieserie, kan deze binnen het RVP (Rijksvaccinatieprogramma) afgerond worden, mits voldaan wordt aan de indicatiecriteria die binnen het RVP gelden. Zie paragraaf 2 Indicatie.
Binnen het RVP wordt voor de rotavirusvaccinatie Rotarix gebruikt. Dit vaccin wordt uiterlijk toegediend op de leeftijd van 23 weken en 6 dagen. In een aantal andere landen wordt een ander vaccin gebruikt: RotaTeq, ook sinds 2006 geregistreerd. RotaTeq is eveneens een oraal vaccin. Het vaccin wordt in een 3-dosesschema toegediend, met twee intervallen van een maand (minimaal 4 weken). De minimumleeftijd van toediening is ook 6 weken, de uiterste leeftijd waarop de derde RotaTeq mag worden toegediend is 32 weken en 6 dagen.
De vaccins Rotarix en RotaTeq zijn in principe niet uitwisselbaar. Het heeft de voorkeur om de serie af te maken met hetzelfde vaccin als waarmee gestart is. Binnen het RVP wordt echter alleen Rotarix gebruikt. Als bij de eerste of de eerste twee vaccinaties RotaTeq of een onbekend vaccin is toegediend, mag de serie afgemaakt worden met Rotarix. In dat geval moet in totaal een 3-dosesschema gehanteerd worden, met intervallen van 1 maand, waarbij de laatste dosis uiterlijk op de leeftijd van 23 weken en 6 dagen mag worden toegediend. Er is geen reden om aan te nemen dat dit tot meer bijwerkingen leidt (ACIP).
Als een kind ouder is dan de uiterste leeftijd waarop gevaccineerd mag worden met Rotarix, dus 24 weken of ouder, dan wordt de serie niet meer afgerond.
Planning: Als een kind in het buitenland 2 rotavirusvaccins toegediend heeft gekregen, staat in Praeventis in drie situaties géén 3e Rotarix gepland, omdat de kans groot is dat het kind al 2 keer Rotarix heeft gehad. Zie de tabel hieronder. De JGZ (Jeugdgezondheidszorg) kan in veel gevallen het merk van het vaccin achterhalen door na te gaan welk vaccin in het land van herkomst gebruikt wordt (WHO Immunization Data portal), middels het buitenlands vaccinatiebewijs of via de anamnese. In die situatie is het aan de jeugdarts om te besluiten of een 3e Rotarix nodig is. Zo wordt voorkomen dat een 3e rotavirusvaccin met Rotarix onnodig wordt toegediend. Als duidelijk is dat de twee toedieningen 2 keer Rotarix betrof, is het belangrijk dat de JGZ dit in het dossier aanpast en doorgeeft aan het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). In Praeventis zal hiermee de vaccinatiestoestand 'volledig afgesloten' bereikt worden.
| Rota1 | Rota2 | planning in Praeventis | actie JGZ |
|---|---|---|---|
| onbekend | Rotarix | geen | jeugdarts bepaalt of 3e Rotarix nodig is |
| Rotarix | onbekend | geen | jeugdarts bepaalt of 3e Rotarix nodig is |
| onbekend | onbekend | geen | jeugdarts bepaalt of 3e Rotarix nodig is |
| onbekend | RotaTeq | Rotarix | in principe een 3e Rotarix toedienen* |
| Rotarix | Rotarix | geen, want de serie is klaar | geen |
| Rotarix | RotaTeq | Rotarix | in principe een 3e Rotarix toedienen* |
| RotaTeq | RotaTeq | Rotarix | in principe een 3e Rotarix toedienen* |
*Rekening houdend met eventuele contra-indicaties en leeftijdsgrens
10.5 Beschikbare vaccins voor toediening DKTP-Hib-HepB of onderdelen daarvan
Voor de inhaalschema's van DKTP (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis )-Hib-HepB kan het zijn dat een kind slechts een deel van het hexavalente vaccin nodig heeft vanwege vaccinaties die in het buitenland zijn gegeven of vanwege de leeftijd.
De volgende vaccins zijn binnen het Rijksvaccinatieprogramma beschikbaar:
- Vaxelis (DKTP-Hib-HepB)
- geschikt voor de opbouw van basisimmuniteit van alle componenten. Vaxelis is een combinatievaccin in één spuit. De HepB- en/of Hib-component kan niet worden weggelaten;
- moet gebruikt worden voor het opbouwen van basisimmuniteit DKTP, ook als er geen Hib en/of geen HepB meer nodig is;
- mag gebruikt worden als zowel een DKT (Difterie Kinkhoest en Tetanus )-/DKTP-/DTP-boostervaccinatie en een HepB-vaccinatie nodig is (in plaats van los boostervaccin en los HepB vaccin), mits ouder of kind daar de voorkeur aan geeft.\
- Boostrix (DKT)
Met ingang van 01-01-2026 zal Boostrix (DKT) gebruikt gaan worden voor de DKT-boostervaccinatie, voor zowel zwangeren als kinderen.- geschikt als DKT-boostervaccinatie bij kinderen die al basisimmuun zijn;
- niet geschikt voor het opbouwen van basisimmuniteit. Daarvoor dient Vaxelis te worden gebruikt.
- Revaxis (DTP)
- vanaf 2025 tot en met 2029 alleen beschikbaar voor inhalers, vestigers en asielzoekers;
- wordt gebruikt voor kinderen die al gerevaccineerd zijn voor DKT(P);
- alleen geregistreerd als boostervaccinatie, dus als de basisimmuniteit al is opgebouwd.
- losse HepB-vaccins
- Engerix-B Junior is geschikt voor kinderen t/m 15 jaar die geen DKTP meer nodig hebben;
- Engerix-B is geschikt voor kinderen vanaf 16 jaar die geen DKTP meer nodig hebben.
10.6 Inhalen van DKTP-vaccinaties bij niet- of onvolledig DKTP-Hib-HepB-gevaccineerde kinderen
Uitgangspunten voor het inhalen van een D(K)TP-(Hib)-(HepB)-vaccinatie
- Kinderen die in het buitenland gestart zijn met DKTP (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis )(-Hib) krijgen DKTP-Hib-HepB aangeboden. Het hepatitis B-vaccinatieschema wordt zo nodig afgemaakt met los HepB-vaccin.
- Kinderen die gestart zijn met de DTP (Difterie, Tetanus en Poliomyelitis)-booster zijn nog niet basisimmuun en moeten de basisimmuniteit opbouwen met DKTP-Hib-HepB.
- Los oraal poliovaccin (OPV) of los geïnactiveerd poliovaccin (IPV) gelden samen met een DKT (Difterie Kinkhoest en Tetanus ), geschikt voor opbouw basisimmuniteit, als een DKTP.
- Kinderen die de basisimmuniteit tegen polio voltooid hebben en voor de D(K)T voldoende gerevaccineerd zijn, hebben geen revaccinatie voor polio nodig. Zie paragraaf 7.5 onder Bijzondere situaties voor de 3-dosesschema's met los poliovaccin die tot basisimmuniteit leiden en hoe dat met PPG gecommuniceerd moet worden voor een goede registratie, als het afwijkend is van het RVP (Rijksvaccinatieprogramma). Zie ook de LCI-richtlijn Polio.
- Kinderen, vanaf geboortecohort 2012 en minimaal 1 jaar oud, die als zuigeling een DKTP(-Hib)-(HepB)-serie voltooid hebben in een 3-5-11(12)-maandenschema, kunnen (ook zonder een MATK) door de JGZ (Jeugdgezondheidszorg) met de indicatie voor het DKTP-schema 3-5-11(12) maanden als basisimmuun geregistreerd worden. Zie paragraaf 7.4 onder Bijzondere situaties.
- Kinderen die de basisimmuniteit hebben voltooid, maar de boostervaccinatie(s) volgens het reguliere schema hebben gemist, komen alsnog in aanmerking voor de boostervaccinatie(s).
- Kinderen die de basisimmuniteit voltooien, doen dat met DKTP-Hib-HepB. Boostrix (DKT) en Revaxis (DTP) zijn niet geschikt voor de opbouw van de basisimmuniteit.
Afhankelijk van de leeftijd van het kind en de vaccinaties die het al heeft gehad, zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de Beslisboom inhaalschema's Rijksvaccinatieprogramma. Zie ook paragraaf 10.5 voor een overzicht van beschikbare vaccins en hun toepassing.
Uitgangspunten en regels voor de DKT-boostervaccinatie
- De DKT-booster wordt minimaal 4 jaar na de laatste DKTP-Hib-HepB-vaccinatie van de basisimmuniteit gepland.
- De minimale leeftijd voor de DKT-booster is 5 jaar.
- Als een kind in het buitenland al een DTP-booster heeft gehad maar nog geen booster met een kinkhoest-component, dient het deze alsnog zo snel mogelijk te krijgen. In dit geval hoeft er geen interval van 4 jaar tussen de DTP-booster en DKT-booster gehanteerd te worden omdat we de bescherming tegen kinkhoest prioriteren. De minimumleeftijd voor de DKT-booster blijft wel gelden, evenals de maximumleeftijd (de 18e verjaardag). Na het inhalen van de DKT-booster heeft het kind ook recht op de DTP-booster 5 jaar later, mits het kind dan nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
- In het geval dat een kind later dan volgens het reguliere schema de basisimmuniteit voltooit, zal de DKT-booster, door het minimuminterval van 4 jaar, ook later gepland gaan worden. De indicatie voor de DKT-booster vervalt echter niet omdat een zo optimaal mogelijke bescherming van kinkhoest wordt nagestreefd.
- Een kind heeft tot de 18e verjaardag recht op een DKT-boostervaccinatie na opbouw van de basisimmuniteit, ongeacht de leeftijd waarop deze is bereikt. Dit geldt ook voor kinderen die vóór 2025 tussen hun 2e en 6e verjaardag de basisimmuniteit hebben bereikt. In de oude regels kwam de DKTP-booster dan te vervallen. Doordat deze kinderen in Praeventis de vaccinatietoestand 'basisimmuun' hebben staan, komen zij vanaf 2025 wel in aanmerking voor een DKT-booster.
- Kinderen die vóór 2025 ná hun 6e verjaardag basisimmuun werden en waarvan de registratie hiervan in Praeventis voor 2025 heeft plaatsgevonden, hebben volgens de oude regels de vaccinatietoestand 'volledig afgesloten' gekregen. Voor hen volgt er geen DKT- of DTP-booster meer.
- Kinderen die vóór 2025 ná hun 6e verjaardag basisimmuun werden en waarvan de registratie hiervan in Praeventis in 2025 heeft plaatsgevonden, komen volgens het nieuwe vaccinatieschema in aanmerking voor een DKT-booster, minimaal 4 jaar na de laatste DKTP-Hib-HepB. Praeventis ondersteunt dit helaas nog niet goed en registreert bij deze kinderen onterecht de vaccinatietoestand 'volledig afgesloten'. Dit moet genegeerd worden.
Wat te doen als de DKT-booster te vroeg is gegeven
Wanneer de DKT-booster minder dan 4 jaar na de laatste DKTP-Hib-HepB wordt gegeven, moet deze herhaald worden. Dit dient 4 jaar na de te vroeg gegeven DKT-booster te gebeuren. Hiermee worden goede antistofconcentraties opgebouwd die lang aanhouden. Indien de extra DKT-booster weer te vroeg wordt gegeven, volgt er wel een terugkoppeling maar wordt niet nogmaals een extra DKT-vaccinatie geadviseerd. Na de extra DKT-booster blijft de indicatie bestaan voor de DTP-booster. Voor deze booster geldt een minimuminterval van 5 jaar na de DKT-booster. Een kind kan tot de 18e verjaardag nog de DTP-booster aangeboden krijgen.
Zie de Beslisboom inhaalschema's Rijksvaccinatieprogramma in paragraaf 10.12.
Uitgangspunten en regels voor de DTP-boostervaccinatie
- De streefleeftijd voor de DTP-booster is 14 jaar.
- De DTP-booster wordt minimaal 5 jaar na de DKT(P)-booster gepland.
- Inhalen van de boostervaccinatie kan tot de 18e verjaardag van het kind.
- Er moet altijd eerst een DKT(P)-booster gegeven zijn voordat kan worden overgegaan op een DTP-booster.
- Als een kind basisimmuun is voor polio, is revaccinatie ter bescherming tegen alleen polio niet nodig als er al voldoende gerevaccineerd is met D(K)T.
- In het vernieuwde RVP-schema hebben kinderen tot hun 18e verjaardag recht op een DTP-boostervaccinatie als zij de vaccinatietoestand 'gerevaccineerd' minimaal 5 jaar geleden hebben bereikt. De streefleeftijd van deze DTP-booster is de 14e verjaardag; deze schuift op als het interval van 5 jaar met de DKT(P)-booster nog niet is bereikt.
- Kinderen die vóór 2025 ná hun 6e verjaardag basisimmuun werden en waarvan de registratie hiervan in Praeventis voor 2025 heeft plaatsgevonden, hebben volgens de oude regels de vaccinatietoestand 'volledig afgesloten' gekregen. Voor hen volgt er geen DKT(P) of DTP-booster meer.
- Kinderen die vóór 2025 ná hun 6e verjaardag basisimmuun werden en waarvan de registratie hiervan in Praeventis in 2025 heeft plaatsgevonden, komen volgens het nieuwe vaccinatieschema in aanmerking voor een DKT, minimaal 4 jaar na de laatste DKTP-Hib-HepB. Eventueel kan minimaal 5 jaar later nog een DTP gegeven worden, als het kind dan nog geen 18 jaar is. Praeventis ondersteunt dit helaas nog niet goed en registreert bij deze kinderen onterecht de vaccinatietoestand 'volledig afgesloten'. Dit moet genegeerd worden.
Bijzondere situaties
Aangezien er vanaf 2025 tot 2030 geen DTP-booster vanuit het RVP gegeven wordt, wordt dit vaccin in die tijd niet grootschalig ingekocht. Voor kinderen uit oudere cohorten, vestigers en asielzoekers die de DTP-booster nog moeten inhalen, blijft wel een kleine hoeveelheid DTP-booster beschikbaar.
10.7 Inhalen van vaccinaties bij niet- of onvolledig Hib-gevaccineerde kinderen
Voor het inhalen van een Hib-vaccinatie gelden de volgende uitgangspunten, ongeacht of het Hib-vaccin los of als component in een combinatievaccin is toegediend.
- Hib-vaccinatie wordt tot de 2e verjaardag aangeboden omdat vanaf de leeftijd van 2 jaar invasieve Hib-ziekten vrijwel niet meer voorkomen.
- Bij de start voor de eerste verjaardag wordt afhankelijk van het schema, standaard of aangepast, een T = 0-2-9 of T = 0-1-3-10-maandenschema gehanteerd. Als de Hib-vaccinatie op de 1e verjaardag of later is toegediend, dan is dit meteen de laatste Hib-vaccinatie. De basisimmunisatie voor Hib is dan afgerond.
- Als een kind na het afronden van basisimmunisatie voor Hib toch nog één of meer DKTP (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis )-HepB-vaccinatie(s) moet hebben, wordt met Vaxelis de Hib-component erbij gegeven. Dit kan geen kwaad.
- Als een kind nog één Hib nodig heeft en geen DKTP en/of HepB, worden er met Vaxelis DKTP- en HepB-componenten bij gegeven. Dat kan geen kwaad. Er is binnen het RVP (Rijksvaccinatieprogramma) geen los Hib-vaccin beschikbaar. Let op: de DKT (Difterie Kinkhoest en Tetanus )-booster wordt vervolgens ingepland met een interval van 4 jaar met deze DKTP-Hib-HepB die alleen voor de Hib is gegeven.
Afhankelijk van de leeftijd van het kind en de vaccinaties die het heeft gehad, zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de Beslisboom inhaalschema's Rijksvaccinatieprogramma.
10.8 Inhalen van vaccinaties bij niet- of onvolledig HepB-gevaccineerde kinderen
De volgende kinderen komen in aanmerking voor een inhaalvaccinatie:
- alle kinderen geboren vanaf 1 augustus 2011, ongeacht hun geboorteland, die nog niet basisimmuun zijn voor HepB;
- alle asielzoekerskinderen tot de 18e verjaardag, ongeacht hun geboortedatum.
Deze kinderen, geboren vóór 01-08-2011, komen in aanmerking voor hepatitis B-vaccinatie:
- alle kinderen die ook de basisimmuniteit voor DKTP (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis ) nog niet voltooid hebben. Zij ontvangen een combinatievaccin DKTP-Hib-HepB, ongeacht hun geboortejaar. Zo nodig wordt de HepB-vaccinatieserie met los vaccin voltooid;
- vestigers die de basisimmuniteit voor DKTP al wel bereikt hebben en al begonnen zijn met vaccinaties tegen hepatitis B, maar deze serie nog niet afgemaakt hebben. Het HepB-vaccinatieschema wordt afgemaakt in een T = 0-1-6-schema;
- alle kinderen die begonnen zijn met een HepB-vaccinatieserie op indicatie en deze vaccinatieserie nog niet hebben afgerond;
- kinderen die een indicatie hebben voor een HepB-vaccinatieserie:
- kinderen met syndroom van Down;
- kinderen van HBsAg-positieve moeders;
- kinderen die zelf of waarvan de ouder(s) geboren zijn in een land waar hepatitis B endemisch is.
Bijzondere situaties
- Kinderen van HBsAg-positieve moeders dienen hun vaccinaties tijdig te ontvangen; het gaat immers om postexpositieprofylaxe.
- De HepB-serie is in het buitenland voltooid met een 3-dosesschema, een T = 0-1-6-maandenschema, een T = 0-2-6-maandenschema of een T = 0-1-5-maandenschema. Dit schema mag direct na de geboorte gestart worden. Een kind is hiermee voldoende gevaccineerd, mits het een schema betreft met voldoende grote intervallen (respectievelijk minimaal 1 en 4 maanden). Een T = 0-2-4-6-maandenschema is ook voldoende. Dit is een T = 0-2-6-maandenschema met een extra toegediende vaccinatie die niet meegeteld wordt.
- Het maakt niet uit of er los hepatitis B-vaccin gebruikt is of een combinatievaccin (WHO, ECDC (European Centre for Disease Prevention and Control )).
Afhankelijk van de leeftijd van het kind en de vaccinaties die het al heeft gekregen, zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de Beslisboom inhaalschema's Rijksvaccinatieprogramma.
10.9 Inhalen van vaccinaties bij niet- of onvolledig pneu-gevaccineerde kinderen
Voor het inhalen van een vaccinatie tegen pneumokokken met geconjugeerd vaccin gelden de volgende uitgangspunten (Spijkerman 2013, Gezondheidsraad 2013):
- De pneumokokkenvaccinatie wordt tot de 2e verjaardag aangeboden, omdat na die leeftijd (tot 65 jaar) invasieve pneumokokkeninfecties vrijwel niet meer voorkomen (zie LCI-factsheet Pneumokokkenvaccinatie).
- Bij een zuigeling (tot de 1e verjaardag) moet gestart worden met een 2+1-schema.
- Bij kinderen tussen de 1e en 2e verjaardag, die vóór de 1e verjaardag één vaccinatie hebben gehad, worden doses 2 en 3 gegeven met een interval van 2 maanden.
- Bij kinderen die starten met pneumokokkenvaccinaties na de 1e verjaardag worden 2 doses gegeven met een interval van 2 maanden.
Kinderen kunnen op medische indicatie, vanwege een specifieke aandoening of behandeling, in aanmerking komen voor aanvullende pneumokokkenvaccinatie, boven op de vaccinaties vanuit het RVP (Rijksvaccinatieprogramma). Zie voor het juiste vaccinatieschema de LCI-richtlijn Pneumokokkenziekte en de LCI-factsheet Pneumokokkenvaccinatie. Als een extra PCV15 geïndiceerd is, kan deze op indicatie van de kinderarts door de JGZ (Jeugdgezondheidszorg) worden toegediend. De medisch adviseur dient wel geïnformeerd te worden over deze medische indicatie, anders volgt er een terugkoppeling wegens onjuiste toediening.
Afhankelijk van de leeftijd van het kind en al ontvangen vaccinaties zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de beslisboom in de Beslisboom inhaalschema's Rijksvaccinatieprogramma en de (minimum) intervallen in tabel 10b.
| startleeftijd 3 maanden tot 1e verjaardag (RVP-schema) | startleeftijd 1e tot 2e verjaardag | vanaf de 2e verjaardag |
|---|---|---|
| 2 x Pneu met een interval van 2 maanden (minimuminterval is 6 weken) en 7 maanden daarna 1 x Pneu | 2 x Pneu met een interval van 2 maanden (minimuminterval is 8 weken) | reguliere RVP: geen indicatie voor Pneu |
10.10 Inhalen van vaccinaties bij niet- of onvolledig BMR-gevaccineerde kinderen
Voor het inhalen van een BRM-vaccinatie gelden de volgende uitgangspunten:
- De volledige BMR (Bof, Mazelen en rodehond )-vaccinatie bestaat binnen het RVP (Rijksvaccinatieprogramma) uit twee doses. De eerste vaccinatie wordt gegeven na de eerste verjaardag, meestal rond 14 maanden. De tweede BMR-vaccinatie wordt gegeven tussen de 2,5 en 3,5 jaar.
- Een BMR-vaccinatie die op indicatie vóór de 1e verjaardag is gegeven, geldt niet als een BMR-vaccinatie op 14 maanden, omdat de vaccinatie door de aanwezigheid van maternale antistoffen en onrijpheid van het afweersysteem mogelijk nog niet volledig gewerkt heeft. Deze wordt op de leeftijd van 14 maanden alsnog gegeven.
- Een BMR-vaccinatie die is gegeven op de leeftijd van 12 of 13 maanden geldt als een BMR-vaccinatie op de leeftijd van 14 maanden.
- Het minimuminterval tussen twee BMR-vaccinaties is 4 weken.
- Als in het buitenland een of twee losse componenten uit de BMR-vaccinatie zijn toegediend, moet de BMR-vaccinatie opnieuw worden toegediend.
- Een kind met een leeftijd tussen 14 maanden en 2,5 jaar krijgt eerst één BMR-vaccinatie. De tweede wordt in principe gegeven tussen 2,5 en 3,5 jaar (rekening houdend met het minimuminterval van 4 weken tussen de BMR1 en BMR2).
- De tweede BMR-vaccinatie biedt een tweede kans voor opbouw van antistoffen en mag op indicatie, zoals een uitzetting of emigratie, eerder worden toegediend dan op 2,5-jarige leeftijd. Het minimuminterval tussen BMR1 en BMR2 is 4 weken.
- Een kind van 3,5 jaar of ouder krijgt twee BMR-vaccinaties met een minimuminterval van 4 weken.
10.11 Inhalen van de vaccinatie bij niet- of onvolledig MenACWY-gevaccineerde kinderen
Voor het inhalen van de peutervaccinatie tegen meningokokken ACWY gelden de volgende uitgangspunten. Zie ook tabel 10c hieronder.
- Er zijn meerdere soorten meningokokkenvaccins, namelijk geconjugeerde vaccins en polysacharide vaccins. Voor meningokokken-ACWY worden in het RVP (Rijksvaccinatieprogramma) geconjugeerde vaccins gebruikt: MenQuadfi voor peuters en Nimenrix voor tieners. Voor inhaalschema's bij kinderen tussen 14 maanden en 18 jaar oud kan het vaccin gebruikt worden dat voorhanden is.
- Kinderen geboren t/m 31-12-2018 komen in aanmerking voor de MenACWY-vaccinatie, mits zij geen MenC- of MenACWY-vaccinatie hebben gehad op de leeftijd van 1 jaar of ouder. Dit geldt ook voor kinderen bij wie onduidelijk is wat voor soort vaccin er is gegeven (nog in het kader van de uitbraakmaatregel).
- Kinderen geboren vanaf 01-01-2019 hebben recht op de MenACWY-vaccinatie, indien zij die nog niet hebben gehad. Dus ook als zij wel een MenC-vaccinatie hebben gehad.
De MenACWY-vaccinatie wordt gegeven na de 1e verjaardag, meestal rond 14 maanden, ook als het kind op de zuigelingenleeftijd tot de 1e verjaardag buiten het RVP 1, 2 of 3 doses MenACWY-of MenC-vaccin heeft gekregen. Vaccinatie op of na de 1e verjaardag is noodzakelijk om voldoende immuniteit op te bouwen. Voor het inhalen van de tienervaccinatie op 13- of 14-jarige leeftijd tegen meningokokken ACWY gelden de volgende uitgangspunten:
- Tieners krijgen een uitnodiging in het jaar dat ze 14 jaar worden, tenzij ze op of na hun 11e verjaardag al een MenACWY-vaccinatie gehad hebben en dit is doorgegeven aan het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).
- Na een half jaar vindt een herhaalde oproep plaats, tenzij ze inmiddels al een MenACWY-vaccinatie gehad hebben.
- Na toediening op de leeftijd van 11 jaar of ouder is de werkingsduur van het Nimenrix-vaccin minimaal 10 jaar (zie bijsluiter). Dit was voorheen 5 jaar en is in 2022 aangepast op basis van resultaten van langere termijn follow-up.
- Vestigers tot 18 jaar die de vaccinatie in het jaar dat ze 14 werden zijn misgelopen, omdat ze later in Nederland zijn gekomen, krijgen de vaccinatie alsnog aangeboden en worden automatisch voor de groepsvaccinaties opgeroepen ('meegeveegd').
Afhankelijk van de leeftijd van het kind en al ontvangen vaccinaties zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de Beslisboom inhaalschema's Rijksvaccinatieprogramma.
| leeftijd nu | eerdere Men(A)C(WY)-vaccinaties? | beleid RVP |
|---|---|---|
| < 12 mnd | nee | peuter MenACWY-vaccinatie rond 14 mnd geen indicatie om deze te vervroegen niet geven vóór 1e verjaardag |
| 1 of meer MenC- of MenACWY-vaccinaties vóór de 1e verjaardag | ||
| 12 mnd - 13 jaar | nee | MenACWY-vaccinatie rond 14 mnd geen indicatie om deze te vervroegen indien al > 14 mnd: z.s.m. deze (inhaal)peuterprik inhalen |
| 1 of meer MenC- of MenACWY-vaccinaties vóór de 1e verjaardag | ||
| 1 (of meer) MenC- of MenACWY-vaccinaties na de 1e verjaardag | geboren t/m 31-12-2018: geen (inhaal) peuter MenACWY-vaccinatie geboren in 2019 of later: na een MenC na 1e verjaardag wel recht op een MenACWY vanuit het RVP | |
| tieners die dit jaar 14 jaar worden of al tussen de 14 en 18 jaar oud zijn | op of na de 11e verjaardag wél een MenACWY-vaccinatie gehad | geen tiener MenACWY-vaccinatie vanuit RVP |
| op of na de 11e verjaardag geen MenACWY-vaccinatie gehad | tiener MenACWY-vaccinatie vanuit RVP |
10.12 Inhalen van vaccinaties bij niet- of onvolledig HPV-gevaccineerde kinderen
Voor het inhalen van HPV-vaccinaties gelden de volgende uitgangspunten (Tunis 2016):
- Vestigers die de vaccinatie op de streefleeftijd zijn misgelopen omdat ze later in Nederland zijn gekomen, krijgen de vaccinatieserie alsnog aangeboden en worden automatisch voor de groepsvaccinaties opgeroepen.
- Als er al één vaccinatie met Gardasil of een vaccin waarvan het merk niet bekend is is toegediend, mag de serie indien nodig afgemaakt worden met Cervarix. Dit heeft de voorkeur boven het geven van een nieuwe serie HPV-vaccinaties.
- Er wordt een T = 0-6-maandenschema gehanteerd. Ook bij een langer interval zijn 2 vaccinaties voldoende (Puthanakit 2016). In de bijsluiter staat nog vermeld dat vanaf 15 jaar een T = 0-1-6 geïndiceerd is. Dit wordt door deze landelijke richtlijn overruled. Zie voor meer informatie paragraaf 7.12.
- Als in dit schema het interval tussen de eerste en de tweede vaccinatie kleiner is dan het minimuminterval (150 dagen), moet een derde vaccinatie gegeven worden. Deze derde vaccinatie moet 5 maanden na de tweede vaccinatie gegeven worden, conform de regels voor een T = 0-1-6-maandenschema (Tunis 2016). Overleg bij twijfel met de medisch adviseur van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).
- Het streefinterval is nodig voor een goede opbouw van antistoffen en is het uitgangspunt voor de reguliere planning. Een wat langer interval is ook goed.
- Wanneer eerdere HPV-vaccinatie(s) lang geleden zijn toegediend, hoeft het schema nooit opnieuw gestart te worden.
- Zwangerschap is een contra-indicatie bij Cervarix. Stel vaccineren bij voorkeur uit of onderbreek tijdelijk het vaccinatieschema. Er zijn geen gerichte studies uitgevoerd in deze populatie, maar er zijn bij zwangeren die onbedoeld gevaccineerd zijn tegen HPV niet meer ongunstige zwangerschapsuitkomsten gevonden dan bij vrouwen die niet gevaccineerd zijn tegen HPV tijdens de zwangerschap. Er is onvoldoende informatie om te concluderen of vaccinatie schadelijk is tijdens de zwangerschap (Brotherton & Bloem 2018, Lareb, Canadian Immunization Guide, Macartney 2013, WHO 2017).
- Borstvoeding is géén contra-indicatie voor HPV-vaccinatie (Lareb, Canadian Immunization Guide). Bestanddelen van het vaccin komen niet via de moedermelk bij het kind. Antistoffen, die de moeder na de vaccinatie vormt, kunnen wel bij het kind komen.
Eventuele extra vaccinatie:
- Zie paragraaf Kinderen, jongeren en zwangeren onder behandeling van een specialist voor algemene informatie.
- Immuungecompromitteerde personen en personen met hiv komen wat de HPV-vaccinatie betreft in aanmerking voor een 3-dosesschema (T = 0-1-6-maandenschema) in lijn met het advies van de WHO en de JCVI.
- Bepaalde immuungemedieerde aandoeningen zijn, onafhankelijk van medicijngebruik, een indicatie voor een 3-dosesschema. Het betreft systemische lupus erythematodes (SLE) en inflammatory bowel disease (IBD). Zie voor meer informatie de LCI-handleiding Vaccinatie bij chronisch inflammatoire aandoeningen.
Voor factoren die kunnen meewegen in de beslissing om wel of niet te vaccineren, zie LCI-factsheet HPV-vaccinatie.
10.13 Beslisboom voor inhaalschema's Rijksvaccinatieprogramma
Download hier de Beslisboom voor inhaalschema's Rijksvaccinatieprogramma 2026.
10.14 Samenvatting regels inhaalschema
RSV-immunisatie
Toedienen vlak voor of tijdens het RSV-seizoen aan baby's in hun eerste levensjaar. Zie addendum RSV-immunisatie voor baby's.
Rotavirusvaccinatie
Toedienen vóór de leeftijd van 24 weken.
Regulier: 2 doses op 6-9 weken en 3 maanden.
- minimumleeftijd = 6 weken
- minimuminterval = 4 weken
- Rota1 bij voorkeur niet later toedienen dan op leeftijd van 12 weken
- Rota1 toediening (incidenteel) op leeftijd van 19 weken en 6 dagen t/m 23 weken en 6 dagen: Rota2 vervalt
- Rota1 uiterste leeftijd van 23 weken en 6 dagen
- Rota2 uiterste leeftijd van 23 weken en 6 dagen
DKTP (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis ) en Hepatitis B
- Start in de eerste 6 maanden:
- Standaard vaccinatieschema
- Regulier: 3-5-12 maanden, indien ouder T = 0-2-9-maandenschema, na maternale DKT (Difterie Kinkhoest en Tetanus
)-vaccinatie en bij ontbreken risicofactoren
- minimuminterval primaire serie = 6 weken
- minimuminterval revaccinatie = 6 maanden
- Regulier: 3-5-12 maanden, indien ouder T = 0-2-9-maandenschema, na maternale DKT (Difterie Kinkhoest en Tetanus
)-vaccinatie en bij ontbreken risicofactoren
- Aangepast vaccinatieschema
- Regulier: 2-3-8-12 maanden, indien ouder maar nog geen 6 maanden bij de start T = 0-1-3-10-maandenschema
- minimuminterval primaire serie = 2 weken. Eén interval in primaire serie korter dan 4 weken, dan ander interval minimaal 4 weken
- minimuminterval revaccinatie = 6 maanden
- Regulier: 2-3-8-12 maanden, indien ouder maar nog geen 6 maanden bij de start T = 0-1-3-10-maandenschema
- Standaard vaccinatieschema
- Start vanaf 6 maanden tot 1e verjaardag:
Voor alle zuigelingen geldt het vaccinatieschema: T = 0-2-9-maandenschema, gerekend vanaf de leeftijd in maanden van de eerste DKTP- en hepatitis B-vaccinatie. Dit komt overeen met het standaard vaccinatieschema bij start jonger dan 6 maanden.- minimuminterval primaire serie = 6 weken
- minimuminterval revaccinatie = 6 maanden
- Start vanaf 1e verjaardag:
T = 0-2-9-maandenschema, gerekend vanaf de leeftijd in maanden van de eerste DKTP- en hepatitis B-vaccinatie.- minimuminterval primaire serie = 1 maand
- minimuminterval revaccinatie = 6 maanden
Bijzonderheid DKT: DKT-boostervaccinatie met streefinterval van 4 jaar na de laatste vaccinatie die nodig was voor het bereiken van basisimmuniteit.
Bijzonderheid DTP (Difterie, Tetanus en Poliomyelitis):
- DTP-boostervaccinatie met streefinterval van 5 jaar met de DKT(P) booster, maar niet eerder dan in het jaar waarin het kind 14 wordt;
- als een kind basisimmuun is voor polio is revaccinatie ter bescherming tegen alleen polio niet nodig als er al voldoende gerevaccineerd is voor D(K)T.
Bijzonderheid Hepatitis B:
- In het buitenland toegediend T = 0-1-6-maandenschema (start vanaf de geboortedag) is voldoende, mits het interval tussen de eerste en tweede vaccinatie minimaal 1 maand is en tussen de tweede en derde vaccinatie minimaal 4 maanden is.
- Let op: tijdig vaccineren van kinderen van moeders die hepatitis B-drager zijn is belangrijk.
Hib
- vervalt indien kind 2 jaar is of ouder;
- 3-5-12 maanden of 2-3-5-12 maanden, afhankelijk of de moeder wel of geen maternale DKT-vaccinatie heeft gehad;
- minimuminterval na primaire serie: zie bij DKTP en HepB; revaccinatie = 6 maanden;
- met één Hib na 1e verjaardag is de basisimmuniteit voor Hib bereikt.
Pneumokokken
- vervalt indien kind 2 jaar of ouder is;
- regulier: 3-5-12 maanden;
- start > 3 mnd en < 1e verjaardag: T = 0-2-9-maandenschema;
- start < 1 jaar en 2 vervolgvaccinaties > 1 jaar: T = 0-2-4-maandenschema;
- start > 1 jaar: T = 0-2-maandenschema;
- minimuminterval primaire serie = 6 weken; revaccinatie = 6 maanden;
- minimuminterval bij T = 0-2-maandenschema vanaf 1e verjaardag = 8 weken.
BMR (Bof, Mazelen en rodehond )
- telt niet mee indien gegeven voor 1e verjaardag;
- vaccinaties ná 1e verjaardag met minimuminterval van 4 weken (normaliter op leeftijden ± 14 maanden en tussen de 2,5 en 3,5 jaar).
MenACWY
- Peutervaccinatie (vanaf 01-08-2022 MenQuadfi):
- indicatie: geboren vanaf 1-1-2019 en nog geen geconjugeerd MenACWY-vaccinatie gehad na 1e verjaardag, of geboren vóór 01-01-2019 en nog helemaal geen geconjugeerd MenACWY- of MenC-vaccinatie gehad na de 1e verjaardag;
- telt niet mee indien gegeven voor 1e verjaardag;
- één vaccinatie ná 1e verjaardag.
- Tienervaccinatie (Nimenrix):
- indicatie RVP (Rijksvaccinatieprogramma): geboren in of na 2007, dan 1 vaccinatie in het jaar dat tiener 14 jaar wordt, of later als inhaalvaccinatie. Inhalen kan tot de 18e verjaardag;
- als er op of na de 11e verjaardag al een MenACWY is gegeven, dan hoeft er geen MenACWY-vaccinatie meer vanuit het RVP gegeven te worden.
HPV (Humaan Papillomavirus )
- minimumleeftijd: 9 jaar;
- T = 0-6-maandenschema met minimuminterval van 5 maanden (150 dagen);
- indien interval < 150 dagen: schema afmaken volgens T = 0-1-6-maandenschema (minimuminterval: primaire serie = 21 dagen; revaccinatie = 120 dagen);
- let op eventuele uitzonderingssituaties waarin een 3-doses-schema geïndiceerd is (zie paragraaf 7.12).