Wat is rodehond?

Rodehond is een zeer besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door het rubellavirus. Je wordt er meestal niet erg ziek van. Het virus verspreidt zich via hoesten en niezen. Het virus is vooral gevaarlijk voor zwangere vrouwen omdat het kan leiden tot een miskraam of ernstige aangeboren afwijkingen bij hun ongeboren kind. Kinderen krijgen 2 inentingen tegen rodehond, met 14 maanden en op negenjarige leeftijd.

Verschijnselen van rodehond?

Als je besmet bent met het virus krijg je meestal wat algemene ziekteverschijnselen. Je bent moe, verkouden en kunt lichte koorts krijgen. Pas daarna krijg je last van huiduitslag, meestal achter de oren, in het gezicht en in de nek. Sommige patiënten krijgen ook keelpijn, hoest en branderige ogen. Een tijdelijk tekort aan bloedplaatjes, hersenontsteking of gewrichtsontsteking zijn complicaties die zelden optreden. Ongeboren kinderen lopen het risico op doofheid, blindheid en een stoornis van de geestelijke ontwikkeling als de moeder tijdens de zwangerschap het rodehondvirus oploopt. Door rodehond tijdens de zwangerschap kun je ook een miskraam krijgen.

Hoe loop je rodehond op?

Iemand die besmet is met het rodehondvirus kan al voordat hij ziek wordt een ander besmetten. Het kan 2 tot 3 weken duren voordat je ziek wordt na een besmetting. Dat gebeurt meestal via hoesten en niezen. Ook via handen, speelgoed en deurklinken kan het virus worden overgebracht.

Wie krijgt rodehond?

Onder bevolkingsgroepen die zich niet laten vaccineren, zijn af en toe nog uitbraken. De rodehond-epidemie van 2004/5 was voornamelijk onder niet gevaccineerde, orthodox protestante schoolkinderen. Tijdens deze epidemie (uitbraak) werden 32 zwangere vrouwen besmet met rodehond. Dit leidde tot 2 spontane miskramen en 11 kinderen met aangeboren afwijkingen. In 2013 was er een kleine uitbraak met 54 gevallen van rodehond rond een orthodox protestante school.

Rodehond in Nederland

Rodehond was totdat een landelijke vaccinatie werd aangeboden een veel voorkomende kinderziekte in Nederland. In de jaren ’70 en ’80 waren er nog duizenden ziektemeldingen per jaar. Sinds de invoering van het vaccin gaat het om enkele gevallen per jaar, vooral bij niet-gevaccineerde kinderen. In de atlas Infectieziekten zie je het aantal ziektemeldingen van rodehond in Nederland in de verschillende jaren.

Behandeling van rodehond

Er zijn geen medicijnen tegen rodehond. De ziekte gaat vanzelf weer over. Je lichaam ruimt het virus zelf op. Daarna kun je het nooit meer krijgen. Bij ernstigere klachten is het verstandig een huisarts te raadplegen.

Inenting tegen rodehond

In 1974 werd voor het eerst een inenting voor 11-jarige meisjes ingevoerd. Sinds 1987 krijgen jongens en meisjes 2 inentingen aangeboden, met 14 maanden en op 9-jarige leeftijd. Het rodehond vaccin zit samen met het mazelen en bof vaccin verwerkt in het BMRBof, mazelen, rodehond vaccin. Het vaccin bestaat uit zwak gemaakte rodehond virussen. Van de vaccinatie kan je geen rodehond krijgen. Het zorgt er juist voor dat je na vaccinatie geen rodehond meer kunt krijgen. De eerste vaccinatie werkt bij 95% van de kinderen. Na twee vaccinaties is meer dan 98% van de kinderen beschermd. De eerste BMR-vaccinatie wordt gegeven op het consultatiebureau, de tweede bij de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst of het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJGCentrum voor Jeugd en Gezin ).

Wanneer geen BMR-vaccinatie?

Als kinderen ziek zijn en er staat een inenting gepland, is het raadzaam te overleggen met de arts of vaccineren verstandig is. Voor kinderen met een licht verminderde weerstand kan een inenting geen kwaad. Kinderen met een slecht functionerende afweer door ziekte of medicatie mogen het BMR vaccin niet krijgen. Zij kunnen daar wel ziek van worden omdat hun lichaam het virus van het vaccin minder goed kan opruimen. Deze kinderen zijn altijd onder behandeling van een kinderarts die daar verder over kan informeren.