Door naar volgend hoofdstuk

8.1 Uitwisselbaarheid van vaccins

Vaccinatieseries die in het buitenland zijn begonnen, kunnen binnen het RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma) worden afgemaakt. De meeste vaccins zijn uitwisselbaar en in een serie na elkaar te gebruiken.

In Nederland, en soms ook binnen het RVP, kan het voorkomen dat gelijktijdig verschillende (combinatie)vaccins met dezelfde componenten beschikbaar zijn. Het hangt van de vaccins af of ze qua samenstelling gelijkwaardig zijn en daarom onderling uitwisselbaar.

  • Rotarix en RotaTeq zijn allebei rotavirusvaccins. Binnen het RVP wordt Rotarix gebruikt. De vaccins zijn niet uitwisselbaar. Zie addendum Vaccinatie tegen rotavirus voor zuigelingen geboren vanaf 1 januari 2024.
  • Priorix en M-M-R-Vaxpro zijn allebei BMR Bof, Mazelen en rodehond (Bof, Mazelen en rodehond)-vaccins en uitwisselbaar.
  • Boostrix Polio is voor de gebruikelijke indicatie binnen het RVP geschikt ( DKTP Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis)-boostervaccinatie rond de leeftijd van 4 jaar). Boostrix Polio is echter niet geschikt voor het opbouwen van basisimmuniteit.
  • DTP Difterie, Tetanus en Poliomyelitis (Difterie, Tetanus en Poliomyelitis)-vaccin Revaxis is voor de gebruikelijke indicatie binnen het RVP (revaccinatie rond de leeftijd van 9 jaar). Revaxis is echter niet geschikt voor het opbouwen van basisimmuniteit.
  • DKTP-Hib-HepB: binnen het RVP is alleen Vaxelis beschikbaar.
  • Hepatitis B: binnen het RVP is voor kinderen tot 16 jaar Engerix Junior 10 microgram beschikbaar. Vanaf 16 jaar kan het vaccin Engerix B 20 microgram gebruikt worden als een losse hepatitis-B-vaccinatie nodig is. Dit vaccin is vergelijkbaar met HBVAXPRO Adult, wat voorheen beschikbaar was.
  • Nimenrix en MenQuadfi zijn allebei MenACWY-vaccins. Nimenrix is ook voor zuigelingen jonger dan 1 jaar geregistreerd en MenQuadfi is geregistreerd vanaf de leeftijd van 1 jaar. Binnen het RVP wordt MenACWY-vaccinatie in principe niet voor de 1e verjaardag toegediend en zijn de vaccins vergelijkbaar. Vanwege de vaccinvoorraad is bepaald dat MenQuadfi aan peuters van 14 maanden wordt gegeven en Nimenrix aan de tieners van 14 jaar.

Zie voor meer informatie over de verschillende vaccins Productinformatie vaccins.

8.2 Simultaan vaccineren

Simultaan vaccineren betekent dat verschillende vaccinaties gelijktijdig of op dezelfde dag gegeven kunnen worden. Voor het kind is dit het minst belastend. Bij simultaan vaccineren worden meerdere prikken gegeven. In principe worden hiervoor verschillende ledematen gebruikt, zeker beneden de 2e verjaardag. Als dat niet mogelijk is kunnen twee prikken in één ledemaat gegeven worden, bij voorkeur in verschillende spiergroepen en anders met een minimale afstand van 2,5 cm. Het ene vaccin intramusculair en het ander subcutaan toedienen biedt ook een goede spreiding in één ledemaat.

Alle RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma)-vaccins kunnen in principe tegelijk met een ander RVP-vaccin worden toegediend. Dit geldt ook voor het HPV Humaan Papillomavirus (Humaan Papillomavirus)-vaccin Cervarix, geregistreerd voor gebruik bij kinderen van 9 jaar en ouder.

8.3 Intervallen

Bij de toediening van vaccins die onderdeel zijn van een serie, zoals DKTP Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis)-Hib-HepB, moet het standaardinterval van die serie worden aangehouden (zie hoofdstuk 7 Tijdstip van vaccinaties). In principe geldt in een serie vaccinaties dat later starten en een groot interval een betere immuniteit opleveren dan vroeg starten en een klein interval. Vroeg starten kan wel nodig zijn om vroeg bescherming te bereiken. Minimumintervallen worden in principe alleen gehanteerd als het niet anders kan, bijvoorbeeld als er een lange reis naar het buitenland is gepland. Een te kort interval is aanleiding voor een extra vaccinatie. Langere intervallen leiden niet tot verlies van het immuungeheugen. De serie hoeft niet opnieuw gestart te worden. Wel duurt het langer voordat er bescherming is opgebouwd.

Bij toediening van verschillende vaccins die geen onderdeel zijn van dezelfde serie (bijvoorbeeld de influenzavaccinatie) hoeft er tussen die verschillende vaccins (zowel binnen als buiten het RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma)) geen specifiek interval gehanteerd te worden, behalve als het 2 parenteraal (per injectie) toegediende levend verzwakte vaccins betreft (zie tabel 8):

  • Twee levend verzwakte parenteraal toegediende vaccins dienen ofwel simultaan (of dezelfde dag) ofwel met een interval van minimaal 4 weken te worden gegeven. Dit betreft o.a.  BMR Bof, Mazelen en rodehond (Bof, Mazelen en rodehond)-vaccin, gelekoortsvaccin en waterpokkenvaccin.
  • Als een van beide vaccins gelekoortsvaccin is, verdient het de sterke voorkeur om altijd een interval van minimaal 4 weken te hanteren. Indien het gelekoortsvaccin op dezelfde dag is gegeven als een ander levend verzwakt vaccin, of met een interval korter dan 4 weken, is de levenslange immuniteit tegen gelekoorts niet gegarandeerd en moet de gelekoortsvaccinatie bij een volgende reisindicatie opnieuw worden toegediend.
  • Uitzondering: voor of na een BCG-vaccinatie tegen tuberculose hoeft geen interval in acht te worden genomen. Zie ook addendum Vaccinatie tegen rotavirus voor zuigelingen geboren vanaf 1 januari 2024.

Bij toediening van ‘dode'/geïnactiveerde vaccins hoeft geen interval gehanteerd te worden met andere vaccins, ook niet met levend verzwakte vaccins (Burgmeijer 2011, Skibinski 2011, LCR). Bij een levend verzwakt vaccin dat oraal wordt toegediend, zoals rotavirusvaccinatie, hoeft eveneens geen interval met andere vaccins gehanteerd te worden.

Tabel 8. Simultaan toedienen en intervallen
Als eerste toegediend Als tweede toegediend Noodzakelijk interval
Geïnactiveerd vaccin Geïnactiveerd vaccin Geen
Geïnactiveerd vaccin Levend verzwakt vaccin Geen
Levend verzwakt vaccin Geïnactiveerd vaccin Geen
Levend verzwakt vaccin per injectie Levend verzwakt vaccin per injectie 4 weken*, **

*Eventueel simultaan toedienen. Bij voorkeur NIET simultaan toedienen bij gelekoortsvaccin.
**Voor of na een BCG-vaccinatie tegen tuberculose hoeft geen interval in acht te worden genomen.

8.4 RVP en COVID-19-vaccinatie

Kinderen en volwassenen

Bij toediening van een COVID-19-vaccin hoeft geen specifiek interval gehanteerd te worden met vaccinaties van het Rijksvaccinatieprogramma, de griep- of pneumokokkenvaccinatie of reizigersvaccinaties. Het gelijktijdig toedienen van een ander vaccin heeft geen invloed op de immunogeniciteit of reactogeniciteit van de vaccins (Lazarus 2021, BMJ 2021). Ook voor de bewaking van bijwerkingen van COVID-19-vaccins is het niet nodig om een interval te hanteren. COVID-19-vaccin is geïnactiveerd vaccin. Zie ook tabel 8, Simultaan toedienen en intervallen.