Door naar volgend hoofdstuk

6.1 Inleiding

Na maternale kinkhoestvaccinatie is de overdracht van antistoffen van moeder naar kind meestal zo goed, dat het kind gedurende de eerste 3 maanden na de geboorte goed beschermd is tegen kinkhoest. De kinkhoestvaccinatie voorkomt ook kinkhoest bij de moeder, zodat zij haar kind na de geboorte niet kan besmetten (Amithalingam 2016). De bescherming is zo goed en langdurig, dat bij de meeste kinderen de eerste DKTP Difterie, kinkhoest, tetanus, polio-Hib-HepB- en pneumokokkenvaccinatie 1 maand kan worden uitgesteld van 2 naar 3 maanden en er ook één DKTP-Hib-HepB-vaccinatie minder gegeven kan worden (Gezondheidsraad 2018). Dit verschuiven van de eerste vaccinatie naar de leeftijd van 3 maanden heeft geen gevolgen voor het voorkomen van de andere ziekten waartegen het hexavalente vaccin beschermt bij jonge zuigelingen (Gezondheidsraad 2018, Fröberg 2020). 

6.2 De verwijzing van de zwangere door de verloskundig zorgverlener

De vaccinatie kan spoedig, na de termijn van 22 weken, in ieder geval na het maken van de 20-wekenecho, bij de JGZ Jeugdgezondheidszorg worden gegeven. Later geven is niet wenselijk, maar de vaccinatie kan tot het einde van de zwangerschap gegeven worden. Als de vaccinatie kort voor de bevalling is gegeven, is het kind mogelijk niet beschermd door overdracht van antistoffen, maar kan het kind geen kinkhoest krijgen van de moeder. Voor de opbouw van goede antistofconcentraties is minstens een periode van 2 weken nodig. Vaccinatie kort na de termijn van 22 weken is optimaal om ook prematuren maximaal te laten profiteren van de overdracht van antistoffen (Malek 1996).  

De verloskundige zorgverlener (VKZ) verwijst iedere zwangere vrouw naar de JGZ, waar de indicatie en het individueel vaccinatiebeleid zal worden besproken en vastgesteld. Zie 2.2 Indicatie voor vaccinaties in het kader van het RVP Rijksvaccinatieprogramma.
 

Het gesprek  

Tijdens het consult voor of na de 20-wekenecho, tussen 14 een 22 weken amenorroeduur (AD), bespreekt de VKZ de mogelijkheid van maternale kinkhoestvaccinatie kort en geeft de zwangere de brief en de folder en verwijst naar de website en de JGZ voor meer informatie.  

De kernboodschappen zijn:  

  • Door kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap kan kinkhoest bij het kind worden voorkomen.   

  • De vaccinatie is veilig voor moeder en kind. Meestal kan het kind met één DKTP Difterie, kinkhoest, tetanus, polio-HibHepB-vaccinatie minder gevaccineerd worden en starten bij 3 maanden.  

  • De vaccinatie is gratis.  

  • De vaccinatie wordt gegeven bij de JGZ. De zwangere moet zelf een afspraak maken op Rijksvaccinatieprogramma.nl/22wekenprik/afspraak-maken. Het consult bij de JGZ moet zo kort mogelijk na het maken van de 20-wekenecho plaatsvinden.  

  • Meer informatie staat in de folder en op de website. Of vraag de jeugdarts of jeugdverpleegkundige.  

Folders en brieven kunnen besteld worden bij het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. De folder is als pdf in meerdere talen op de website te vinden.  

De verloskundig zorgverlener registreert de verwijzing in eigen dossier. 
 

Bijzondere situaties  

Opname in het ziekenhuis

Bij langdurige opnamen in het ziekenhuis wordt in het ziekenhuis gevaccineerd, waarbij de behandelend arts de indicatie stelt. Vaccins hiervoor kunnen worden besteld bij RIVM-DVP. Registratie van de vaccinatie in het ziekenhuis gebeurt via een online formulier.  

Bij kortdurende opnamen rond de termijn van 20-22 weken AD kan de vaccinatie worden uitgesteld tot na ontslag. Een (verwijs)brief en folder wordt dan bij ontslag vanuit het ziekenhuis meegegeven door de behandelend arts.
  

Maternale kinkhoestvaccinatie is niet meer nodig als bescherming tegen kinkhoest recent al voldoende is opgebouwd door:   

  • het doormaken van kinkhoest tijdens het 2e of 3e trimester, vastgesteld door laboratoriumonderzoek (serologie of PCR) na de termijn van 12+6 weken AD. De laboratoriumbevestiging van een doorgemaakte infectie kan worden opgevraagd bij de arts die het onderzoek heeft laten uitvoeren of de GGD, afdeling Infectieziektebestrijding;  

  • een eerdere kinkhoestvaccinatie in het 2e of 3e trimester van deze zwangerschap (na de termijn van 12+6 weken AD). 
     

COVID-19-vaccinatie, influenzavaccinatie én DKT Difterie Kinkhoest Tetanus -vaccinatie tijdens de zwangerschap

Voor COVID-19-vaccinatie, influenzavaccinatie en de DKT-vaccinatie geldt dat er geen interval tussen de vaccinaties hoeft te worden aangehouden.

6.3 Afspraak bij JGZ tijdens de zwangerschap

Na verwijzing door de VKZ neemt de zwangere zelf contact op met de JGZ Jeugdgezondheidszorg voor een afspraak.  Zij wordt verzocht een ID mee te nemen naar de JGZ voor BSN Burger Service Nummer-verificatie (voor asielzoekers het vreemdelingennummer (V-nummer)).  

6.4 Het maternale vaccinatieconsult bij de JGZ

Het consult van de zwangere vrouw bij de JGZ Jeugdgezondheidszorg is vaak het eerste contact met de JGZ. Informatie over het RVP Rijksvaccinatieprogramma voor het kind moet een vast onderwerp zijn binnen dit consult. De brochure van het RVP kan daarbij als ondersteuning worden gebruikt. 
 

Indicatiestelling  

Alle zwangere vrouwen zijn geïndiceerd vanaf een zwangerschapsduur van 22 weken. De arts of verpleegkundig specialist bepaalt of er contra-indicaties bestaan. De verpleegkundige kan de vaccinatie in opdracht van een arts uitvoeren.  

De absolute en relatieve contra-indicaties zijn hetzelfde als voor alle andere RVP-vaccinaties. Zie voor meer informatie Hoofdstuk 5 en de bijsluiter voor de componenten van het vaccin.
  

De vaccinatie  

Het betreft een intramusculaire vaccinatie. Zie hoofdstuk 9 Vaccinatietechniek voor meer informatie over vaccinatietechniek.  

Voor de maternale kinkhoestvaccinatie wordt  Boostrix (DKT Difterie Kinkhoest Tetanus ), een vaccin tegen difterie, kinkhoest en tetanus gebruikt, een geïnactiveerd vaccin. Monovalent kinkhoestvaccin is niet verkrijgbaar. Ook vrouwen die in het verleden niet of onvolledig zijn gevaccineerd maken voldoende antistoffen tegen kinkhoest aan waardoor één vaccinatie voldoende is. Het vaccin is veilig voor moeder en kind en ernstige bijwerkingen zijn uiterst zeldzaam (Keller 2014Campbell 2018DeSilva 2017).
  

Registratie en uitgifte vaccinatiebewijs  

Zwangere vrouwen zijn niet, zoals kinderen dat automatisch wel zijn, vanuit hun BRP-/COA- registratie bekend bij de JGZ. De JGZ moet een dossier aanmaken voor iedere zwangere vrouw die zich laat vaccineren in hun digitale registratiesysteem. Geregistreerd wordt in ieder geval:  

  • Naam, meisjesnaam en geboortedatum  

  • NAW-gegevens en BSN Burger Service Nummer-nummer/V-nummer (geverifieerd!)  

  • A terme datum   

  • Vaccinatiedatum  

  • Vaccinsoort  

  • Partij/LOT-nummer  

  • Geregistreerde toestemming voor uitwisseling van vaccinatiegegevens met persoonsgegevens tussen JGZ en RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
     

Na het vaccineren wordt een (standaard) vaccinatiebewijs ingevuld en overhandigd en eventueel op verzoek wordt het ook genoteerd in het gele reizigersvaccinatiebewijs.