Klik hier voor schema's en FAQ professionals 

6.1 Inleiding

Sinds het einde van de vorige eeuw komt kinkhoest weer regelmatig voor, in Nederland en in de landen om ons heen. Jonge zuigelingen zijn zeer kwetsbaar als ze kinkhoest doormaken. Het kan leiden tot onherstelbare long- en hersenschade. Jaarlijks overlijdt gemiddeld 1 kind aan kinkhoest en worden gemiddeld 170 zuigelingen in het ziekenhuis opgenomen. Meestal betreft het ongevaccineerde jonge baby’s (Gezondheidsraad 2015).

Onderzoek en ervaringen in het buitenland hebben aangetoond dat na maternale kinkhoestvaccinatie de overdracht van antistoffen van moeder naar kind zo goed is, dat het kind gedurende de eerste 3 maanden na de geboorte goed beschermd is tegen kinkhoest. De kinkhoestvaccinatie voorkomt ook kinkhoest bij de moeder, zodat zij haar kind na de geboorte niet kan besmetten (Amithalingam 2016). De bescherming is zo goed en langdurig, dat bij de meeste kinderen de eerste DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio-Hib-HepB en pneumokokkenvaccinatie 1 maand kan worden uitgesteld van 2 naar 3 maanden en ook één DKTP-Hib-HepB-vaccinatie minder gegeven kan worden (Gezondheidsraad 2018). Dit verschuiven van de eerste vaccinatie naar de leeftijd van 3 maanden heeft geen gevolgen voor het voorkomen van de andere ziekten waartegen het hexavalente vaccin beschermt bij jonge zuigelingen (Gezondheidsraad 2018). Een uitgebreide beschrijving van de ontwikkelingen rondom maternale kinkhoestvaccinatie en de gevolgen voor het RVPRijksvaccinatieprogramma leest u in een recent NTvG-artikel (april 2020).

6.2 Het programma

In december 2015 adviseerde de Gezondheidsraad om zwangere vrouwen een kinkhoestvaccinatie aan te bieden en zo hun kind te beschermen totdat het kind beschermd is door de eigen vaccinaties (Gezondheidsraad 2015). In 2018 is besloten dat de maternale kinkhoestvaccinatie zal worden opgenomen in het RVPRijksvaccinatieprogramma. De vaccinatie wordt door de JGZJeugdgezondheidszorg uitgevoerd. Omdat de JGZ zwangere vrouwen niet in beeld heeft en die dus niet gericht kan uitnodigen is verwijzing nodig door de verloskundig zorgverlener. De zwangere vrouw maakt daarna zelf een afspraak bij de JGZ voor informatie en vaccinatie. De vaccinaties worden vastgelegd in een JGZ-dossier en doorgegeven aan het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zodat ze centraal worden geregistreerd in Praeventis.

6.3 Het vaccin

Het kinkhoestvaccin is een geïnactiveerd vaccin. Monovalent kinkhoestvaccin is niet verkrijgbaar. Maternale kinkhoestvaccinatie wordt gedaan met Boostrix (DKT), een vaccin tegen difterie, kinkhoest en tetanus. Ook vrouwen die in het verleden niet of onvolledig zijn gevaccineerd blijken voldoende te reageren op het vaccin, waarschijnlijk doordat bijna iedereen wel een keer (ongemerkt) kinkhoest doormaakt en immuniteit opbouwt. Daarom is ook voor deze groep vrouwen één vaccinatie voldoende. Het DKTDifterie Kinkhoest Tetanus -vaccin wordt al vele jaren gebruikt voor revaccinaties van kinderen en volwassenen. Inmiddels is er ook veel ervaring met het gebruik tijdens de zwangerschap. Het vaccin is veilig voor moeder en kind en ernstige bijwerkingen zijn uiterst zeldzaam (Keller 2014, Campbell 2018, DeSilva 2017). De professionele en publieksbijsluiter zijn te vinden op Rijksvaccinatieprogramma.nl/22wekenprik.

6.4 De verwijzing van de zwangere door de verloskundig zorgverlener

Maternale kinkhoestvaccinatie geeft een tijdelijke piek in antistofconcentraties. Die piek moet samenvallen met het moment dat de antistoffen goed worden overgedragen naar het ongeboren kind (Malek 1996). Daarom zijn vaccinaties vóór het 2e trimester mogelijk minder effectief en moet de maternale vaccinatie bij iedere zwangerschap opnieuw worden toegediend. Voor de opbouw van goede antistofconcentraties is minstens een periode van 2 weken nodig. Vaccinatie kort na de termijn van 22 weken is dan ook optimaal om ook prematuren maximaal te laten profiteren van de overdracht van antistoffen. Op dat moment is ook al een 20-wekenecho gemaakt, waardoor er goed zicht is op eventuele afwijkingen. Het VKZ-consult voor of vlak na de 20-wekenecho, tussen 14 weken en 22 weken amenorroeduur (AD), is dan ook het beste moment voor de verwijzing voor maternale vaccinatie (RIVM 2019).

De vaccinatie kan spoedig, na de termijn van 22 weken, in ieder geval na het maken van de 20-wekenecho, bij de JGZJeugdgezondheidszorg worden gegeven. Later geven is niet wenselijk, maar de vaccinatie kan tot het einde van de zwangerschap gegeven worden. Als de vaccinatie kort voor de bevalling is gegeven is het kind mogelijk niet beschermd door overdracht van antistoffen, maar kan het kind geen kinkhoest krijgen van de moeder. Ook zwangere vrouwen die laat in zorg komen kunnen dus, liefst zo snel mogelijk, verwezen worden naar de JGZ voor vaccinatie.

6.5 Het gesprek

Tijdens het consult voor of na de 20-wekenecho, tussen 14 een 22 weken AD, bespreekt de VKZ de mogelijkheid van maternale kinkhoestvaccinatie kort en wijst de zwangere op de folder, de website en de JGZJeugdgezondheidszorg voor meer informatie. De kernboodschappen zijn:

Waarom
Door kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap kan kinkhoest bij het kind worden voorkomen.

Motivatie
De vaccinatie is veilig voor moeder en kind. Als de vaccinatie op tijd is gegeven kan het kind meestal een maand later beginnen met de vaccinatie en kan één DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio-Hib-HepB-vaccinatie worden weggelaten. De vaccinatie is gratis.


Waar en hoe en wanneer
De vaccinatie wordt gegeven bij de JGZ. De zwangere moet zelf een afspraak maken op Rijksvaccinatieprogramma.nl/22wekenprik/afspraak-maken. Het consult bij de JGZ moet na het maken van de 20-wekenecho plaatsvinden, zo mogelijk kort na de termijn van 22 weken.

Voor informatie
Lees de folder, kijk op de website of vraag de jeugdarts of jeugdverpleegkundige.

6.6 De folder en de brief

De verwijzing en de informatievoorziening over de maternale kinkhoestvaccinatie wordt ondersteund met een folder en een standaardbrief die worden meegegeven. Deze folders en brieven kunnen besteld worden bij het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. De folder is als pdf in meerdere talen op de website te vinden.

6.7 Registratie en vervolg

De verloskundig zorgverlener registreert in eigen dossier, eventueel in een vrij invulveld, dat de zwangere vrouw verwezen is naar de JGZJeugdgezondheidszorg. Bij een volgend bezoek aan de verloskundig zorgverlener wordt de zwangere zo nodig herinnerd aan de maternale kinkhoestvaccinatie.

6.8 Bijzondere situaties

De indicatie voor de vaccinatie, wel of niet, hoe en wanneer, wordt gesteld tijdens het consult bij de JGZJeugdgezondheidszorg. De VKZ kan dus iedere zwangere verwijzen naar de JGZ, waar het individueel vaccinatiebeleid zal worden besproken en vastgesteld.


Opname in het ziekenhuis: Zwangere vrouwen die zijn opgenomen in het ziekenhuis kunnen in het ziekenhuis worden gevaccineerd vanuit het RVPRijksvaccinatieprogramma. De indicatie wordt dan gesteld door de behandelend arts. Vaccins hiervoor kunnen worden besteld bij RIVM-DVP. Registratie van de vaccinatie in het ziekenhuis gebeurt via een online formulier.
Bij kortdurende opnamen rond de termijn van 20-22 weken amenorroeduur (AD) kan de vaccinatie worden uitgesteld tot na ontslag. Een (verwijs)brief en folder wordt dan bij ontslag vanuit het ziekenhuis meegegeven door de behandelend arts.

Asielzoekers, illegalen en zwangere vrouwen, die niet onder controle zijn: Alle zwangere vrouwen in Nederland hebben recht op een maternale kinkhoestvaccinatie, behalve als ze hier voor vakantie of kort bezoek verblijven. Iedere zwangere vrouw die verloskundige zorg ontvangt in Nederland is hier dus inbegrepen. Ook Nederlandse diplomaten en militairen en de echtgenotes die in het buitenland verblijven kunnen in Nederland via het RVP gevaccineerd worden. Ook asielzoekers die in een COA-locatie verblijven kunnen naar de JGZ in de regio worden verwezen voor de vaccinatie. Zo nodig wordt verwezen op basis van een geschatte zwangerschapsduur.

6.9 Afspraak bij JGZ tijdens de zwangerschap

Na verwijzing door de VKZ neemt de zwangere vrouw zelf contact op met de JGZJeugdgezondheidszorg voor een afspraak. De afspraak wordt dan op korte termijn ingepland, na het maken van de 20-wekenecho, zo mogelijk kort na de termijn van 22 weken AD. De zwangere vrouwen worden verzocht een ID mee te nemen naar de JGZ voor BSNBurger Service Nummer-verificatie en voor asielzoekersvrouwen het vreemdelingennummer (V-nummer).


Het maternale vaccinatieconsult bij de JGZ

Het consult van de zwangere vrouw bij de JGZ is vaak het eerste contact met de JGZ als de vrouw nog niet eerder een kind heeft gekregen. Informatie over het RVPRijksvaccinatieprogramma voor het kind moet een vast onderwerp zijn binnen dit consult. De brochure van het RVP kan daarbij als ondersteuning worden gebruikt. Er moet ook ruimte zijn voor een gesprek over twijfels over de maternale en kindervaccinaties en er moet een mogelijkheid zijn voor enige bedenktijd en een eventueel later vaccinatiemoment.


Indicatiestelling

Alle zwangere vrouwen zijn geïndiceerd vanaf een zwangerschapsduur van 22 weken. De arts of verpleegkundig specialist bepaalt of er contra-indicaties bestaan. De verpleegkundige kan de vaccinatie in opdracht van een arts uitvoeren, zoals staat beschreven in deze richtlijn, mits er duidelijke afspraken zijn over de anamnese en in welke situatie de arts geconsulteerd moet worden, zoals hieronder staat beschreven.

6.10 Contra-indicaties en bijzondere situaties

In de volgende situaties kan vaccinatie gecontra-indiceerd zijn en moet een verpleegkundige contact opnemen met de arts om na te gaan of de maternale kinkhoestvaccinatie gegeven mag worden.

  • aangetoonde overgevoeligheid voor één of meer van de componenten van het vaccin;
  • eerdere ernstige reacties na boostervaccinatie met D, K of T bevattend vaccin in het verleden.

    Zie voor meer informatie Hoofdstuk 5 van de RVP-richtlijn uitvoering RVP en de bijsluiter voor de componenten van het vaccin.

    Maternale kinkhoestvaccinatie is niet meer nodig als bescherming tegen kinkhoest recent al voldoende is opgebouwd door:
  • Doormaken van kinkhoest tijdens het 2e of 3e trimester, dat bij de zwangere vrouw is vastgesteld door laboratoriumonderzoek (serologie of PCR) na de termijn van 12+6 weken AD. De laboratoriumbevestiging van een doorgemaakte infectie kan worden opgevraagd bij de arts die het onderzoek heeft laten uitvoeren of de GGD, afdeling infectieziektebestrijding. Een geval van door laboratoriumonderzoek vastgestelde kinkhoest is meldingsplichtig volgens de Wet op de publieke gezondheid (WPG)
  • Eerdere kinkhoestvaccinatie in het 2e of 3e trimester van deze zwangerschap (na de termijn van 12+6 weken AD).

    In de volgende situaties wordt de vaccinatie subcutaan of later gegeven, eventueel in overleg met arts:
  • Bij ziekte met koorts kan de vaccinatie beter worden uitgesteld tot na het verdwijnen van de koorts.
  • Bij stollingsstoornissen of gebruik van anti-stolling kan intramusculaire vaccinatie gecontra-indiceerd zijn en is subcutane toediening aangewezen. Zie hiervoor Hoofdstuk 5 RVP-richtlijn Uitvoering. Na subcutane vaccinatie worden overigens meer lokale bijwerkingen gemeld, maar zonder blijvende schade.

Situaties die geen invloed hebben op de indicatie voor maternale kinkhoestvaccinatie:

  • toediening van anti-D aan resus-D-negatieve zwangere vrouwen: er hoeft geen interval te worden aangehouden;
  • medicatiegebruik tijdens de zwangerschap (behalve antistolling);
  • afwijkingen bij het ongeboren kind of gecompliceerde zwangerschap.

6.11 Informed consent

Voordat overgegaan wordt tot het daadwerkelijk vaccineren wordt nagegaan of alles begrepen is en of de zwangere vrouw het eens is met de vaccinatie.

6.12 De vaccinatie

Volwassenen worden gevaccineerd met een naald van 23 G of 25 G (= 0,5 mm), van 25 - 40 mm lengte. Bij het gebruik van kortere naalden bestaat het risico dat niet in de spier maar in het onderhuids vetweefsel wordt gevaccineerd. Dit geeft een groter risico op lokale bijwerkingen.
De vaccinatie wordt bij voorkeur gegeven in de linker of rechter schouderspier (m. deltoïdeus). Subcutane vaccinatie (bij stollingsafwijkingen) kan het best in de subcutis bij de tricepsspier aan de
achterkant van de bovenarm worden toegediend.

Registratie en uitgifte vaccinatiebewijs

Zwangere vrouwen zijn niet, zoals kinderen dat automatisch wel zijn, vanuit hun BRP-/COA- registratie bekend bij de JGZJeugdgezondheidszorg. De JGZ moet een dossier aanmaken voor iedere zwangere vrouw die zich laat vaccineren in hun digitale registratiesysteem. Geregistreerd wordt in ieder geval:

  • Naam, meisjesnaam en geboortedatum
  • NAW-gegevens en BSNBurger Service Nummer-nummer / V-nummer (geverifieerd!)
  • A terme datum
  • Vaccinatiedatum
  • Vaccinsoort
  • Partij/LOT-nummer

Na het vaccineren wordt een (standaard) vaccinatiebewijs ingevuld en overhandigd. Op verzoek kan de vaccinatie ook worden genoteerd in het gele vaccinatieboekje dat veel volwassenen hebben voor de registratie van vaccinaties voor reizigers. De gegeven vaccinatie wordt teruggekoppeld aan de verloskundig zorgverlener, als daar lokaal afspraken over zijn gemaakt.

6.13 Professionele ondersteuning en deskundigheidsbevordering

Website

Op de website van het Rijksvaccinatieprogramma is onder ‘professionals’ informatie te vinden over de maternale kinkhoestvaccinatie. Naast links naar de richtlijn, de bijsluiters van het vaccin, de folder en de materialen voor deskundigheidsbevordering en het digitale vaccinregistratieformulier, zijn hier ook filmpjes te vinden met interviews met professionals. Nieuws, ontwikkelingen en veranderingen in het programma worden gecommuniceerd via de RVPRijksvaccinatieprogramma-nieuwsbrief. Deze nieuwsbrief is op de website te vinden. U kunt zich via de website voor de nieuwsbrief aanmelden.


Deskundigheidsbevordering

E-learning - Via de website van het Rijksvaccinatieprogramma kun je toegang krijgen tot een geaccrediteerde e-learning. De e-learning is bedoeld voor verpleegkundigen, artsen en verloskundig zorgverleners, en behandelt de achtergronden van het programma, de vaccinatie, de processen van verwijzing, het consult voor de zwangere vrouw bij de JGZJeugdgezondheidszorg en het vaccinatieschema voor het kind na de geboorte. Via de website van het Rijksvaccinatieprogramma kun je ook toegang krijgen tot een al langer bestaande geaccrediteerde e-learning over de achtergronden van het RVP.

Achtergronddocumenten en referenties - Op de pagina voor professionals op de website van het RVP worden een korte factsheet voor professionals en een document met de wetenschappelijke achtergronden van het programma toegevoegd. In dit document zijn ook de referenties te vinden van de artikelen die zijn gebruikt bij de wetenschappelijke onderbouwing van het programma.

Verdiepende deskundigheidsbevordering - Naast de middelen die via de website beschikbaar zijn, kan er behoefte zijn aan meer verdiepende deskundigheidsbevordering. Voor de JGZ is via de medisch adviseurs een uitgebreide Powerpointpresentatie beschikbaar die in-company gebruikt kan worden door jeugdartsen voor onderwijs binnen hun organisatie. Contactgegevens zijn te vinden in Hoofdstuk 13 Contactgegevens.

Op verzoek kan op locatie nascholing worden gegeven door de medisch adviseurs van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu aan groepen artsen, verloskundigen en/of verpleegkundigen. Contactgegevens van de medisch adviseurs zijn te vinden in de RVP-richtlijn Uitvoering. Voor de verdiepende deskundigheidsbevordering wordt de stof van de e-learning en de inhoud van de richtlijn als basiskennis vereist.

6.14 Publiekscommunicatie

Website
Op de website van het Rijksvaccinatieprogramma kan informatie gevonden worden over alle onderdelen van het RVPRijksvaccinatieprogramma en over de verschillende vaccinaties. Op de pagina over de maternale kinkhoestvaccinatie (www.22wekenprik.nl) zijn naast algemene informatie, de folder en de bijsluiter ook filmpjes met ervaringsverhalen en interviews met professionals te vinden. Voor aanvullende vragen wordt verwezen naar de JGZJeugdgezondheidszorg.

Folder
Bij de verwijzing naar de JGZ wordt door de verloskundig zorgverlener aan de zwangere vrouw een folder meegegeven met uitgebreide informatie over het programma en de vaccinatie. Deze nieuwe folder kan op verzoek ter info ook al eerder in de zwangerschap, als aanvulling op de folder ‘Zwanger!’, worden gegeven, zonder dat op dat moment de verwijzing wordt gedaan. Voor meer informatie wordt verwezen naar de website en de JGZ. De nieuwe folder is in meerdere talen in pdf op de website te vinden en kan besteld worden bij het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Wachtkamerposter
Voor huisartsen, apotheken, verloskundig zorgverleners en andere medisch professionals is een wachtkamerposter te bestellen via het RIVM en te vinden via de website.