Door naar volgend hoofdstuk

4.1 Verantwoordelijkheden van de jeugdarts

De indicatie voor het RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma) staat beschreven in paragraaf 2.2 tabel 1. De kaders van het RVP zijn het uitgangspunt voor het opstellen van een individueel vaccinatieschema. Ieder kind krijgt een eigen vaccinatieschema. Vaccineren is een voorbehouden handeling. Het opstellen van individuele vaccinatieschema’s is een taak van de jeugdarts die betrokken is bij de uitvoering van het RVP. Tijdens het eerste consult van een kind bepaalt de jeugdarts, in overleg met de ouders en/of het kind zelf, het vaccinatieschema, rekening houdend met eventuele al eerder gegeven vaccinaties. De jeugdarts is ook eindverantwoordelijk voor het stellen van eventuele contra-indicaties.  Ook bij zwangere vrouwen is de jeugdarts verantwoordelijk voor het juiste vaccinatieplan van de 22 wekenprik en het stellen van eventuele contra-indicaties.

De jeugdarts kan taken delegeren aan verpleegkundigen met een functionele zelfstandige bevoegdheid en professionals zonder een functionele zelfstandige bevoegdheid conform de Wet BIG.

4.2 Verantwoordelijkheden van verpleegkundigen

Na het opstellen van het individuele vaccinatieschema kan de jeugdarts het toedienen van de vaccinaties delegeren aan de verpleegkundige.

De opdrachtverlening en bevoegdheid moeten geregeld zijn in de eigen uitvoerende organisatie. Zie hiervoor ook de RVP-richtlijn Deskundigheid medewerkers RVP.

De jeugdarts zal in die gevallen waarin dat redelijkerwijs nodig is op individueel niveau aanwijzingen verstrekken over het verrichten van de vaccinatie. Bij deze aanwijzingen kan gedacht worden aan kinderen/zwangere vrouwen die op een andere plaats van het lichaam gevaccineerd moeten worden, die in een aparte ruimte gevaccineerd moeten worden bij groepsvaccinaties of kinderen/zwangere vrouwen met stollings- of afweerstoornissen. Deze aanwijzingen worden zo nodig (ook) schriftelijk vastgelegd in het DD JGZ Jeugdgezondheidszorg (Jeugdgezondheidszorg).

De jeugdverpleegkundige heeft een functionele zelfstandige bevoegdheid en mag de voorbehouden handeling ‘vaccineren’ zelfstandig uitvoeren, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan:

  • De jeugdverpleegkundige houdt zich strikt aan de landelijke RVP-richtlijnen;
  • De jeugdverpleegkundige vaccineert volgens het individuele vaccinatieschema, daarbij de kaders van het RVP hanterend;
  • Voor iedere vaccinatie wordt met een intervalanamnese nagegaan of de volgende vaccinatie kan worden toegediend; de intervalanamnese bevat in ieder geval de volgende onderwerpen:
    • reactie op vorige vaccinaties
    • medicijngebruik
    • nieuwe aandoening sinds vorig contact
    • onder behandeling van arts
    • vragen van ouder, verzorger of kind zelf of van zwangere vrouw
  • De verpleegkundige raadpleegt de jeugdarts in bijzondere situaties en bij vragen waarover de RVP-richtlijnen geen eenduidige oplossing bieden:

Bij alle situaties waarin zich nieuwe (medische) vragen of zorgen voordoen die mogelijk van invloed zijn op het vaccineren. Dit is bijvoorbeeld bij heftige bijwerkingen na de vorige vaccinatie, nieuwe aandoeningen of medicatie of nieuwe vragen die de verpleegkundige niet zelf kan beantwoorden. Als de jeugdverpleegkundige een jeugdarts heeft geraadpleegd, wordt de naam van deze arts vastgelegd in het DD JGZ met het advies dat gegeven is;

  • De jeugdverpleegkundige is deskundig en bekwaam (art. 35 Wet BIG) en in het BIG-register ingeschreven; autorisatie door de jeugdarts voor de uitvoering van de taken voor het RVP door de verpleegkundige is goed geborgd binnen de organisatie.

4.3 verantwoordelijkheden van doktersassistenten

Doktersassistenten en andere professionals met een mbo-opleiding (m.u.v. verpleegkundigen) hebben volgens de Wet BIG geen functioneel zelfstandige bevoegdheid voor het uitvoeren van voorbehouden handelingen, zoals het geven van vaccinaties. Zij mogen wel vaccinaties uitvoeren als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • de doktersassistent voert de handeling uit in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener;
  • ​de doktersassistent is bekwaam om de handeling uit te voeren
  • ​de opdrachtgever (arts) geeft zo nodig aanwijzingen voor de uitvoering van de handeling; algemene aanwijzingen, instructies en aandachtspunten worden als praktische handreiking in een protocol vastgelegd; en
  • toezicht en de mogelijkheid van tussenkomst door de arts zijn voldoende geregeld, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is.

4.4 Verantwoordelijkheden van het RIVM

Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) is verantwoordelijk voor:

  • Praktische ondersteuning;
  • Deskundigheidsbevordering voor professionals;
  • Vaccindistributie en -beheer;

4.4.1 Praktische ondersteuning door de RIVM-DVP-regiokantoren

  • Ouders van 4-6 weken oude baby’s ontvangen van het RIVM een uitnodigingsbrief voor het RVP, een brochure, een vaccinatiebewijs en een set vaccinatiekaarten.
  • Voor kinderen van vestigers worden bij de ouders eerst de vaccinatiegegevens opgevraagd door het RIVM-DVP-regiokantoor. Zij worden verzocht om een kopie van het vaccinatiebewijs van hun kind op te sturen naar het RIVM-DVP-regiokantoor. Op basis van die informatie worden de toegediende vaccinaties in Praeventis ingevoerd en op het RVP-vaccinatiebewijs ingevuld. Vestigers ontvangen het ingevulde RVP-vaccinatiebewijs en de vaccinatiekaarten voor het vervolg van het vaccinatieschema. Voor de jeugdarts biedt dit een ondersteuning bij het bepalen van het individuele vaccinatieschema. Als vestigers niet reageren op het verzoek om toezending van een kopie vaccinatiebewijs van hun kind, ontvangen ze een volledige uitnodigingsset die past bij de leeftijd van hun kind. Als de jeugdarts of jeugdverpleegkundige alsnog informatie krijgt over vaccinaties die in het buitenland zijn gegeven, moet dit doorgegeven worden aan het RIVM-DVP-regiokantoor. Dit mag niet digitaal via de koppeling met Praeventis worden doorgegeven, omdat de vaccinaties niet zijn toegediend door de JGZ-organisatie zelf. Het moet via post of beveiligde mail doorgegeven worden. De vaccinatiestatus kan dan in het RIVM-informatiesysteem Praeventis worden aangevuld. Als de vaccinatiekaarten niet aanwezig zijn tijdens het consult bepaalt de jeugdarts, op basis van de beschikbare informatie, welke vaccinatie tijdens het contactmoment kan worden toegediend. Het RIVM-DVP-regiokantoor verstrekt desgewenst de vaccinatiestatus aan de Jeugdgezondheidszorgorganisatie, telefonisch of digitaal via een koppeling met Praeventis.
  • Voor asielzoekerskinderen, zie Addendum 14 Asielzoekerskinderen.

4.4.2 Inhoudelijke ondersteuning door de medisch adviseurs

De medisch adviseurs (zie contactgegevens) van het RIVM ondersteunen zo nodig jeugdartsen bij het vaststellen van het vaccinatieschema. Het toedienen van RVP-vaccinaties buiten de kaders van de Richtlijn Uitvoering RVP 2022 is alleen toegestaan na overleg met een medisch adviseur van het RIVM.

4.4.3 Vaccindistributie en -beheer

 Het RIVM is verantwoordelijk voor distributie van de vaccins, oplosvloeistof, spuiten en naalden. De uitvoerende organisaties worden bevoorraad door de logistiek dienstverlener van het RIVM. De vaccins worden verstrekt op voorwaarde dat ze alleen worden gebruikt voor de geïndiceerde doelgroep. RIVM-DVP is verantwoordelijk voor distributie en cold chain tot en met de levering aan de uitvoerder. Het vaccin blijft eigendom van het RIVM. Zie voor meer informatie RVP-richtlijn Vaccinbeheer.

4.5 Verantwoordelijkheden bij uitbraken en epidemieën

Met uitzondering van HPV-gerelateerde kankers en voorstadia daarvan zijn alle ziekten waartegen we in het RVP vaccineren meldingsplichtig volgens de Wet publieke gezondheid. Bij een lokale uitbraak van een infectieziekte bepaalt de arts infectieziektebestrijding van de GGD Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst) welke maatregelen genomen worden om de uitbraak te bestrijden. Dit kan onder meer een gericht aanbod zijn van extra vaccinaties, vervroegde vaccinaties of inhaalvaccinaties aan contacten van de patiënt(en), bijvoorbeeld aan gezinscontacten, klasgenoten of schoolgenoten. De afdeling Infectieziektebestrijding van de GGD stemt dit af met de lokale JGZ-organisatie en een medisch adviseur van het RIVM als het om een ziekte gaat waartegen binnen het RVP wordt gevaccineerd. Als er sprake is van een grootschalige uitbraak of epidemie roept de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding ( LCI Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (onderdeel RIVM) (Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (onderdeel RIVM))) van het RIVM een Outbreak Management Team (OMT) bijeen. Het OMT adviseert zo nodig aan de minister van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) om op grote schaal kinderen, volwassenen of bepaalde risicogroepen een extra of vervroegde vaccinatie aan te bieden. Als uitbraken van infectieziekten in het buitenland aanleiding geven tot eventuele extra of vervroegde vaccinaties vanuit het RVP, dan komt er een bericht in RVP-Nieuws en op Rijksvaccinatieprogramma.nl met exacte informatie over welke kinderen daarvoor in aanmerking komen.