Door naar volgend hoofdstuk

4.1 Het opstellen van een individueel vaccinatieplan

De indicatie voor het RVPRijksvaccinatieprogramma staat beschreven in paragraaf 2.2. De kaders van het RVP zijn het uitgangspunt voor het opstellen van een individueel vaccinatieschema. Ieder kind krijgt een eigen vaccinatieschema. Het opstellen van individuele vaccinatieschema’s is een taak van de jeugdarts die betrokken is bij de uitvoering van het RVP. Tijdens het eerste consult bepaalt hij/zij, in overleg met de ouders en/of het kind zelf, het vaccinatieschema, rekening houdend met (tijdelijke) contra-indicaties en eventuele al eerder gegeven vaccinaties.

Bij situaties waarin er sprake is van een standaard en eenduidig (inhaal)vaccinatieschema zonder bijkomende (medische) factoren, kan de jeugdarts het opstellen van het vaccinatieschema desgewenst delegeren aan een jeugdverpleegkundige.

Voor een pasgeboren zuigeling is na een geldige maternale kinkhoestvaccinatie in de meeste gevallen het standaard vaccinatieschema van het RVP van toepassing. De jeugdarts beoordeelt of er een geldige maternale kinkhoestvaccinatie is toegediend en of er contra-indicaties aanwezig zijn. Het vaccinatieschema dat van toepassing is, het standaard schema of een aangepast schema, wordt genoteerd in het DD JGZJeugdgezondheidszorg en doorgegeven aan het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Voor oudere kinderen geldt een inhaalschema, zie Hoofdstuk 10 Inhaalschema’s en de beslisboom.

4.2 Inhoudelijke ondersteuning door de medisch adviseurs RIVM

De medisch adviseurs (zie Hoofdstuk 13 Contactgegevens) van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ondersteunen zo nodig jeugdartsen bij het vaststellen van het vaccinatieschema. Het toedienen van RVPRijksvaccinatieprogramma-vaccinaties buiten de kaders van de Richtlijn Uitvoering RVP 2020 is alleen toegestaan na overleg met een medisch adviseur van het RIVM.

4.3 Praktische ondersteuning door de RIVM-DVP-regiokantoren

  • Ouders van 4-6 weken oude baby’s ontvangen van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu een uitnodigingsbrief voor het RVPRijksvaccinatieprogramma, een brochure, een vaccinatiebewijs en een set vaccinatiekaarten.
  • Voor kinderen van vestigers wordt bij de ouders eerst de vaccinatiegegevens opgevraagd door het RIVM- DVP-regiokantoor. Vestigers worden verzocht om een kopie van het vaccinatiebewijs van hun kind op te sturen naar het RIVM-DVP-regiokantoor. Op basis van die informatie worden de toegediende vaccinaties in Praeventis ingevoerd en op het RVP-vaccinatiebewijs ingevuld. Vestigers ontvangen het ingevulde RVP-vaccinatiebewijs en de vaccinatiekaarten voor het vervolg van het vaccinatieschema. Voor de jeugdarts biedt dit een ondersteuning bij het bepalen van het individuele vaccinatieschema. Als vestigers niet reageren op het verzoek om toezending van een kopie vaccinatiebewijs van hun kind, ontvangen ze een volledige uitnodigingsset die past bij de leeftijd van hun kind. Als de jeugdarts of jeugdverpleegkundige alsnog informatie krijgt over vaccinaties die in het buitenland zijn gegeven, moet dit doorgegeven worden aan het RIVM-DVP-regiokantoor. Dit mag niet digitaal via de koppeling met Praeventis worden doorgegeven, omdat de vaccinaties niet zijn toegediend door de JGZJeugdgezondheidszorg-organisatie zelf. Het moet via post of beveiligde mail doorgegeven worden. De vaccinatiestatus kan dan in het RIVM-informatiesysteem Praeventis worden aangevuld. Als de vaccinatiekaarten niet aanwezig zijn tijdens het consult, bepaalt de jeugdarts, op basis van de beschikbare informatie, welke vaccinatie tijdens het contactmoment kan worden toegediend. Het RIVM-DVP-regiokantoor verstrekt desgewenst de vaccinatiestatus aan de Jeugdgezondheidszorgorganisatie, telefonisch of digitaal via een koppeling met Praeventis.

4.4 Vervolgvaccinaties en opdrachtverlening

    Verpleegkundigen

    Na het opstellen van het individuele vaccinatieschema kan de jeugdarts het toedienen van de vaccinaties delegeren aan de verpleegkundige, in principe tot de 18e verjaardag.

    De opdrachtverlening en bevoegdheid moeten geregeld zijn in de eigen uitvoerende organisatie. Zie hiervoor ook de RVP-richtlijn Deskundigheid medewerkers RVP.

    De jeugdarts zal in die gevallen waarin dat redelijkerwijs nodig is, op individueel niveau aanwijzingen verstrekken over het verrichten van de vaccinatie. Bij deze aanwijzingen kan gedacht worden aan kinderen die op een andere plaats van het lichaam gevaccineerd moeten worden, kinderen die in een aparte ruimte gevaccineerd moeten worden bij groepsvaccinaties of kinderen met stollingsstoornissen. Deze aanwijzingen worden (ook) schriftelijk vastgelegd in het DD JGZJeugdgezondheidszorg.

    De jeugdverpleegkundige heeft een functionele zelfstandige bevoegdheid en mag de voorbehouden handeling ‘vaccineren’ zelfstandig uitvoeren, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan:

    • De jeugdverpleegkundige houdt zich strikt aan de landelijke RVPRijksvaccinatieprogramma-richtlijnen;
    • De jeugdverpleegkundige vaccineert volgens het individuele vaccinatieschema, daarbij de kaders van het RVP hanterend;
    • Voor iedere vaccinatie wordt met een intervalanamnese nagegaan of de volgende vaccinatie kan worden toegediend;
    • De jeugdarts moet door de verpleegkundige worden geraadpleegd in bijzondere situaties en bij vragen waarover de RVP-richtlijnen geen eenduidige oplossing bieden;
    • De jeugdverpleegkundige is deskundig en bekwaam (art. 35 Wet BIG) en in het BIG register ingeschreven;
    • Autorisatie door de jeugdarts voor de uitvoering van de taken voor het RVP door de verpleegkundige is goed geborgd binnen de organisatie.

    De intervalanamnese bevat in ieder geval de volgende onderwerpen:

    • reactie op vorige vaccinaties
    • medicijngebruik
    • nieuwe aandoening sinds vorig contact
    • onder behandeling van arts
    • vragen van ouder, verzorger of kind zelf

    De jeugdverpleegkundige overlegt met de jeugdarts bij alle situaties waarin zich nieuwe (medische) vragen of zorgen voordoen die mogelijk van invloed zijn op het vaccineren. Dit is bijvoorbeeld bij heftige bijwerkingen na de vorige vaccinatie, nieuwe aandoeningen of medicatie of nieuwe vragen van ouders die de verpleegkundige niet zelf kan beantwoorden.

    Als de jeugdverpleegkundige een jeugdarts heeft geraadpleegd, wordt de naam van deze arts vastgelegd in het DD JGZ met het advies dat gegeven is.

    Doktersassistenten

    Doktersassistenten en andere professionals met een mbo-opleiding (m.u.v. verpleegkundigen) hebben volgens de Wet BIG geen functioneel zelfstandige bevoegdheid voor het uitvoeren van voorbehouden handelingen, zoals het geven van vaccinaties. Zij mogen wel vaccinaties uitvoeren (indien zij daartoe bekwaam zijn), in opdracht en aanwezigheid van een arts. De uitvoerende organisatie zal instaan voor de aanwezigheid van een arts indien door niet zelfstandig bevoegden gevaccineerd wordt. De arts kan deze taak, onder voorwaarden, ook aan een jeugdverpleegkundige delegeren.

    4.5 Uitbraken en epidemieën

    Met uitzondering van HPV zijn alle ziekten waartegen we in het RVPRijksvaccinatieprogramma vaccineren meldingsplichtig volgens de Wet publieke gezondheid. Bij een lokale uitbraak van een infectieziekte bepaalt de arts infectieziektebestrijding van de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst welke maatregelen genomen worden om de uitbraak te bestrijden. Dit kan onder meer een gericht aanbod zijn van extra vaccinaties, vervroegde vaccinaties of inhaalvaccinaties aan contacten van de patiënt(en), bijvoorbeeld aan gezinscontacten, klasgenoten of schoolgenoten. De afdeling Infectieziektebestrijding van de GGD stemt dit af met de lokale JGZJeugdgezondheidszorg-organisatie en een medisch adviseur van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu als het om een ziekte gaat waartegen binnen het RVP wordt gevaccineerd. Als er sprake is van een grootschalige uitbraak of epidemie roept de LCILandelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (onderdeel RIVM) van het RIVM een Outbreak Management Team (OMT) bijeen. Het OMT adviseert zo nodig aan de minister van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om op grote schaal kinderen, volwassenen of bepaalde risicogroepen om een vaccinatieaanbod te doen voor extra of vervroegde vaccinatie. Als uitbraken van infectieziekten in het buitenland aanleiding geven tot eventuele extra of vervroegde vaccinaties vanuit het RVP, dan komt er een bericht in RVP-Nieuws en op Rijksvaccinatieprogramma.nl met exacte informatie over welke kinderen daarvoor in aanmerking komen.