Door naar volgend hoofdstuk

1.1 Inleiding

Voor u ligt de professionele RVPRijksvaccinatieprogramma-richtlijn Uitvoering Rijksvaccinatieprogramma (RVP) 2020. De informatie is tot stand gekomen op basis van rapporten van de Gezondheidsraad, de bijsluiters van de betreffende vaccins, recente publicaties, Handboek Vaccinaties A en B (Rudy Burgmeijer en Karel Hoppenbrouwers, 2011) en Vaccines (Plotkin, 2017). Deze RVP-richtlijn wordt jaarlijks uitgebracht. Tussentijdse wijzigingen zullen via RVP-nieuws kenbaar gemaakt worden. Op de website Rijksvaccinatieprogramma.nl staat steeds de actuele versie.

De professionele richtlijn is geautoriseerd door de professionals (jeugdartsen, kinderartsen en jeugdverpleegkundigen), brancheorganisaties en het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Deze richtlijn wordt als zodanig genoemd in de Wet publieke gezondheid en de Algemene Maatregel van BestuurDaarin staat vermeld dat de Professionele Richtlijn RVP door de beroepsgroepen en het RIVM samen wordt vastgesteld.

Deze versie 2020 van de richtlijn is opgesteld door het RIVM, onder leiding van de medisch adviseurs RIVM met aandachtsgebied RVP. Randvoorwaardelijke toetsing vond plaats in het Landelijk RVP Overleg door Actiz, GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst GHORGeneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio Nederland, VNGVereniging van Nederlandse Gemeenten, IGJ en het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In 2019 organiseerde de NCJ een inspraakronde onder professionals (jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, kinderartsen) voor deze richtlijn. De grootste wijziging in de versie 2020 ten opzichte van de versie 2019 is de invoering van de maternale kinkhoestvaccinatie en de nieuwe vaccinatieschema’s voor de zuigeling. Daarnaast is de indicatiestelling en opdrachtverlening verder uitgewerkt. Inspraakrondes hebben plaatsgevonden in oktober en november, waarna het definitieve concept in het Landelijk RVP Overleg is voorgelegd aan de vertegenwoordigers van de beroepsgroepen voor inhoudelijke instemming. De vast betrokken beroepsverenigingen en organisaties zijn:

  • AJN (Jeugdartsen Nederland);
  • V&VN (Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland);
  • NVDA (Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten);
  • NVK (Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde).

Bij de vaststelling van Hoofdstuk 6 Maternale kinkhoestvaccinatie zijn ook de beroepsverenigingen KNOV (Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen) en NVOG (Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie) geraadpleegd.

In deze richtlijn staan de kaders voor de uitvoering van het RVP in 2020 en de medische informatie over de uitvoering. De onderwerpen in het addendum lenen zich in meeste gevallen voor aparte RVP-richtlijnen of zijn van tijdelijke aard. Momenteel zijn er richtlijnen gerealiseerd over informed consent, vaccinbeheer, infectieziektebestrijding, vaccineren in Caribisch Nederland en deskundigheid uitvoerenden RVP. De richtlijn over vaccineren van prematuren is nog in ontwikkeling.

Het Rijksvaccinatieprogramma heeft als doel door middel van vaccinatie de bevolking te beschermen tegen een aantal gevaarlijke infectieziekten. Door het vrijwillig, kosteloos en laagdrempelig aanbieden van vaccinaties via een betrouwbare en professionele organisatie wordt een hoge vaccinatiegraad nagestreefd. Voor de meeste infectieziekten wordt groepsimmuniteit bereikt, wat zorgt voor verminderde circulatie van pathogenen. Daarmee wordt ook de niet-gevaccineerde bevolking beschermd en wordt voldaan aan internationale eisen voor uitroeiing van polio (wereldwijd) en eliminatie van rodehond en mazelen (uit een populatie) (WHO 2010).

1.2 Belangrijkste inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van versie 2019

  1. Maternale kinkhoestvaccinatie is een nieuw onderdeel van het RVPRijksvaccinatieprogramma. Het advies is om vanaf week 22 in de zwangerschap DKTDifterie Kinkhoest Tetanus -vaccin toe te dienen. De hele procedure is beschreven in Hoofdstuk 6 Maternale kinkhoestvaccinatie.
  2. Er zijn nu twee schema’s voor een zuigeling: 1) het standaardschema met vaccinaties op de leeftijd van 3, 5 en 11 maanden, na een maternale kinkhoest vaccinatie. Er zijn wel voorwaarden aan dit schema verbonden, 2) het aangepaste schema met vaccinaties op de leeftijd van 2, 3, 5 en 11 maanden, in geval niet aan de voorwaarden van het standaardschema is voldaan. In Hoofdstuk 7 Tijdstip van vaccinaties staan beide schema’s uitgewerkt.  Bij een start vanaf de leeftijd van 6 maanden wordt geen bescherming tegen kinkhoest meer verwacht door maternale antistoffen. Voor alle zuigelingen geldt dan een 0-1-3-9 maandenschema (met t=0, moment van eerste vaccinatie).
  3. Nieuw is dat het boosterinterval van 6 maanden een minimuminterval heeft van 5 maanden. Voorheen was dat 4 maanden, maar vanwege nieuwe inzichten is dit minimuminterval met een maand verlengd (zie Hoofdstuk 7 Tijdstip van vaccinaties).
  4. Voor kinderen die vanaf de leeftijd van 1 jaar starten met vaccineren, geldt een nieuw inhaalschema. Het schema is aangepast aan de inzichten dat een langer interval tussen de vaccinaties de voorkeur heeft boven een kort interval, omdat dat betere antistoftiters oplevert. DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio-(Hib)-HepB wordt toegediend in een 0-2-8 maandenschema (met t=0, moment van eerste vaccinatie). Zie paragraaf 10.1 Kaders voor inhaalschema’s.
  5. Meisjes worden vanaf 15 jaar volgens een 0-1-6-maandenschema tegen HPV gevaccineerd. De intervallen in dit schema zijn respectievelijk 1 maand en 5 maanden. Nieuw is dat het tweede interval een minimum van 4 maanden (120 dagen) heeft. Dat is langer dan voorheen en beter voor de antistofopbouw. Zie paragraaf  7.10 De HPV-vaccinaties.
  6. Minimumintervallen kunnen gehanteerd worden in situaties op individueel niveau, waarbij door omstandigheden de normale intervallen niet haalbaar zijn, bijvoorbeeld door een vertrek naar het buitenland. Voor reguliere planningen dienen streefintervallen altijd het uitgangspunt te zijn. Zie paragraaf 8.3 Intervallen.
  7. De indicatiestelling en opdrachtverlening is nader uitgewerkt. De indicatie voor het RVP staat beschreven in deze richtlijn en daarom hoeft de jeugdarts dit niet per kind te stellen. De taak van de jeugdarts is vooral het bepalen welk schema van toepassing is bij nieuwe kinderen (standaard of aangepast), op basis van eventuele aanwezige contra-indicaties voor het standaardschema. Verpleegkundigen en doktersassistenten mogen onder voorwaarden taken uitoefenen in het kader van het RVP. Ook dit staat beschreven in paragraaf 7.1 Indicatiestelling.
  8. De JGZJeugdgezondheidszorg wordt medisch inhoudelijk ondersteund door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. In Hoofdstuk 13 Contactgegevens is nog eens uiteengezet wat de juiste route is voor JGZ-professionals om antwoord op hun vragen te krijgen.
  9. De MenACWY-vaccinatie is vanaf 2020 voor zowel peuters van 14 maanden als voor jongeren in het jaar dat ze 14 jaar worden, onderdeel van het RVP.
  10. In verband met de maternale kinkhoestvaccinatie is in Hoofdstuk 5 in een tabel aangegeven hoe te handelen bij volwassenen met stollingsstoornissen. Dit advies is conform het advies van het LCR.

1.3 Gehanteerde definities

Waar ‘jeugdarts’ staat, kan ook verpleegkundig specialist of physician assistant gelezen worden.

1.4 Versiebeheer

Vastgesteld Landelijk RVPRijksvaccinatieprogramma-Overleg 3 december 2019. Publicatie: 31 december 2019.

Op 21 januari 2020 is versie 1.1 gepubliceerd. De versie bevat niet-inhoudelijke correcties. Ook is een weggevallen deel van Tabel 11 HPV-(inhaal)schema voor meisjes in hoofdstuk 10 hersteld.

8 april 2020: de blauwerandkaart vervangen door ‘vaccinregistratieformulier’ (deze naam dekt de lading beter). Link naar artikel NTVG over Maternale kinkhoestvaccinatie toegevoegd in H5.  Toegevoegd in 7.8: hoe te handelen in situatie DKTDifterie Kinkhoest Tetanus ipv DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio en in 10.5 in situatie DKT ipv DTPDifterie, Tetanus en Poliomyelitis.

11 mei 2020: tekstuele wijziging in 8.3 om uitzondering ‘voor of na een BCG-vaccinatie tegen tuberculose hoeft geen interval in acht te worden genomen’ duidelijker te maken.

20 mei 2020 in 20.2 MenACWY toegevoegd: De uitbraakmaatregel loopt in verband met de coronacrisis langer door, in plaats van  tot en met 30-6-2020, nu tot met 31-12-20. Daarna kunnen tieners tot hun 18e verjaardag op eigen verzoek nog wel gevaccineerd worden met MenACWY.

1 juli 2020: in versie 1.4 is toegevoegd:  Addendum 21 COVID19-pandemie. In deze fase van de epidemie zijn versoepelingen weer mogelijk, ook al blijft het onzeker of deze situatie overal zo blijft en of terugkeer naar vaccineren op individueel tijdstip weer noodzakelijk wordt. In het addendum bij de RVP-uitvoeringsrichtlijn staat het kader waarbinnen de vaccinatiesessies georganiseerd kunnen worden (o.a. anderhalve meter afstand).