Door naar volgend hoofdstuk

16.1 Postnataal

Baby’s van moeders die hepatitis B-drager zijn, hebben een verhoogd risico om ook hepatitis B-drager te worden. Deze baby’s krijgen direct na de geboorte hepatitis B-immunoglobuline en een hepatitis B-vaccinatie (dit noemen we ook wel de HepB-0-vaccinatie). Uiterlijk binnen 48 uur moet deze HepB-0-vaccinatie gegeven zijn. Zie ook LCI-richtlijn hepatitis B en draaiboek PSIE.

16.2 Op het consultatiebureau

Op het consultatiebureau wordt het combinatievaccin DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio-Hib-HepB gegeven, net zoals dit aan alle andere kinderen in Nederland. Tijdigheid is hierbij van groot belang. Deze eerste vaccinatie moet gegeven worden als de baby 6, 7, 8 of 9 weken oud is. De volgende vaccinaties worden volgens het 2-3-5-11-maandenschema toegediend. Baby’s van moeders die hepatitis B-drager zijn, krijgen dus in totaal vijf hepatitis B-vaccinaties aangeboden (eenmaal HepB-0 en viermaal DKTP-Hib-HepB).

Let op: Hep B-dragerschap bij de moeder is dus een indicatie voor het volgen van het ‘aangepaste schema’, met een vroege start bij 6-9 weken. Deze indicatie kan bij anamnese bij het eerste CB-bezoek gemakkelijk worden gemist. DVP stuurt daarom na de geboorte van een kind van een moeder met chronische hepatitis B een brief naar de JGZJeugdgezondheidszorg om de JGZ te informeren. De JGZ moet ervoor zorgen dat dit goed in het dossier van het kind komt te staan, zodat bij deze kinderen bij het eerste CB-bezoek altijd het aangepaste schema (2-3-5-11) wordt geïndiceerd.

16.3 Serologische controle

Bij baby’s van moeders die hepatitis B-drager zijn wordt via de huisarts serologisch onderzoek gedaan bij voorkeur 4-6 weken na de laatste DKTP-Hib-HepB-vaccinatie om te controleren of er ondanks vaccinatie een hepatitis B-infectie is opgetreden (HBsAg positief) en of de vaccinaties voldoende bescherming hebben gegeven tegen hepatitis B (anti-HBs ≥10 IE/l) (zie LCI-richtlijn hepatitis B). Als de periode van 4-6 weken is verstreken, dient het onderzoek zo spoedig mogelijk plaats te vinden. Na de laatste hepatitis B-vaccinatie informeert de JGZ de ouders over de serologische controle en geeft een verwijsbrief mee voor de huisarts. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVP-regiokantoor stuurt van tevoren een herinnering naar de JGZ samen met twee informatiebladen, één voor de ouders en één voor de huisarts, inclusief een antwoordformulier voor de huisarts. De huisarts zal het antwoordformulier na serologische controle terug sturen naar de JGZ. Na verwerking moet deze doorgestuurd worden naar het RIVM-DVP-regiokantoor voor monitoring van het programma en het eventueel opnieuw uitnodigen voor aanvullende vaccinaties. In geval van dragerschap wordt het kind via de huisarts verwezen naar een gespecialiseerd kinderarts. In geval van onvoldoende bescherming en dragerschap is uitgesloten, worden drie extra hepatitis B-vaccinaties gepland in een 0-1-2-maandenschema. De JGZ verwijst na een aanvullende vaccinatieserie nogmaals naar de huisarts voor een serologische controle.

Huisartsbezoek en de terugkoppeling van de huisarts naar de JGZ vereisen extra aandacht van de verantwoordelijke jeugdarts. Hoewel de huisarts het meest logische aanspreekpunt is voor de uitvoering van de controles, kan de jeugdarts ook samenwerking met de afdeling Infectieziektebestrijding van de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst zoeken. De afdeling Infectieziektebestrijding heeft vaak zelf mogelijkheden voor het uitvoeren van de controles, ze hebben de expertise, ervaring en ze hebben er belang bij om deze kinderen in beeld te krijgen voor de uitvoer van hun Wpg-taken.