Hier vinden zorgprofessionals meer informatie over verschillende onderwerpen binnen RSV Respiratoir Syncytieel Virus (Respiratoir Syncytieel Virus)-immunisatie.

Ben je geen zorgprofessional? Kijk dan bij de publieksinformatie.

Leeftijdsgrenzen voor RSV-immunisatie

Leeftijdsgrenzen voor RSV-immunisatie

In het eerste levensjaar

De RSV Respiratoir Syncytieel Virus (Respiratoir Syncytieel Virus)-immunisatie mag al direct na de geboorte gegeven worden. Dat gebeurt in andere landen ook. De meeste kinderen krijgen de prik alleen aangeboden in hun eerste levensjaar. Onder de 1 jaar lopen ze het hoogste risico op ernstige infectie, daarna wordt dat risico steeds lager. Alleen kinderen uit specifieke risicogroepen krijgen op indicatie van hun kinderarts ook nog in hun tweede levensjaar een RSV-immunisatie.

Immunisatie bij stollingsstoornis

Immunisatie bij stollingsstoornis

Stollingsstoornis bij het kindje zelf

Een stollingsstoornis kan een relatieve contra-indicatie zijn. In het webinar van MedischeScholing werd gezegd dat dit geen contra-indicatie is voor immunisatie, maar een intramusculaire injectie kan niet gegeven worden bij bepaalde stollingsstoornissen, zoals een verhoogde bloedingsneiging. Aangezien Beyfortus niet subcutaan gegeven mag worden is een stollingsstoornis soms wel een contra-indicatie. 
Zie ook: richtlijn Uitvoering RVP - Addendum: RSV-immunisatie baby's - hoofdstuk 3.3 Relatieve contra-indicaties

Stollingsstoornissen in de familie van het kindje

Is er een stollingsstoornis in de familie bekend? Dan moet volgens de richtlijn RSV-immunisatie de jeugdverpleegkundige contact opnemen met de jeugdarts. De jeugdarts beoordeelt dan of het kind de RSV-immunisatie mag krijgen. Deze beslissing hangt mede af van:

  • het type stollingsstoornis (wel of geen verhoogde bloedingsneiging)
  • de plaats in de familie waar de stoornis voorkomt (bijvoorbeeld bij ouders, broers of zussen, of bij verdere verwanten)

Bij het nemen van het besluit kan de jeugdarts gebruikmaken van richtlijnen. Ook kan de jeugdarts overleggen met een van de medisch adviseurs van het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) of met de specialist waar het familielid met de stollingsstoornis onder behandeling is.

Koorts

Koorts

Jonge baby’s (< 3 maanden) met koorts

Koorts is een contra-indicatie, maar ouders hoeven het kind niet standaard te temperaturen voordat de jeugdverpleegkundige op huisbezoek komt voor de RSV Respiratoir Syncytieel Virus (Respiratoir Syncytieel Virus)-prik. Dit is wel aan te raden als:

  • er twijfel is over de conditie van de baby, of
  • de baby erg warm of koud aanvoelt.

Verder gelden de regels net als bij de andere onderdelen van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP).

Oudere baby’s (> 3 maanden) met koorts

Ook als het kind ouder is dan drie maanden, is koorts een relatieve contra-indicatie. Als er koorts optreedt na de immunisatie, is het namelijk lastig om te bepalen of de koorts komt door de immunisatie of door de ziekte die het kind al had. Bovendien is het voor een ziek kind niet fijn om geprikt te worden en/of bijwerkingen te krijgen.

Maatwerk

Los daarvan verwachten we bij de RSV-immunisatie nauwelijks koorts of bijwerkingen. Medisch gezien kan het geen kwaad bij koorts te immuniseren. Maar de vraag is of het gewenst is. Daarom is maatwerk geboden.

Te hoge dosering

Te hoge dosering

Melden aan de ouders

We verwachten geen nadelige gevolgen van een te hoge dosering van Beyfortus. Maar het is wel netjes om de ouders te infomeren, gerust te stellen en aan te bieden om laagdrempelig contact op te nemen bij ongerustheid.
Kijk in de eigen organisatie hoe dit heeft kunnen gebeuren en maak daar een melding van.

Melden aan Lareb

Ook moet er een melding gedaan worden bij Lareb. Lareb meldt het incident daarna bij de fabrikant. Lareb is bij deze meldingen in het bijzonder geïnteresseerd:

  • of er ook een bijwerking is opgetreden (en zo ja, welke)
  • wat de toedracht van deze onjuiste toediening is geweest

Voor het melden van deze bijwerkingen kan gebruikgemaakt worden van het reguliere meldformulier op www.lareb.nl. De medicatiefout kan vervolgens beschreven worden bij het kopje 'Bijwerking'.

Zie ook:

Te lage dosering

Te lage dosering

Binnen enkele dagen inhalen

Heeft een kindje per ongeluk een te lage dosering van Beyfortus toegediend gekregen? Dan wordt geadviseerd om de hoeveelheid die te weinig is gegeven, alsnog op korte termijn te geven. Dit hoeft niet met spoed, maar liefst wel binnen enkele dagen. Bijvoorbeeld:

  • Is 50 mg toegediend, terwijl 100 mg geïndiceerd was? Dan kan de ontbrekende 50mg nog toegediend worden.
  • Betreft het een kindje uit de risicogroep die per ongeluk 100 mg heeft gekregen, in plaats van 200 mg? Dan kan er nog een dosis van 100 mg toegediend worden.

Let op: Het is wel goed om het gewicht of, bij een kind uit de risicogroep, de leeftijd van het kindje hierbij in overweging nemen. Is een kindje net boven de 5 kilo, of net boven de 1 jaar? Dan is een extra dosis mogelijk minder nodig dan bij zwaardere of oudere kinderen.

Spuit

Spuit

Ontluchten van de spuit

Sanofi (de producent van Beyfortus) meldt dat ontluchten van de kant-en-klare spuit niet nodig is, maar wel mag. Als de professional zelf eerst de zuiger terugtrekt, moet er wel ontlucht worden.

Vervoeren van de spuit

De inhoud van de spuit voor RSV Respiratoir Syncytieel Virus (Respiratoir Syncytieel Virus)-immunisatie levert geen risico’s op voor de volksgezondheid. We gaan er ook vanuit dat er (bijna) geen restmateriaal meer in de spuit zit na toediening. Verder is de spuit niet scherp. De spuit hoeft dan ook niet in de naaldencontainer afgevoerd te worden.

Om toch eventuele lekkage te voorkomen zou je het schroefdopje weer op de spuit terug kunnen plaatsen voor het vervoer. Als de spuiten eenmaal weer op het consultatiebureau zijn, is het advies ze op dezelfde manier af te voeren als andere vaccinflacons.

Zie ook: richtlijn Uitvoering RVP hoofdstuk 9. Vaccinatietechniek

Uitstellen van de RSV-immunisatie

Uitstellen van de RSV-immunisatie

Ouders willen de prik uitstellen

Willen ouders de prik liever uitstellen? Dan is het belangrijk om uit te leggen dat de jongste baby's het grootste risico lopen op ernstige infectie. Ouders mogen altijd zelf besluiten een RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma)-vaccinatie/immunisatie niet, of op een later tijdstip, toe te laten dienen. Zolang de latere toediening binnen de kaders valt, kan dit ook voor de RSV Respiratoir Syncytieel Virus (Respiratoir Syncytieel Virus)-immunisatie. De kaders hiervoor zijn:

  • tot een leeftijd van 1 jaar, en
  • niet tussen 1 april en 8 september

Ouders van baby's die behoren tot de catch-upgroep ontvangen eenmalig een herinneringsbrief vanuit het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) als de immunisatie tijdens de catch-upperiode niet is toegediend (volgens de gegevens die bekend zijn bij het RIVM). Ouders van baby's in de primaire groep krijgen geen schriftelijke herinnering, omdat zij op jonge leeftijd nog frequent gezien worden door de Jeugdgezondheidszorg (JGZ).

Ouders willen de prik uitstellen tot volgend seizoen

Willen ouders van een kindje dat eind maart is geboren de RSV-immunisatie uitstellen tot de start van het volgende RSV-seizoen? Leg dan uit waarom het advies is om de prik aan baby’s geboren tussen begin oktober en eind maart (de primaire groep) zo snel mogelijk te geven: hoewel de kans op een RSV-infectie aan het einde van het RSV-seizoen kleiner is, zijn het juist de jonge baby's die het grootste risico lopen op een ernstige infectie.

Ouders mogen altijd zelf besluiten een RVP-vaccinatie/-immunisatie niet, of op een later tijdstip, toe te laten dienen. Zolang de latere toediening binnen de kaders valt, kan dit ook voor de RSV-immunisatie. De kaders hiervoor zijn:

  • tot een leeftijd van 1 jaar, en
  • niet tussen 1 april en 8 september

Deze ouders ontvangen vanuit het RIVM geen herinneringsbrief voor de uitgestelde immunisatie.

RSV-immunisatie tegelijkertijd met andere vaccinaties

RSV-immunisatie tegelijkertijd met andere vaccinaties

Immunisatie tegelijk met vaccinatie

Een baby uit de catch-upgroep mag tegelijk met de RSV Respiratoir Syncytieel Virus (Respiratoir Syncytieel Virus)-immunisatie ook de RVP-vaccinaties krijgen. Er zijn geen interacties beschreven tussen de RSV-immunisatie en RVP-vaccinaties. Ze kunnen veilig tegelijkertijd worden toegediend.

Zie ook: richtlijn Uitvoering RVP hoofdstuk 8.2 Simultaan vaccineren

Spreiden van vaccinaties en immunisatie

Staan er drie vaccinaties en de RSV-immunisatie gepland, en willen ouders deze spreiden? Leg dan uit dat het medisch gezien niet nodig is om vaccinaties te spreiden. Willen ouders het toch spreiden? Dan is het aan te raden om vaccinaties met een vergelijkbaar bijwerkingenprofiel op hetzelfde moment toe te dienen. De pneumokokken- en DKTP Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis)-Hib-HepB-vaccinaties kunnen dan samen worden gegeven. Bij het maken van een afweging is het belangrijk om te kijken of het kind de eerste pneumokkken- en DKTP-Hib-HepB-vaccinaties al heeft gehad. In dat geval is er al enige bescherming opgebouwd.

Let ook op:

  • Factoren die het risico op een ernstig verloop van een RSV-infectie verhogen, zoals:
    • jonge leeftijd
    • een onderliggende medische aandoening
  • Leeftijdsgrenzen van bepaalde vaccins, zoals:
    • de rotavirusvaccinatie
  • Aanbevolen intervallen tussen vaccinaties die in een serie gegeven worden. Vaccins met hetzelfde interval worden bij voorkeur gelijktijdig toegediend.
  • Dat uitgestelde vaccinaties zo snel mogelijk alsnog worden gegeven, zodat het kind op het juiste moment optimaal beschermd is. 

Zie ook: richtlijn Uitvoering RVP hoofdstuk 8.3 Intervallen

Eerst rotavirusvaccin

Wordt een of meerdere vaccinaties tegelijk met de rotavirusvaccinatie toegediend? Dan adviseert de WHO om eerst het rotavirusvaccin toe te dienen en daarna de andere vaccinatie(s). Wetenschappelijk onderzoek heeft namelijk aangetoond dat het sucrosegehalte in het rotavirusvaccin een pijnverlagend effect heeft (WHO position paper over het verminderen van pijn tijdens vaccinatie).

Spreiden dubbele dosis RSV-immunisatie en BMR Bof, Mazelen en rodehond (Bof, Mazelen en rodehond)- en MenACWY-vaccinatie

Krijgt een kind op indicatie van de kinderarts een extra RSV-immunisatie met een dubbele dosis en staan ook de BMR- en MenACWY-vaccinatie gepland, en willen ouders de vier prikken spreiden? Leg dan uit dat het medisch gezien niet nodig is om de immunisaties en vaccinaties te spreiden.

Willen ouders de prikken toch spreiden? Dan is het belangrijk om beide RSV-immunisaties tegelijk te geven. De BMR- en MenACWY-vaccinaties kunnen dan met elk willekeurig interval apart worden gegeven, voor of na de RSV-immunisaties. Houd bij voorkeur het interval tussen de twee doses RSV-immunisatie en de BMR- en MenACWY-vaccinaties zo kort mogelijk, om tijdige bescherming tegen alle ziekten na te streven.

Immunisatie in een spier

Immunisatie in een spier

Wachttijd na immunisatie in een spier

Na een RSV Respiratoir Syncytieel Virus (Respiratoir Syncytieel Virus)-immunisatie in een spier kun je de volgende dag al in dezelfde spier vaccineren. Op dat moment heeft het volume van de nirsevimab-immunisatie en de nirsevimab zelf zich al verspreid in de omgeving. Een nieuwe injectie op dezelfde plek is dan geen probleem.

Maternale vaccinatie tegen RSV

Maternale vaccinatie tegen RSV

Dezelfde bescherming

De maternale vaccinatie en de RSV-immunisatie werken ongeveer even goed en beschermen allebei ongeveer 6 maanden. Bij maternale vaccinatie is de baby direct vanaf de geboorte beschermd. Bij de RSV-immunisatie is de baby vrijwel direct na het moment waarop de immunisatie wordt toegediend beschermd.

Timing

Bij de maternale vaccinatie is de timing van de geboorte ten opzichte van het seizoen belangrijk. Als de baby in mei wordt geboren, is de bescherming van mei tot ongeveer november. Dat is niet lang genoeg om het hele RSV-seizoen beschermd te zijn.

De timing van de RSV-immunisatie is nauwkeuriger, die geef je vlak voor het seizoen of in het seizoen aan de baby, en dan is de baby het hele seizoen beschermd.

De maternale vaccinatie is geen is geen contra-indicatie voor de RSV-immunisatie.

Andere oorzaken voor minder antistoffen

Naast ongunstige timing, kunnen er ook andere oorzaken zijn waardoor een baby na maternale vaccinatie toch onvoldoende antistoffen heeft. Deze staan beschreven in de richtlijn Uitvoering RVP - Addendum: RSV-immunisatie baby's - hoofdstuk 4.1.1 Bijzondere situaties.

Beschikbaarheid van RSV-immunisatie bij huisarts en GGD

Beschikbaarheid van RSV-immunisatie bij huisarts en GGD

Alleen via RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)-DVP

Op dit moment is de RSV Respiratoir Syncytieel Virus (Respiratoir Syncytieel Virus)-immunisatie nog niet op de markt. Het kan dus niet besteld worden via huisarts, (ziekenhuis)apotheek of GGD Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst) en op eigen verzoek worden toegediend. Vanaf september is het beschikbaar via het Rijksvaccinatieprogramma. JGZ Jeugdgezondheidszorg (Jeugdgezondheidszorg)-organisaties en ziekenhuisapotheken kunnen via de RIVM-DVP-regiokantoren RSV-immunisaties bestellen voor het RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma).

Wetenschappelijke informatie

Wetenschappelijke informatie

Wetenschappelijke bronnen

Willen ouders meer weten over wetenschappelijk onderzoek over de RSV-immunisatie? Lees dan eens:

  • De LCI-factsheet RSV-vaccinatie/-immunisatie 
    Hierin staat veel achtergrondinformatie over de beschikbare RSV-vaccinaties en -immunisaties. Inclusief verwijzingen naar wetenschappelijke studies die de effectiviteit van Beyfortus hebben aangetoond.
  • Het artikel over RSV-immunisatie in het Infectieziekten Bulletin (oktober 2025) 
    Dit artikel gaat over de start van de RSV-immunisatie in Nederland en het onderzoek dat is opgezet om het bereik, de effectiviteit en veiligheid van de RSV-immunisatie in Nederland te volgen.
Baby in het ziekenhuis

Baby in het ziekenhuis

Gezonde baby bij moeder in het ziekenhuis

Is de moeder opgenomen na de bevalling en verblijft de gezonde pasgeborene bij haar in het ziekenhuis? Dan zijn er twee mogelijkheden:

  • Of de kinderarts wordt in consult geroepen en de immunisatie wordt in het ziekenhuis toegediend.
  • Of de andere ouder wordt geadviseerd met het kind een afspraak bij de JGZ Jeugdgezondheidszorg (Jeugdgezondheidszorg) te maken.

Welke route wordt gekozen, hangt af van de werkafspraken in het ziekenhuis.

Pijnvermindering

Pijnvermindering

Oplossingen voor pijnvermindering

Vaak zijn extra accessoires en/of handelingen gericht op pijnvermindering aan de JGZ Jeugdgezondheidszorg (Jeugdgezondheidszorg)-organisatie zelf. 

Zie ook: richtlijn Uitvoering RVP hoofdstuk 9.3 Aandacht voor pijnvermindering bij vaccineren 
Hierin staat informatie over sabbelen tijdens de injectie, borstvoeding en sucrose in de rotavirusvaccinatie.

Sucrose wordt niet specifiek aangeraden of afgeraden tijdens de RSV Respiratoir Syncytieel Virus (Respiratoir Syncytieel Virus)-immunisatie. Het wordt her en der in ziekenhuizen wel gebruikt bij andere prikken, maar er zijn ook wat tegengeluiden, vooral gericht op de associatie tussen suiker/zoetigheid en comfort/veiligheid.

Interval bij geplande operatie

Interval bij geplande operatie

Interval bij geplande operatie

Op dit moment hanteren we een interval van 48 uur tussen de RSV Respiratoir Syncytieel Virus (Respiratoir Syncytieel Virus)-immunisatie en een geplande operatie, zoals ook geldt voor de geïnactiveerde RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma)-vaccinaties. We zijn met kinderartsen in overleg of dit interval voor de RSV-immunisatie wellicht kan vervallen, omdat er weinig bijwerkingen verwacht worden.

Inbakeren na de RSV-immunisatie

Inbakeren na de RSV-immunisatie

Advies over inbakeren na RSV Respiratoir Syncytieel Virus (Respiratoir Syncytieel Virus)-immunisatie

In principe is het advies om de eerste 24 uur na een vaccinatie niet in te bakeren in verband met reacties (koorts) op de vaccinaties. Na de RSV-immunisatie is er minder kans op bijwerkingen dan bij de vaccinaties uit het RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma). Inbakeren mag wel, maar het advies is om extra oplettend te zijn. Een kind kan in principe altijd koorts krijgen, dus zorg dat het niet te warm is ingebakerd en dat het warmte kwijt kan. Let op: 

  • los/vast inbakeren
  • luchtige kleding
  • niet te warme kamer
  • niet te warm beddengoed