Veel kinderen vinden een vaccinatie spannend. Dit kan komen door een eerdere vervelende ervaring, of omdat ze niet goed weten wat er gaat gebeuren. Kinderen ervaren een vaccinatie vaak als prettiger als zij en hun ouder goed voorbereid en ontspannen zijn. Hieronder lees je wat je kunt doen om jezelf en je kind voor te bereiden op een vaccinatie.
Wat kun je doen vóór de vaccinatie?
Rustig uitleggen
Je kunt je kind voorbereiden door rustig uit te leggen wat er gaat gebeuren. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Je krijgt een medicijn in je arm of been. Dat helpt om gezond te blijven.”
Vermijd het woord ‘pijn’
Wees eerlijk over het gevoel, maar gebruik liever niet het woord ‘pijn’. Je kunt zeggen:
“Ik weet niet hoe het voor jou zal voelen. Sommige kinderen voelen niets, anderen voelen een drukkend gevoel of vinden het niet zo fijn voelen. Vertel je mij hoe het voor jou voelt?”
Zelf laten kiezen
Geef je kind, als dat kan, een paar keuzes . Zelf mogen kiezen geeft je kind een gevoel van controle en maakt minder bang. Je kind kan bijvoorbeeld kiezen:
- waar het wil zitten (bij jou op schoot of op een stoel);
- welk speelgoed of welke knuffel het wil vasthouden;
- welk filmpje het wil kijken.
Over andere dingen praten
Als alles is besproken, is het goed om juist over andere dingen te praten. Praat over leuke dingen, maak grapjes of zing een liedje. Zo gaat je kind rustiger naar de afspraak.
Pleisters en crèmes die de huid verdoven
Een vaccinatie kan gevoelig zijn. Er bestaan pleisters en crèmes die de huid verdoven. Deze zijn te koop bij de apotheek of drogist. Overleg vóór de afspraak met het consultatiebureau of de jeugdgezondheidszorg waar op het lichaam de vaccinatie wordt gegeven. Doe de pleister of crème minstens één uur voor de afspraak op de huid waar de vaccinatie ingaat.
Hulpmiddelen die de pijn verminderen
Er zijn ook hulpmiddelen die de pijn kunnen verminderen tijdens het vaccineren. Deze prikkelen de zenuwen, waardoor pijn minder sterk wordt gevoeld. Een voorbeeld hiervan is een ‘shotblocker’. Niet elke organisatie heeft deze hulpmiddelen. Je kunt ze soms zelf kopen. Overleg het gebruik hiervan altijd met het consultatiebureau of de jeugdgezondheidszorg.
Informatie voor jongeren
Is je kind al tiener? Dan kan het zelf ook informatie lezen op Jouw GGD.
Wat kun je doen tijdens de vaccinatie?
Blijf rustig
Probeer zelf rustig te blijven. Dat helpt je kind. Probeer rustig te ademen en praat met een kalme stem. Denk je dat dit moeilijk wordt? Bespreek dit dan vooraf met de zorgverlener. Die kan je helpen.
Op schoot
Laat je baby of jonge kind bij je op schoot zitten als het de vaccinatie krijgt. Huid-op-huidcontact kan helpen. Houd de arm of het been rustig vast, neem het kind niet in de houdgreep.
Afleiding helpt
Afleiding helpt om minder aan de vaccinatie te denken. Je kunt je kind afleiden door te praten, een liedje te zingen, een spelletje te doen, speelgoed te geven of een filmpje te laten zien. Bij jonge kinderen helpt borstvoeding of flesvoeding. Ook sabbelen op bijvoorbeeld een speen, vinger of doek kan helpen.
Groepsvaccinatie of aparte afspraak
Soms zijn er groepsvaccinaties waarbij veel kinderen tegelijk worden gevaccineerd. Medewerkers proberen rekening te houden met ieder kind. Denk je dat jouw kind meer rust of aandacht nodig heeft? Neem dan contact op met het consultatiebureau of de jeugdgezondheidszorg om een aparte afspraak te maken.
De CARD-methode
De tips hierboven komen ook terug in de CARD-methode. Deze methode zorgt voor een prettige vaccinatie-ervaring door:
- Comfort: zorg voor makkelijke kleding en een fijne houding (zittend of liggend).
- Ask (vragen): laat je kind vragen stellen. Help als je kind iets niet durft te vragen.
- Relax (ontspannen): gebruik rustige, positieve woorden en help met rustig ademhalen.
- Distract (afleiden): leid af met een gesprek, muziek of een filmpje op de telefoon.
Compliment geven
Na de vaccinatie kan je kind verdrietig zijn. Knuffel en troost je kind. Zeg geen sorry voor de vaccinatie, want dat kan het juist negatiever maken. Geef liever een compliment, bijvoorbeeld: “Ik zag dat je het spannend vond. Wat knap dat je toch zo goed stil bleef zitten!”
Nabespreken
Bespreek samen wat goed ging en wat de volgende keer beter kan. Dit kan helpen bij toekomstige vaccinaties.
Meer informatie
Bekijk voor meer informatie: Folder helpend taalgebruik - PROSA Network.