Publicatie: 18 december 2015 - Gewijzigd: 8 maart 2018

1. Wat is het verschil tussen reguliere JGZ en PGA (Publieke Gezondheidszorg aan Asielzoekers)?

1. Wat is het verschil tussen reguliere JGZ en PGA (Publieke Gezondheidszorg aan Asielzoekers)?

COA heeft een contract met GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst GHORGeneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio Nederland afgesloten voor het uitvoerenvan de publieke gezondheidszorg aan asielzoekers. GGD GHOR Nederland heeft onderaannemersovereenkomsten afgesloten met de GGD'en en instellingen JGZJeugdgezondheidszorg voor de uitvoering van PGA en de PGA JGZ. De JGZ in de regio’s met een COA locatie is dus verantwoordelijk voor PGA-JGZ zoals is afgesproken en wordt gefinancierd via GGD GHOR Nederland. Zodra een statushouders kind met een (tijdelijke) verblijfstatus in de gemeente komt wonen, valt het onder de reguliere JGZ en wordt er niet meer gesproken van PGA.

2. Met welke asielzoekers-/vluchtelingenkinderen kan de JGZ te maken krijgen?

2. Met welke asielzoekers-/vluchtelingenkinderen kan de JGZ te maken krijgen?

De kinderen kunnen verdeeld worden in 4 groepen, afhankelijk van de status die ze hebben en de locatie waar ze verblijven. Zie ook paragrafen 2 en 3 van Asielzoekerskinderen en het RVPRijksvaccinatieprogramma.

  • Asielzoekerskinderen in COA-locaties. Bij hen is de PGA verantwoordelijk voor het RVP.
  • Kinderen die een (tijdelijke) verblijfstatus hebben gekregen en zijn gehuisvest in een gemeente. Bij hen is de reguliere JGZJeugdgezondheidszorg verantwoordelijk voor het RVP.
  • Kinderen die direct als nieuwkomer/vestiger (en niet via COA) in de gemeenten zijn gehuisvest. Bij hen is de reguliere JGZ al direct verantwoordelijk voor het RVP. Zie paragrafen 3 en 4 van Asielzoekerskinderen en het RVP.

 

3. Hoe weet de JGZ of er een asielzoekerskind/statushouderskind in het werkgebied is komen wonen?

3. Hoe weet de JGZ of er een asielzoekerskind/statushouderskind in het werkgebied is komen wonen?

JGZJeugdgezondheidszorg-organisaties hebben de taak alle kinderen snel in beeld te hebben. 

  • Iedere GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst die de PGA JGZ uitvoert, heeft toegang tot het bewonersinformatiesysteem van COA (IBIS), waar alle asielzoekerskinderen in staan. De instellingen JGZ die de PGA JGZ in de COA locaties uitvoeren, krijgen bewonersgegevens van de locaties van GGD GHORGeneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio NL.. 

Iedere JGZ-organisatie heeft toegang tot de mutaties van de gemeentelijke Basisregistratie Personen (BRP, voorheen: GBAGemeentelijke Basis Administratie). 

4. Wanneer krijgen asielzoekerskinderen het RVP aangeboden?

4. Wanneer krijgen asielzoekerskinderen het RVP aangeboden?

Asielzoekerskinderen en amv die binnenkomen in een COA-locatie krijgen vanaf het verblijf in een POL (tot leeftijd van 18 jaar) en later  een AZC of GLO (tot de leeftijd van 18 jaar) het RVPRijksvaccinatieprogramma aangeboden. Bij hen doet de PGA-jeugdarts in principe de vaccinatie-intake en vult het vaccinatiestatus en –opdrachtformulier in. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu noteert de ontvangen vaccinatiegegevens in Praeventis. Als het formulier 20 weken na binnenkomst in Nederland nog niet is binnengekomen, stuurt RIVM-DVP een volledige set vaccinatiekaarten naar de ouders, passend bij de leeftijd van het kind. Als zij op een gegeven moment een verblijfstatus krijgen en in een gemeente worden geplaatst, vallen zij vanaf dat moment onder reguliere JGZJeugdgezondheidszorg. Zie paragrafen 2 t/m 4 van Asielzoekerskinderen en het RVP.

5. Wat zijn de afspraken als een kind na het doorlopen van de asielprocedure met een verblijfstatus in de gemeente komt?

5. Wat zijn de afspraken als een kind na het doorlopen van de asielprocedure met een verblijfstatus in de gemeente komt?

Vanaf dat moment valt het kind onder de reguliere JGZJeugdgezondheidszorg. Soms mist (in eerste instantie) de overdracht van PGA-JGZ en soms is het vaccinatieplan niet opgestuurd naar het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. De jeugdarts heeft dan geen beschikking over alle vaccinatiegegevens. Vraag, in afwachting van het RVPRijksvaccinatieprogramma-vaccinatiebewijs, aan de ouders naar het gele vaccinatieboekje.het kind heeft inmiddels een bsnBurger Service Nummer, dus status opvraag via de koppeling DD JGZ en Praeventis is ook een optie. De vaccinaties kunnen ook in het groeiboekje genoteerd zijn.

Soms is de asielprocedure zo snel geweest, dat er überhaupt nog geen vaccinatie-intake door de jeugdarts van de PGA is gedaan. De reguliere jeugdarts moet dan alsnog de vaccinatiestatus beoordelen en een vaccinatieplan maken. Gebruik hiervoor het vaccinatiestatus en –opdrachtformulier en stuur dit op naar RIVM -DVP.

6. Welke kinderen komen meteen als nieuwkomer in de gemeente wonen?

6. Welke kinderen komen meteen als nieuwkomer in de gemeente wonen?

Dit zijn bijvoorbeeld kinderen in het kader van gezinshereniging en soms uitgenodigde vluchtelingen. Zij vallen onder de categorie ‘vestigers’.

Nota Bene: niet alle kinderen die in het kader van gezinshereniging een (tijdelijke) verblijfstatus hebben, komen binnen als ‘vestiger’. Soms komen zij toch binnen via COA, terwijl zij dan niet altijd ook in een COA-locatie hebben verbleven. In die gevallen worden zij echter wel gezien als asielzoekerskind en niet als vestiger. Het is dan aan de jeugdarts om een vaccinatie-intake te doen en een plan om te stellen. Ook zijn kinderen van migranten/expats/arbeidsmigranten/verhuizer binnen Nederland vestigers.

7. Wat zijn de afspraken als kinderen als nieuwkomer meteen in de gemeente komen wonen en dus niet eerst via de COA worden opgevangen?

7. Wat zijn de afspraken als kinderen als nieuwkomer meteen in de gemeente komen wonen en dus niet eerst via de COA worden opgevangen?

Zij vallen vanaf het begin onder de verantwoordelijkheid van de reguliere JGZJeugdgezondheidszorg. Bij deze nieuwkomers verstuurt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVP een zogenaamde welkomstbrief naar ouders met het verzoek een kopie van het vaccinatiebewijs van hun kind op te sturen. De brief is in zowel Nederlands als Engels geschreven. Ouders krijgen vervolgens een ingevuld RVPRijksvaccinatieprogramma-vaccinatiebewijs en vaccinatiekaarten opgestuurd, én gegevens van de organisatie met wie ze contact op kunnen nemen voor de vaccinaties. Als ouders niet reageren, stuurt het RIVM-DVP een volledige set vaccinatiekaarten op met een blanco RVP-vaccinatiebewijs. Dit doet het RIVM-DVP bij kinderen in de leeftijd tot 13 jaar. Dat is zo bepaald door het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Nota Bene: ook bij deze kinderen met een (al dan niet volledige) set oproepkaarten is het altijd uiteindelijk aan de jeugdarts om de indicatie voor het RVP te stellen en het uiteindelijke vaccinatieplan te maken. De oproepkaarten zijn slechts een hulpmiddel.

8. Wie is verantwoordelijk voor het beoordelen van de vaccinatiestatus?

8. Wie is verantwoordelijk voor het beoordelen van de vaccinatiestatus?

De jeugdarts is in alle gevallen verantwoordelijk voor het beoordelen van de vaccinatiestatus en het maken van een vaccinatieplan, óók als er oproepkaarten zijn verstuurd door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

9. Wanneer ondersteunt RIVM-DVP met het vertalen van het vaccinatiebewijs?

9. Wanneer ondersteunt RIVM-DVP met het vertalen van het vaccinatiebewijs?

  • Bij nieuwkomers/vestigers die zich meteen in de gemeente vestigen en niet via de COA-opvang in de gemeente zijn gekomen, verstuurt het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVP een zogenaamde welkomstbrief naar ouders met het verzoek een kopie van het vaccinatiebewijs van hun kind op te sturen. De brief is in zowel Nederlands als Engels geschreven. Ouders krijgen vervolgens een ingevuld RVPRijksvaccinatieprogramma-vaccinatiebewijs en vaccinatiekaarten opgestuurd, én gegevens van de organisatie met wie ze contact op kunnen nemen voor de vaccinaties. Als de informatie van ouders uitblijft, verstuurt het RIVM-DVP een volledige set vaccinatiekaarten met een blanco RVP-vaccinatiebewijs. Dit doet het RIVM-DVP bij kinderen in de leeftijd tot 13 jaar. Bij oudere kinderen tot 18 jaar biedt het RIVM-DVP deze ondersteuning niet. Wel worden al toegediende vaccinaties geregistreerd en vaccinaties, in het kader van het RVP in Nederland toegediend, ook uitbetaald. Dat is zo bepaald door het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Bij asielzoekerskinderen krijgt de PGA JGZJeugdgezondheidszorg, een vergoeding voor het uitvoeren van de dienstverlening en het uitvoeren van het RVP. Het laten vertalen van een vaccinatiebewijs valt hier niet onder. Mogelijk hebben deze kinderen geen vaccinatiebewijs bij zich. Het intakegesprek is bij hen het belangrijkste instrument voor het bepalen van de vaccinatiestatus. 
10. Moet een kind dat geen schriftelijk bewijs van vaccinatie heeft, als ongevaccineerd beschouwd worden?

10. Moet een kind dat geen schriftelijk bewijs van vaccinatie heeft, als ongevaccineerd beschouwd worden?

Nee, het intakegesprek is het belangrijkste instrument voor het bepalen van de vaccinatiestatus. Dit gesprek vindt plaats met behulp van een tolk. De jeugdarts maakt een professionele inschatting van welke vaccinaties al zijn gegeven.

11. Hoe beoordeelt de jeugdarts de vaccinatiestatus?

11. Hoe beoordeelt de jeugdarts de vaccinatiestatus?

Het intakegesprek is het belangrijkste instrument voor het bepalen van de vaccinatiestatus. Dit gesprek vindt plaats met behulp van een tolk.

In de reguliere JGZJeugdgezondheidszorg is er geen vergoeding van de tolkdienst. Soms is kennis van de Engelse taal voldoende en helpt het gebruik van google translate of een vertaalapp op de telefoon. Soms moet het vaccinatiebewijs worden vertaald. Het gebruik van een tolk in de reguliere JGZ wordt sterk geadviseerd zodat er informed consent gevaccineerd kan worden.

Tips voor de beoordeling van de vaccinatiestatus zijn:

De jeugdarts maakt een professionele inschatting van welke vaccinaties al zijn gegeven. 

12. Waar staat het vaccinatieprogramma precies op de WHO-site en hoe interpreteer je deze?

12. Waar staat het vaccinatieprogramma precies op de WHO-site en hoe interpreteer je deze?

  • Ga naar de website van de WHO
  • Dit kan ook via de pagina Richtlijnen op deze website.
  • Selecteer het betreffende land (bijvoorbeeld Syrië)
  • Scrol op de pagina naar beneden naar Immunization Schedule.
  • Je ziet dan welke vaccins op welke leeftijd worden gegeven. Ook kun je zien of dat voor de algemene bevolking geldt of alleen bij risicogroepen.
Vaccineerschema andere landen

Let op:

  • Het vaccinatieschema op de WHO-site is het huidige schema en laat niet zien wat het schema in het verleden was. Het bovenstaande vaccinatieschema van Syrië is bijvoorbeeld afgelopen jaren elk jaar aangepast. Voor oudere kinderen heeft dus een ander schema gegolden dan nu op de WHO-site staat (zie ook vraag 17 voor aandachtspunten voor kinderen uit Syrië).
  • Het vaccinatieschema is geen garantie dat een individueel kind dat ook precies heeft gevolgd. Vooral in gebieden waarin door oorlog of anderszins de gezondheidszorg niet overal voor iedereen toegankelijk is geweest, is zorgvuldigheid geboden. De anamnese (eventueel aangevuld met vaccinatiepapieren) moet dan uitwijzen of het aannemelijk is dat het kind daadwerkelijk vaccinaties heeft gehad en welke.
    Nota Bene: bedenk dat de vraag: ‘heeft uw kindje alle vaccinaties gehad’? Opgevat kan worden als: ‘ja, elke keer als ons vaccinaties werden aangeboden, hebben we die aangenomen’, waarbij niet duidelijk is of alle vaccinaties van het schema ook echt aangeboden zijn.
  • Door met de pijl op de naam van het vaccin te staan, wordt getoond waar de afkorting voor staat. Bijvoorbeeld bij DTaPHibIPV wordt dan getoond: Diphteria and tetanus toxoid with acellular pertussis, Hib and IPV vaccine.
  • Er zijn verschillende soorten vaccins tegen pneumokokken en meningokokokken: geconjugeerde vaccins en polysacchardidevaccins. Polysaccharidevaccins zijn niet geschikt voor gebruik onder de leeftijd van 2 jaar; ook werken zij minder goed en minder langdurig. In Nederland maken we gebruik van geconjugeerde vaccins, die al bij zuigelingen gebruikt kunnen worden. Zij worden vaak aangeduid met de toevoeging ‘_conj’. Bij twijfel over wél soort vaccin is gegeven, kan men beter opnieuw vaccineren met geconjugeerd vaccin.
  • Soms staat bij bepaalde vaccins ‘afhankelijk van de beschikbaarheid van het vaccin’. Er wordt bedoeld dat er ofwel een combinatievaccin (bijvoorbeeld) DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio-Hib-HepB wordt gebruikt, ofwel dat er wordt gevaccineerd met een combinatievaccin met minder componenten en daarnaast losse vaccinaties (bijvoorbeeld polio- en of hepB-vaccins).
13. Wat betekenen de afkortingen van op vaccinatiebewijzen of op de WHO-site?

13. Wat betekenen de afkortingen van op vaccinatiebewijzen of op de WHO-site?

Internationale afkortingen van vaccincomponenten

Difterie 

aP/wP 

Kinkhoest (Pertussis) 

T/TT/ 

Tetanus 

Td 

Tetanus en difterie 

IPV/OPV 

Polio (i.m./oraal) 

Hib 

Haemophilus influenzae b  

HepB 

Hepatitis B 

Pneumo_conj/ PCV 

Pneumokokken (geconjugeerd)  

MMR  

BMRBof, mazelen, rodehond (Mumps, Measles, Rubella)  

MenC_conj  

Meningokokken C (geconjugeerd)  

HPV 

Humaan Papilloma Virus 

14. Wat doe ik als ik een vaccinnaam niet herken?

14. Wat doe ik als ik een vaccinnaam niet herken?

Gebruik Google om de bijsluiter van het vaccin op te zoeken. Daarin staat altijd welke vaccincomponenten het vaccin bevat. Op sommige vaccinatiebewijzen staan termen als tri/quatro/penta/hexa-valent vaccin. Dit betekent dat het vaccin respectievelijk 3/4/5/6 vaccincomponenten bevat maar geeft niet aan welke componenten dit zijn. Het ene penta-vaccin is dus het andere niet.

15. Wat doe ik als ik de precieze data van gegeven vaccinaties niet kan achterhalen?

15. Wat doe ik als ik de precieze data van gegeven vaccinaties niet kan achterhalen?

Bij het ontbreken van vaccinatiepapieren kan de jeugdarts op basis van o.a. de anamnese een professionele inschatting maken dat bepaalde vaccinaties al wel zijn gegeven (zie vragen 11 t/m 15). Vaak is het dan niet mogelijk de precieze data te achterhalen. Vul dan op het vaccinatiestatus en –opdrachtformulier fictieve data in, waarvan je het waarschijnlijk acht dat die vaccinaties rondom die tijd zijn gegeven en geef daarbij aan dat het fictieve data zijn. Je kunt in plaats daarvan ook de leeftijden vermelden waarop de vaccinaties zijn gegeven (bijvoorbeeld: 2 maanden, 4 jaar, etc). De (fictieve) data zijn nodig om de vaccinaties te kunnen invoeren in het centrale registratiesysteem Praeventis, en daarmee de juiste vaccinatiestatus van het kind te tonen. Vaccinaties van aldus fictieve data worden ingevoerd als ‘gegevens verstrekt door ouders’.

16. Op het buitenlands vaccinatiebewijs staan vaccinaties die voor de geboortedatum zijn toegediend. Hoe kan dat?

16. Op het buitenlands vaccinatiebewijs staan vaccinaties die voor de geboortedatum zijn toegediend. Hoe kan dat?

De islamitische jaartelling is anders en kent geen schrikkelmaanden. Mogelijk zit daar de oorzaak. Veel islamitische landen gebruiken overigens wel onze universele jaartelling. Ook kan er een verwisseling van kinderen hebben plaats gevonden. Vraag aan de ouders wat de reden zou kunnen zijn. Als je overtuigd bent dat dit kind de vaccinaties op het vaccinatiebewijs wel gehad heeft, pas dan de vaccinatiedata aan zodat het klopt. De geboortedatum kan niet aangepast worden en blijft zoals ouders het hebben opgegeven. Of via de COA gegevens binnen komt.

17. Hoe is de vaccinatiegraad en het vaccinatieschema in Syrië en welke aandachtspunten zijn er hierbij?

17. Hoe is de vaccinatiegraad en het vaccinatieschema in Syrië en welke aandachtspunten zijn er hierbij?

Sinds het uitbreken van de oorlog is de vaccinatiegraad gedaald en is de anamnese extra belangrijk om te achterhalen hoeveel vaccinaties een kind al heeft gehad. Het schema op de website van de WHO is de laatste jaren elk jaar aangepast.

Schema dat in 2015 op de WHO-site stond:

 

Schema dat in 2016 op de WHO-site stond:

 

Schema dat momenteel op de WHO-site staat:

Voor oudere kinderen uit Syrië is het dus niet verstandig om uit te gaan van het schema zoals dat nu op de WHO-site staat. Dit maakt ook weer duidelijk hoe belangrijk de anamnese is bij de inventarisatie van de reeds toegediende vaccinaties.  

Algemene (aandachts)punten bij kinderen uit Syrië zijn:

  • Indien een kind tot en met 18 maanden alle vaccinaties in Syrië heeft gehad (en dus al die tijd goede toegang had tot gezondheidszorg en vaccinaties), dan is het kind basisimmuun voor DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio en Hib.
  • Oudere kinderen hebben mogelijk een schema HepB-vaccinaties gehad bij geboorte, rond 2 mnd en rond 6 mnd. Volgens onze huidige normen is het interval tussen de 2e en de 3e vaccinatie suboptimaal om dit als een volledige serie te beschouwen. Laagdrempelig nog een HepB-vaccinatie wordt daarom geadviseerd.
  • De boostervaccinaties die in Nederland rond 4 jr (DKTP) en 9 jaar worden gegeven, werden/worden in Syrië niet op een gelijkwaardige wijze gegeven. Bij kinderen vanaf ± 3½ jr, die basisimmuun zijn, is dus vaak een boostervaccinatie geïndiceerd. Tot 6 jr is dat DKTP, vanaf  6  jr DTPDifterie, Tetanus en Poliomyelitis.
    Als er ook een HepB is geïndiceerd en/of als er ook maar enige twijfel is over de basisimmuniteit, kan dat een DKTP-HepB (Infanrix Hexa met of zonder Hib) zijn.
  • In het Syrische schema zit al geruime tijd de BMRBof, mazelen, rodehond-1 bij 12 mnd en de BMR-2 bij 18 mnd. Als deze daadwerkelijk allebei gegeven zijn, vervalt dan de indicatie voor onze BMR-2 rond 9 jr. Als er ook maar enige twijfel over bestaat, is het advies om laagdrempelig toch een BMR-2 te geven (ofwel te indiceren rond 9 jr), aangezien we weten dat de immuunstatus tegen mazelen bij volwassen asielzoekers niet altijd optimaal is en in Nederland mazelenepidemieën af en toe voorkomen.
  • In Syrië wordt niet standaard tegen Pneumokokken gevaccineerd, dus kinderen <2 jr dienen deze alsnog te krijgen.
  • In Syrië wordt op oudere leeftijd (6 of 12) gevaccineerd tegen MenACWY; het is onduidelijk of dat een polysaccharide- of een geconjugeerd vaccin is, waarschijnlijk het 1e.  Daarom wordt geadviseerd om in Nederland alsnog  een vaccinatie tegen MenC (vanaf mei 2018: MenACWY) te geven.
18. Wie is verantwoordelijk voor het maken van het vaccinatieplan?

18. Wie is verantwoordelijk voor het maken van het vaccinatieplan?

De jeugdarts is ten allen tijde verantwoordelijk voor het maken van het vaccinatieplan. Dit geldt óók als er oproepkaarten zijn verstuurd door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVP. Deze gelden slechts als hulpmiddel.

19. Wanneer ondersteunt RIVM-DVP bij het maken van het vaccinatieplan?

19. Wanneer ondersteunt RIVM-DVP bij het maken van het vaccinatieplan?

De vaccinatiestatus is bekend als:

  • Deze al (door een jeugdarts in een andere organisatie) gemaakt is en een kopie is opgestuurd naar RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVP
  • De ouders van een nieuwkomer/vestiger een kopie van het vaccinatiebewijs heeft opgestuurd naar RIVM-DVP

Hierover kan contact opgenomen worden met een medewerker van het regiokantoor RIVM-DVP.
Let Op: het kan zijn dat de gegevens in Praeventis niet compleet zijn, als eerder niet alle gegevens bekend waren. De anamnese blijft dus het belangrijkste instrument. Als er nog geen vaccinatiestatus bekend is en geen plan gemaakt is, kan de jeugdarts –indien nodig-contact opnemen met de medisch adviseur van het regiokantoor RIVM-DVP voor ondersteuning bij het maken van het plan.

20. Hoe maakt de jeugdarts het vaccinatieplan?

20. Hoe maakt de jeugdarts het vaccinatieplan?

  • Leidraad voor het maken van een plan vind je in de Richtlijn Uitvoering RVP 2018, hoofdstuk 9, inhaalschema’s en beslisboom
  • De stelregel is niet meer vaccinaties geven dan nodig, maar bij twijfel over een toegediende vaccinatie deze vaccinatie alsnog toedienen. Liever een vaccinatie teveel dan te weinig. Zo wordt er optimale bescherming tegen de doelziekten geboden. 
  • Asielzoekerkinderen krijgen het reguliere RVPRijksvaccinatieprogramma met 2 aanvullingen:
    • BMRBof, mazelen, rodehond-0 op leeftijd van 9 maanden
    • Alle kinderen komen in aanmerking voor HepB-vaccinatie, dus ongeacht de leeftijd. 

De jeugdarts maakt een professionele inschatting van welke vaccinaties al zijn gegeven.

  1. Is de basisimmuniteit voor DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio en Hepatitis B voltooid?
    Is de basisimmuniteit voor Hib en Pneu voltooid (bij kinderen <2 jaar)?
    Is er een BMR en een geconjugeerd Men(A)C(WY) toegediend? 
  2. Voltooi zo nodig de basisimmuniteit. 
  3. Inventariseer of er nu revaccinaties nodig zijn. Zo ja, plan ze of dien ze toe.
  4. Zorg dat RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVP op de hoogte is van de actuele vaccinatiestatus.

Als een kind ongevaccineerd is, is in veel gevallen basisschema 4 van de beslisboom uit de Uitvoeringsregels RVP van toepassing. Dat schema geldt voor kinderen van 2 tot 18 jaar.

21. Wat is basisimmuniteit?

21. Wat is basisimmuniteit?

Een kind is basisimmuun na het toedienen van een afgeronde serie vaccinaties, waarmee een langdurige immuniteit wordt bereikt. De basisimmuniteit wordt opgebouwd met één of meer vaccinaties, afhankelijk van het vaccin en/of de leeftijd. Soms is de langdurige immuniteit levenslang, soms moet er toch weer na een aantal jaar een revaccinatie plaats vinden. 

  • DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio: basisimmuniteit wordt bereikt na het toedienen van een primaire serie (2 of 3 vaccinaties, afhankelijk van de startleeftijd) én de revaccinatie 6 maanden later. Afhankelijk van de leeftijd en/of reisgedrag zijn er daarna nog revaccinaties/boosters nodig.
  • Hepatitis B: basisimmuniteit wordt bereikt na het toedienen van een primaire serie (2 of 3 vaccinaties, afhankelijk van de startleeftijd) én de revaccinatie 6 maanden later. De bescherming is zeer langdurig, men gaat uit van levenslang.
    Nota Bene: in sommige landen gebruikt men een 3-doses schema van 0-1-6 maanden met een los HepB-vaccin (dus niet in een combinatievaccin). Dit schema is ook volwaardig. 
    Bij een schema van 0-2-6 maanden met los HepB-vaccin is het interval tussen de 2e en 3e vaccinatie korter en dit schema wordt in Nederland als suboptimaal beschouwd. Het advies hierbij is om een 4e HepB-vaccinatie aan te bieden.
  • BMRBof, mazelen, rodehond: 1 vaccinatie is voldoende voor de basisimmuniteit. Om de effectiviteit van de vaccinatie bij vrijwel alle kinderen te garanderen vindt een aantal jaren later nog eenmaal een vaccinatie plaats. 
  • Men(A)C(WY) (geconjugeerd): 1 vaccinatie na de 1e verjaardag is voldoende voor de komende jaren.
  • Pneu (geconjugeerd): basisimmuniteit wordt bereikt na het toedienen van een primaire serie (2 vaccinaties) én de revaccinatie 6 maanden later. Bij kinderen die starten na de 1e verjaardag, wordt basisimmuniteit bereikt met 2 vaccinaties met een minimaal interval van 8 weken. Dit alles geldt alleen als het geconjugeerd vaccin betrof. 

Zie ook de Richtlijn Uitvoering RVP

22. Is een BMR-0 nodig voor een statushouderskind dat inmiddels een (tijdelijke)verblijfstatus heeft en in de gemeente woont?

22. Is een BMR-0 nodig voor een statushouderskind dat inmiddels een (tijdelijke)verblijfstatus heeft en in de gemeente woont?

Procedureel heeft het kind recht op deze vaccinatie, maar medisch inhoudelijk is de noodzaak waarschijnlijk niet groot. De jeugdarts maakt daarover een inschatting op basis van de individuele situatie.

23. Hoe zit het met groepsvaccinaties en kinderen die bezig zijn met een inhaalschema?

23. Hoe zit het met groepsvaccinaties en kinderen die bezig zijn met een inhaalschema?

Houd met het volgende rekening:

  • Als het kind een actief dossier in Praeventis heeft en binnen de doelgroep van de groepsvaccinatie valt, wordt het automatisch opgeroepen voor de groepsvaccinatie (mits de betreffende vaccinaties nog gepland staan). Voor asielzoekerskinderen geldt dat zij een actief Praeventisdossier hebben als:
    • Het vaccinatiestatus en –opdracht formulier bij het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVP is binnengekomen en is verwerkt;
    • Er 20 weken na registratie in het COA-bestand geen formulier vaccinatiestatus en –opdracht is binnengekomen.
    • Het kind een (tijdelijke) verblijfstatus heeft en wordt gehuisvest in een gemeente.
  • De selectie van kinderen voor een 9-jarigengroepsvaccinatie wordt 4-6 weken vóór de eerste groepsvaccinatie in het werkgebied gemaakt; bij HPV-vaccinaties is die periode 6-8 weken vóór de eerste groepsvaccinatie in het werkgebied ( i.v.m. de folder die 2 weken vooraf aan de uitnodiging wordt verstuurd).
  • Vaccinatiegegevens die in die periode nog bij het RIVM-DVP binnenkomen, zijn niet verwerkt in de groepsvaccinatie-oproep. Ook kan het gebeuren dat het formulier vaccinatiestatus en –opdracht en vaccinatiekaarten van toegediende vaccinaties nog niet naar het RIVM zijn verstuurd.
  • Het kan dus voorkomen dat de naar de ouders verstuurde oproepkaarten voor een groepsvaccinatie niet stroken met de actuele vaccinatiestatus van het kind.
  • Ook kan het voorkomen dat in een paar weken na een groepsvaccinatie de aldaar gegeven vaccinaties nog niet zijn verwerkt in Praeventis (en daarmee tevens RVPRijksvaccinatieprogramma-Online).
  • Houd daarom bij het opstellen van inhaalschema’s voor deze kinderen rekening met de groepsvaccinaties in de regio en stem dit zo goed mogelijk af.
    • Stem af of je de vaccinaties, die normaliter via groepsvaccinaties worden gegeven, zelf geeft of dat het kind deze op de groepsvaccinatie haalt. N.B. Dit vergt dan wel een duidelijke instructie aan ouders/kind, want het is niet mogelijk de oproep voor de groepsvaccinatie te blokkeren.
    • Vraag bij groepsvaccinatie-sessies en inhaalvaccinatiemomenten altijd na of het kind de afgelopen weken nog is gevaccineerd.
24. Waar wordt de vaccinatieopdracht geregistreerd?

24. Waar wordt de vaccinatieopdracht geregistreerd?

De vaccinatieopdracht wordt in het DD JGZJeugdgezondheidszorg genoteerd en als een vaccinatie is toegediend wordt er een oproepkaart of blauwerandkaart opgestuurd naar RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVP. Als het een statushouderskind betreft wordt het eveneens op het Vaccinatiestatus en –opdrachtformulier genoteerd. Een kopie daarvan wordt opgestuurd naar RIVM-DVP. Dat kan ook digitaal. Met het invoeren van de toegediende vaccinaties in Praeventis, berekent Praeventis ook de planning. RIVM-DVP stuurt vervolgens een ingevuld RVPRijksvaccinatieprogramma-vaccinatiebewijs en vaccinatiekaarten naar de ouders voor de nog toe te dienen vaccinaties. 

25. Moet ieder asielzoekerskind een internationaal vaccinatiebewijs krijgen?

25. Moet ieder asielzoekerskind een internationaal vaccinatiebewijs krijgen?

Ja, de PGA-JGZJeugdgezondheidszorg geeft (ouders van) asielzoekerskinderen een internationaal vaccinatiebewijs en noteert daarin de toegediende vaccinaties uit het RVPRijksvaccinatieprogramma.

26. Hoe komt het asielzoekerskind aan een internationaal vaccinatiebewijs?

26. Hoe komt het asielzoekerskind aan een internationaal vaccinatiebewijs?

De JGZJeugdgezondheidszorg zorgt daarvoor, deze zijn te bestellen via www.sdu.nl. De kosten hiervoor zijn opgenomen in de PGA vergoedingen.

27. Moeten de internationale vaccinatiebewijzen ook op het regulier CB of inhaalspreekuur worden uitgereikt?

27. Moeten de internationale vaccinatiebewijzen ook op het regulier CB of inhaalspreekuur worden uitgereikt?

Wel als het een asielzoekerskind betreft. Kinderen met (inmiddels) een verblijfstatus ontvangen van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu een RVPRijksvaccinatieprogramma-vaccinatiebewijs. Indien het vaccinatiebewijs nog niet door ouders is ontvangen, noteer dan zolang de vaccinaties in het groeiboekje.

Als het statushouderskind een internationaal vaccinatieboekje heeft en inmiddels in de gemeente is gehuisvest moet het vaccinatieboekje gebruikt worden om de vaccinaties in te noteren. Het is namelijk mogelijk dat na de tijdelijke verblijfsperiode het statushouderskind (met gezin) weer terug moet naar land van herkomst. Het vaccinatieboekje is dan van belang.

28. Registreert en vergoedt RIVM-DVP ook alle toegediende vaccinaties van asielzoekerskinderen?

28. Registreert en vergoedt RIVM-DVP ook alle toegediende vaccinaties van asielzoekerskinderen?

Ja. Als ouders geen vaccinatiekaarten hebben, worden de vaccinaties verantwoord met een blauwerandkaart. Na registratie bij RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVP wordt de vaccinatie vergoed volgens de afgesproken tarieven, ongeacht waar het kind in Nederland verblijft en in wat voor type opvang het verblijft.

29. Hoe en waar wordt de vaccinatiestatus geregistreerd?

29. Hoe en waar wordt de vaccinatiestatus geregistreerd?

De vaccinatiestatus wordt in het DD JGZJeugdgezondheidszorg genoteerd. Als het een statushouderskind, die via de COA-opvang in de gemeente woont, betreft wordt het eveneens op het Vaccinatiestatus en –opdrachtformulier genoteerd. Een kopie wordt opgestuurd naar RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVP. Dat kan ook digitaal. RIVM-DVP stuurt vervolgens een ingevuld RVPRijksvaccinatieprogramma-vaccinatiebewijs en vaccinatiekaarten naar de ouders voor de nog toe te dienen vaccinaties.

Als het een nieuwkomer (vestiger) in de gemeente betreft, heeft RIVM-DVP een actieve rol bij kinderen tot hun 13e verjaardag. RIVM-DVP stuurt een welkomstbrief met het verzoek om een kopie van het vaccinatiebewijs op te sturen.

Als ouders dat gedaan hebben, heeft RIVM-DVP de vaccinatiestatus in Praeventis gezet en hebben de ouders een ingevuld RVP-vaccinatiebewijs en passende set vaccinatiekaarten toegestuurd gekregen. Als ouders niet gereageerd hebben, dan hebben de ouders een set vaccinatiekaarten ontvangen voor een ongevaccineerd kind met een blanco RVP-vaccinatiebewijs. Als de jeugdarts concludeert dat er al wel vaccinaties zijn toegediend, dient dit gemeld te worden aan RIVM-DVP, zodat de vaccinatiestatus correct in Praeventis komt te staan.(Dat laatste geldt ook voor nieuwkomers van 13-18 jaar).

Als de jeugdarts tijdens de intake ontdekt dat er wel een buitenlands vaccinatiebewijs is, kan alsnog een kopie of foto opgestuurd worden naar RIVM-DVP.