Zorgzaam vaccineren is een systematische, kind- en oudergerichte benadering van vaccinatiezorg waarbij het voorkomen van of het anticiperen op vaccinatie-gerelateerde pijn, angst en stress door middel van evidence-based strategieën centraal staan1. Zorgzaam vaccineren kan over de hele zorgketen worden toegepast: van de uitnodiging, de binnenkomst van het kind, alle medewerkers die het kind treft tot aan het afscheid. Deze richtlijn beschrijft welke interventies dat zijn en hoe die kunnen worden ingezet. In deze richtlijn wordt er uitgegaan van de kinderleeftijd, maar veel informatie geldt ook voor andere leeftijden.

Voorbereiding van de kinderen en ouders voorafgaand aan de afspraak

Gedrag van ouders tijdens een vaccinatieprocedure heeft invloed op de pijn die het kind ervaart2. Daarom is het belangrijk om kind en ouders goed voor te bereiden op de vaccinatieafspraak van hun kind. Denk daarbij aan de houding die ouders kunnen aannemen, hoe een kind afgeleid kan worden tijdens de afspraak en wat te zeggen tegen het kind voorafgaand en tijdens de afspraak.

Zie Je kind voorbereiden op een vaccinatie: praktische tips voor de informatie die aan ouders gegeven kan worden. Overweeg om hiernaar te verwijzen in de uitnodigingsbrief aan ouders.

Inrichting van de ruimte1

Hoe een kind de vaccinatieafspraak ervaart begint al bij binnenkomst. Denk daarbij aan hoe de wachtruimte kindgericht is ingericht en hoe het kind warm en vriendelijk begroet wordt. Probeer de doorlooptijd zo kort mogelijk te houden. Als het kind even moet wachten op de afspraak, zorg er dan voor dat het kind afgeleid wordt door middel van bijvoorbeeld speelgoed.

Hou de spreekkamer rustig en leg medisch materiaal zoals een naaldencontainer uit het zicht. Leg afleidingsmateriaal op het niveau van het kind klaar.

Bied zo veel mogelijk privacy aan de kinderen tijdens het vaccineren3. Geef daarnaast ook de mogelijkheid om liggend gevaccineerd te worden.

Interventies betreffende de vaccinatieprocedure2

Laat de vaccinatieprocedure zo kort mogelijk duren. Als kinderen erg zenuwachtig zijn, kan het gewenst zijn om het consult te starten met de vaccinatie. In andere gevallen wordt geadviseerd om de vaccinatie aan het eind van het consult te geven. Een kind kan in dat geval snel uit de situatie stappen als hij/zij de vaccinatie als onprettig heeft ervaren4.

Laat een jong kind, ook een baby, op schoot van een ouder zitten5, 6. Oudere kinderen kiezen zelf hun zitplaats. Laat de arm of het been liefdevol vasthouden door de ouder zodat het kind stil blijft zitten tijdens de vaccinatie, maar neem een kind niet in de houdgreep om een vaccinatie te forceren7-10. Het vasthouden van een kind tegen diens wil in gaat tegen de rechten van het kind in10. Er zijn diverse houdingen mogelijk passend bij iedere leeftijd11. Laat een jong kind sabbelen tijdens het vaccineren (bijv. op duim, vinger, handje, speen, doek, fles of borst). Praat tegen het kind voordat je diegene aanraakt, zodat het kind niet schrikt van het contact en afgeleid is tijdens de vaccinatie12.

Als de mogelijkheid er is, geef de keuze aan het kind of diegene de vaccinaties tegelijkertijd of na elkaar wil krijgen. Het is niet aangetoond dat het tegelijkertijd toedienen van vaccinaties minder pijn geeft4. Als wordt besloten de vaccinaties na elkaar te geven, geef de minst pijnlijke vaccinatie het eerst4, 6. Geef de vaccinaties in dat geval vlot achter elkaar. Door vaccinaties vlot achter elkaar te geven, wordt de duur van de stress beperkt. 

  • Geef de (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis)-Hib-HepB-vaccinatie en daarna de pneumokokkenvaccinatie. 
  • Geef eerst de MenACWY-vaccinatie en dan de (Bof, Mazelen en rodehond)-vaccinatie. 
  • Als rotavirusvaccinatie geïndiceerd is, geef dan dit orale vaccin eerst, want dit vaccin met sucrose werkt pijnstillend13.

Aspireer de naald niet. Controle op het aanprikken van een bloedvat voorafgaand aan het inspuiten van het vaccin is niet noodzakelijk (9. Vaccinatietechniek) en aspiratie vergroot de pijn door langere contacttijd en beweging van de naald6.

Er zijn diverse hulpmiddelen verkrijgbaar die gebruikt kunnen worden voor en tijdens het vaccineren. De werking hiervan is dat de hulpmiddelen de zenuwen prikkelen waardoor pijn minder makkelijk geleid wordt8. Let erop dat de betreffende hulpmiddelen juist gebruikt en gedesinfecteerd worden volgens instructies van de desbetreffende fabrikant.

Psychologische interventies14

Maak verbinding met het kind en wek daarbij vertrouwen. Dit kan je doen door nieuwsgierig te zijn, te spiegelen, te desensitiseren waarbij je de injectieplaats een paar keer aanraakt zonder te vaccineren, af te leiden en het kind een taak te geven15. Wees daarbij empathisch, eerlijk en geïnteresseerd en hou rekening met het ontwikkelingsniveau en de emotionele toestand van het kind. Vertrouwensvolle relaties leiden tot minder angst en betere medische uitkomsten bij kinderen15, 16.

Als er meerdere zorgverleners betrokken zijn bij het kind, laat één persoon contact maken met het kind en laat de andere zorgverlener(s) op de achtergrond. Dit geeft het kind overzicht en vertrouwen12.

Laat een kind meebeslissen over de vaccinatieprocedure. Dit kan bijvoorbeeld door hen te vragen waar ze willen zitten, op schoot of op een stoel. Een ander voorbeeld is het zelf laten kiezen met welk speelgoed ze willen spelen tijdens de vaccinatie of welk filmpje ze willen kijken. Het zelf kunnen meebeslissen geeft een gevoel van controle en vermindert de angst. Als kinderen niet goed meer kunnen nadenken, helpt het om als zorgverlener meer sturend te zijn.

Kondig niet aan dat je gaat prikken en tel niet af, tenzij het kind specifiek van tevoren aangeeft het wel zo te willen.

Afleiding speelt een belangrijke rol bij het verminderen van angst en pijn tijdens vaccinaties. Stem de vorm van afleiding af met het kind en diens ouders. Het is goed om een techniek te kiezen die aansluit bij de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van het kind. Suggesties hiervoor zijn speelgoed, muziek, zoekplaten, balanseren met een balansvogel, vragen stellen of een filmpje kijken. Ademhalingsinterventies zoals blazen tegen een windmolentje of bellenblazen zijn doorgaans geschikt vanaf 3 jaar.

De CARD-methode biedt een set evidence-based toepassingen om pijn en angst rondom vaccinaties bij kinderen te verminderen3, 17, 18. CARD staat voor:

  • Comfort: neem als zorgprofessional een rustige houding aan, wijs het kind op het aannemen van een comfortabele houding (eventueel liggend) en het dragen van lekker zittende kleding.
  • Ask: wijs het kind erop dat hij/zij dingen mag vragen over/rondom de vaccinatie.
  • Relax: gebruik helpend taalgebruik (zie hieronder), help bij ademhalingstechnieken of het losschudden van de arm.
  • Distract: leidt het kind tijdens de vaccinatie af met een leuk gesprekje, een VR-bril, muziek of een filmpje op de telefoon.

Laat de ouders het kind knuffelen en troosten na de vaccinatie5. Geef complimenten zodat zelfverzekerd toekomstige vaccinaties worden ondergaan1.

Helpend taalgebruik19

Met goed gekozen woorden kan veel angst, pijn en stress worden voorkomen14. Spreek daarbij altijd een kind aan op diens eigen niveau. Hieronder staan wat voorbeelden van helpende taal die gebruikt kunnen worden in de spreekkamer.

Helpende taalVoorbeeld
Vermijden van het woord pijn
  • Het kan zijn dat je wat druk voelt, dat is heel normaal.
  • Bij sommige kinderen voelt het wat onplezierig, kijken hoe het bij jou voelt.
Positieve instructies14
  • Maak je armen zwaar en dan gaat het lukken.
  • Maak je spieren slap, dan zul je merken dat het gemakkelijker gaat.
Praten over andere dingen dan de vaccinatie2, 4
  • Wat ga je vanmiddag allemaal nog doen?
  • Op welke school zit je?
Beloningen
  • Je had een hele slappe arm waardoor het gemakkelijk ging. Knap gedaan!
  • Wat zat je toch goed stil, hierdoor ging het heel erg goed. 

Vermijd woorden als prik, pijn, naald en medisch jargon6. Als de zorgverlener zorgverlener verontschuldigingen maakt voor diens handelingen, ervaart het kind de handeling als heftiger. Verontschuldigingen voor de pijn kunnen dus beter worden vermeden2, 4, 19.

Voor meer informatie en voorbeelden over helpend taalgebruik, zie Folder-helpend-taalgebruik-NL.pdf19.

Voedingsgerelateerde interventies2

Het drinken van borstvoeding voor, tijdens en na vaccinatie werkt pijnstillend tot de leeftijd van 1 jaar20. Voor oudere kinderen is dat niet onderzocht. Flesvoeding heeft hetzelfde effect, maar dat is minder goed onderzocht. Het drinken van suikerwater is tot de leeftijd van 2 jaar bewezen effectief als je dit voorafgaand aan de vaccinatie geeft4, 20. Er zijn geen meldingen dat voeding tijdens vaccinatie leidt tot aspiratie, cyanose of spugen6.

Farmacologische interventies2

De huid mag lokaal verdoofd worden met lidocaïne-prilocaïne, op initiatief van ouders of kind zelf. Dit is zowel in zalf als een kant-en-klare pleister verkrijgbaar. De pleisters zijn vrij verkrijgbaar bij de drogist. De zalf gaat op recept. Lidocaïne-prilocaïne beïnvloedt het opwekken van antistoffen (immuunrespons) van vaccins niet nadelig. Het verdooft alleen de huid en niet het onderliggende weefsel. Naast dat het pijnstillend werkt, geeft het kind ook vertrouwen omdat er iets gedaan is tegen de pijn8. Het is van belang dat ouders goed geïnstrueerd worden waar de vaccinatie gegeven zal worden zodat de zalf of pleister op de juiste plek aangebracht kan worden. Instrueer daarbij ook goed hoe lang en hoe laat de zalf of pleister aangebracht moet worden.

Afgeraden interventies

  • Het geven van orale pijnstillers (bijv. paracetamol) voorafgaand aan de vaccinatie geeft geen pijnvermindering van de vaccinatie zelf6. Bij pijn ná vaccinatie kan het wel effectief zijn, zie paragraaf 11.3.
  • Opwarmen van het vaccin geeft geen pijnvermindering en kan de effectiviteit van het vaccin negatief beïnvloeden2, 6.
  • Masseren of wrijven op de injectieplaats wordt afgeraden6.

Omgaan met prikangst

Als een kind al prikangst heeft is het extra belangrijk om zorgzaam te vaccineren met de bovenstaande adviezen. 

Veel jeugdgezondheidsorganisaties organiseren groepsvaccinaties waarbij kinderen snel achter elkaar gevaccineerd worden. Probeer de adviezen rondom zorgzaam vaccineren ook tijdens deze groepsvaccinaties zo veel mogelijk toe te passen. Als dit bij een kind onvoldoende blijkt, is diegene gebaad bij een individueel vaccinatiemogelijkheid zodat er meer tijd en aandacht is voor het zorgzaam vaccineren.

Als bovenstaand onvoldoende helpt, denk dan aan het bespreken van EMDR of alternatieve manieren van toediening zoals toediening met gebruik van lachgas via een prikangstpoli in het ziekenhuis.

Referenties

Referenties

  1. Huijten D, Leroy P, Widdershoven V, Hoebe C, Reijs R. Zorgzaam vaccineren van kinderen. Een nieuwe visie op preventieve zorg! (Jeugdgezondheidszorg) Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg. 2025.
  2. van Vreeswijk B, Bos-Veneman NGP, Reijneveld SA. Pain reduction during vaccination of young children. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde. 2017;161:D1405.
  3. The Card System for Educators: Anxiety Canada; [Available from: https://www.anxietycanada.com/cardforeducators/]
  4. Baxter A. Common Office Procedures and Analgesia Considerations. Pediatric Clinics of North America. 2013.
  5. Taddio A, Shah V, McMurtry CM, MacDonald NE, Ipp M, Riddell RP, et al. Procedural and Physical Interventions for Vaccine Injections: Systematic Review of Randomized Controlled Trials and Quasi-Randomized Controlled Trials. Clin J Pain. 2015;31(10 Suppl):S20–37.
  6. WHO. Reducing pain at the time of vaccination: WHO position paper. Weekly Epidemiological Record. 2015;39.
  7. Taddio A, Appleton M, Bortolussi R, Chambers C, Dubey V, Halperin S, et al. Reducing the pain of childhood vaccination: an evidence-based clinical practice guideline (summary). Cmaj. 2010;182(18):1989–95.
  8. Toolkit Pain Management Strategies for Healthcare Practices: Meg Foundation; [Available from: https://www.megfoundationforpain.org/provider-toolkit-for-procedural-pain-management/
  9. iSupport. Getting It Right First Time and Every Time; Re-Thinking Children's Rights when They Have a Clinical Procedure. J Pediatr Nurs. 2021;61:A10–A2.
  10. iSupport. De rechten van kinderen tijdens medische procedures [Available from: https://www.isupportchildrensrights.com/dutch-version.
  11. CARD Comfort Positions [Available from: https://helpkidspain.ca/guides/improving-the-vaccination-experience-comfort-positions]
  12. Baxter L. Common office procedures and analgesia considerations. Pediatr Clin North Am. 2013;60(5):1163–83.
  13. FederatieMedischSpecialisten. Pijnmeting en behandeling bij kinderen, Non-farmacologische pijnbestrijding [Available from: https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/pijnmeting_en_behandeling_bij_kinderen/non-farmacologische_pijnbestrijding.html]
  14. StichtingProsa. Vaccineren en testen van 5-11-jarigen zonder angst pijn en dwang 2021 [Available from: https://www.prosanetwork.com/kennisbank/zorgzaam-vaccineren/]
  15. Krauss BA, Leroy PL, Krauss BS. Establishing trust with children. Eur J Pediatr. 2024;183(10):4185–93.
  16. Dickens R, Leroy P, Eppich W, Brenner M. Trustful relationships between healthcare professionals and children: a concept analysis using Rodgers' evolutionary approach. Eur J Pediatr. 2025;184(7):464.
  17. Taddio A, Gudzak V, Jantzi M, Logeman C, Bucci LM, MacDonald NE, et al. Impact of the CARD (Comfort Ask Relax Distract) system on school-based vaccinations: A cluster randomized trial. Vaccine. 2022;40(19):2802–9.
  18. Taddio A, Morrison J, Gudzak V, Logeman C, McMurtry CM, Bucci LM, et al. CARD (Comfort Ask Relax Distract) for community pharmacy vaccinations in children: Effect on immunization stress-related responses and satisfaction. Can Pharm J (Ott). 2023;156(1 Suppl):27S–35S.
  19. StichtingKindEnZiekenhuis, StichtingProsa, Skills4Comfort, CharlieBraveheartFoundation. Folder Helpend Taalgebruik [Available from: https://www.prosanetwork.com/kennisbank/folder-helpend-taalgebruik/]
  20. Shah V, Taddio A, McMurtry CM, Halperin SA, Noel M, Pillai Riddell R, et al. Pharmacological and Combined Interventions to Reduce Vaccine Injection Pain in Children and Adults: Systematic Review and Meta-Analysis. Clin J Pain. 2015;31(10 Suppl):S38–63.