Later starten met vaccineren

Er is geen medische reden om af te wijken van het vaccinatieschema van het RVPRijksvaccinatieprogramma. Later vaccineren brengt risico’s met zich mee, omdat een kind langer onbeschermd is.

In 1999 is de leeftijd voor de eerste DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio-hib-hepB-vaccinatie vervroegd van 3 naar 2 maanden. De reden hiervoor was dat veel jonge zuigelingen ernstig ziek werden door kinkhoestinfecties. Een kind kan vaccinaties met meerdere componenten op jonge leeftijd al gemakkelijk verdragen en door eerder te vaccineren zijn kinderen al op jongere leeftijd beschermd. Na de eerste vaccinatie zijn dan nog wel vaccinaties op 3, 4 en 11 maanden nodig om goede langdurige bescherming te garanderen.  In sommige andere Europese landen start het vaccinatieprogramma als baby’s 3 maanden zijn. Er wordt dan een DKTP-hib-hepB-vaccinatie minder gegeven voor de leeftijd van 12 maanden. Dit alternatieve schema staat in de bijsluiter en leidt na het afronden van de hele serie vaccinaties tot een vergelijkbare bescherming.

Aanpassen van een vaccinatiemoment

Het kan nodig zijn om prikmomenten te verplaatsen. Daar kunnen medische of praktische redenen voor zijn. Een kind kan ziek zijn of moet misschien worden geopereerd. Het kan zijn dat er tijdelijk geneesmiddelen worden gebruikt die niet goed samengaan met vaccinatie of de planning is niet handig in verband met reizen naar het buitenland. Bespreek dit dan met de jeugdarts op het consultatiebureau. Er wordt dan gekeken wat het beste is voor u en uw kind. Eventueel kan een vaccinatie ook in het buitenland worden gegeven of kan de vaccinatie nog net voor vertrek op een eerder tijdstip worden gegeven. In het buitenland moet de vaccinatie dan wel zelf geregeld worden.

Gevolgen van afwijken

Hier onder op een rij welke gevolgen afwijkende vaccinatieschema’s hebben:

  • Later beginnen met inenten: Later beginnen betekent ook latere opbouw van bescherming en dus meer risico op ziekte in de meest kwetsbare maanden van een zuigeling. Soms betekent dat een prik minder. Dat lijkt beter, maar de prijs is langer onbeschermd zijn.
    Bij HPV kan uitstel leiden tot juist een prik extra: starten na de 15e verjaardag betekent een serie van drie prikken in plaats van twee. Vanaf de leeftijd van 15 jaar kan na twee vaccinaties geen garantie worden gegeven op optimale bescherming.

  • Spreiden van vaccinaties: In het Rijksvaccinatieprogramma is het schema zodanig dat goede afweer wordt opgebouwd en ook in de tijd tussen de vaccinaties de bescherming optimaal is.  Als vaccinaties later worden gegeven, kan dat leiden tot een periode van onvoldoende bescherming tussen de vaccinaties. In die periode is de kans op ziekte groter. Langere tijd tussen vaccinaties kan in sommige gevallen een licht positief effect op de langdurige bescherming door het vaccin hebben, omdat het immuunsysteem dan meer tijd krijgt om zijn werk goed te doen. Een vaccinatieserie hoeft niet opnieuw te worden gestart als vaccinaties later dan gepland zijn gegeven. Er zijn ook geen extra vaccinaties nodig als er te veel tijd tussen vaccinaties zit.

  • Vaccinaties sneller op elkaar volgend geven: Het kan zijn dat een volgende vaccinatie eerder gewenst is omdat een reis gepland is. Soms kan dat, maar vaccinaties te snel achter elkaar geven heeft niet veel zin. Het immuunsysteem heeft tijd nodig om goed te reageren en genoeg goede antistoffen op te bouwen. Bij het sneller opeenvolgend geven van vaccinaties die in serie worden gegeven, kan het effect minder zijn. De opbouw van goede langdurige bescherming kan dan niet worden gegarandeerd. Als vaccinaties te snel achter elkaar gegeven zijn, moeten soms extra vaccinaties worden gegeven om optimale bescherming te garanderen.

  • Vaccinaties niet geven: Om een goede afweer op te bouwen zijn voor sommige infectieziekten meerdere vaccinaties nodig. Ontbreekt een vaccinatie dan is de afweer tegen die infectieziekte niet optimaal opgebouwd.

  • Losse vaccinaties in plaats van combinatievaccins: Sommige vaccins zijn los verkrijgbaar of in combinaties met minder componenten. Deze vaccins zijn vaak echt anders en niet geschikt voor kinderen. Ze kunnen dan leiden tot onvoldoende bescherming, waardoor de kans op ziekte blijft bestaan. Dat geldt vooral voor alternatieve DKTP- en DTPDifterie, Tetanus en Poliomyelitis-vaccinatie bij zuigelingen. Als vaccinaties apart gegeven worden op meerdere momenten zijn er ook meer inenting momenten waarop bijwerkingen kunnen ontstaan. De bijwerkingen van combinatievaccins zijn niet ernstiger dan die van losse vaccins of van vaccins met minder componenten.

Afwijkende vaccins

Er is geen medische reden om bij een gezond kind af te wijken van de vaccins die gebruikt worden voor het Rijksvaccinatieprogramma.

Voor de vaccins die in het Rijksvaccinatieprogramma worden gegeven, zijn weinig alternatieven beschikbaar die even effectief zijn. Het DKTP-hib-hepB vaccin is zodanig samengesteld dat het bij zuigelingen zorgt voor een goede bescherming tegen de betreffende ziekten. De via de apotheek verkrijgbare DTP en DKTP vaccins die in Nederland verkrijgbaar zijn, hebben deze eigenschappen niet en zijn daarom niet geschikt voor deze groep. Deze vaccins hebben een lagere dosering van de afweer opwekkende stoffen. Het immuunsysteem van jonge kinderen reageert onvoldoende op deze vaccinaties. Ze worden wel gebruikt als vervolg vaccinatie op 4- en 9-jarige leeftijd en voor vaccinaties op latere leeftijd. Alleen bij kinderen die eerder met een serie met DKTP-hib-hepB zijn gevaccineerd, werken deze herhalingsvaccinaties, ook wel boosters genoemd, optimaal. Vaccinatie van zuigelingen met deze DKTP of DTP vaccins leidt tot onvoldoende en onvoorspelbare bescherming. Het risico op ziekte blijft dan bestaan. Een voorbeeld van zo een ziekte is tetanus. Dat kun je krijgen van straatvuil dat in een wond is gekomen of een beet door bijvoorbeeld een hond. Kinderen die als zuigeling zijn gevaccineerd met het DTP en/of DKTP vaccin moeten bij een verwonding dan altijd alsnog het juiste vaccin krijgen, omdat onzeker is of ze voldoende beschermd zijn. Er moeten daarnaast ook tetanusantistoffen worden toegediend. Tetanus kan dodelijk zijn.

Binnen het Rijksvaccinatieprogramma vaccineren we meisjes met Cervarix® als bescherming tegen HPV. Voor HPV zijn ook vaccins beschikbaar die ook tegen genitale wratten beschermen. Dat zijn Gardasil® en Gardasil9®. Dit zijn goede alternatieven, maar zijn alleen verkrijgbaar via de huisarts. Deze vaccinaties worden niet vergoed door de basis-zorgverzekering.

Er zijn veel verschillende pneumokokken- en meningokokkenbacteriën. Hiervoor zijn verschillende vaccins ontwikkeld. Binnen het Rijksvaccinatieprogramma is gekozen voor vaccins die beschermen tegen de meest voorkomende bacteriën in Nederland. Voor pneumokokken en meningokokken zijn ook andere vaccins beschikbaar. Deze zijn vaak ook geschikt voor kinderen. Ze zijn verkrijgbaar via de huisarts. De kosten van deze vaccins zijn voor eigen rekening.

Overige vaccinaties

Buiten het Rijksvaccinatieprogramma zijn ook andere vaccinaties beschikbaar die (kleine) kinderen kunnen beschermen tegen infectieziekten. Hier een kort overzicht:

Deze vaccinaties zijn te verkrijgen via de huisarts of de reizigerspoliklinieken. De kosten voor deze vaccins zijn voor eigen rekening. In een aantal gevallen worden reizigersvaccinaties vergoed vanuit aanvullende ziektekostenverzekeringen.