Waarom vaccineren we in Nederland?

In 1957 is in Nederland het Rijksvaccinatieprogramma gestart. In die tijd kregen veel kinderen infectieziekten. Een deel van die kinderen hield ernstige gevolgen over, sommigen overleden. Het programma startte met vaccinaties tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio. In de afgelopen 60 jaar is het programma met verschillende vaccinaties uitgebreid.

De reden voor die uitbreiding was meestal dat er een goed vaccin ontwikkeld was tegen een ernstige infectieziekte die in Nederland voorkwam, zoals tegen rodehond of meningokokkenziekte. Door rodehond werden in de jaren 60 veel kinderen geboren met aangeboren oog- of gehoorafwijkingen, omdat hun moeder een infectie had tijdens de zwangerschap. Van meningokokkenziekte C was er een uitbraak rond de eeuwwisseling, waardoor in korte tijd een aantal baby’s stierf of ernstige beperkingen overhield.

Een vanzelfsprekende keuze

In Nederland vinden we het belangrijk dat kinderen een gezonde start in het leven krijgen. Vaccinaties tegen besmettelijke infectieziekten horen daarbij. Daarom hoeven ouders niet te betalen voor de vaccinaties. Omdat vaccineren voor de meeste ouders vanzelfsprekend is, is er geen verplichting om te vaccineren in Nederland. Het is vrijwillig. Het programma wordt georganiseerd door de Rijksoverheid, daarom heet het Rijksvaccinatieprogramma. Nederland is daarin niet uniek, alle landen in de wereld kennen een vergelijkbaar vaccinatieprogramma.

Onzichtbare infectieziekten

Vergeleken met de situatie van 100 jaar geleden komen veel infectieziekten in Nederland nog nauwelijks voor. Dat is niet alleen het effect van de vaccinaties. We eten gezonder en beschikken over een betere gezondheidszorg en hygiëne. Dat heeft er bij elkaar voor gezorgd dat het aantal kinderen dat in Nederland ernstig ziek wordt door een infectie klein is. Om de 5-10 jaar is er een uitbraak van een ziekte waartegen gevaccineerd wordt, meestal onder groepen die niet zijn ingeënt. Voor de meeste mensen horen vaccinaties erbij, als onderdeel van ons gezondheidssysteem. We staan er niet meer bij stil, net zoals we drinkwater uit onze kraan ook heel gewoon vinden. We beseffen dan ook nauwelijks dat het Rijksvaccinatieprogramma tienduizenden ziektegevallen en een aantal doden als gevolg van infectieziekten heeft voorkomen.

Waarom is vaccineren belangrijk?

Infectieziekten ontstaan door bacteriën en virussen. Sommige bacteriën hebben we nodig, ze helpen ons bijvoorbeeld met het verteren van ons voedsel. Andere zijn onschuldig, zoals veel virussen. Een klein deel is echt gevaarlijk omdat ze je ziek maken en zich eenvoudig kunnen verspreiden. We beschikken gelukkig over een afweersysteem dat ons helpt deze bacteriën of virussen te vernietigen als we besmet raken.  Vaak merk je hier niets van of je wordt een beetje ziek met koorts, griep of huiduitslag. Als het virus of de bacterie niet goed tegengehouden kan worden door de eigen afweer, kan het zich vermenigvuldigen en schade veroorzaken in het lichaam waardoor je ernstiger ziek wordt. Deze ernstige ziekten, zoals hersenvliesontsteking of bloedvergiftiging, kunnen tot blijvende beperkingen leiden. Soms gaan er kinderen dood. Je afweer onthoudt met welke virussen en bacteriën je besmet bent geweest, zodat het een volgende keer sneller en beter kan reageren. Voor jonge kinderen en baby’s zijn alle bacteriën en virussen nog nieuw, het afweersysteem heeft dus nog veel te leren.

Hoe werkt een vaccin?

Een vaccin bevat deeltjes van een virus of bacterie. Deze deeltjes zijn zo veranderd dat ze je niet ziek maken. Ze zetten je afweersysteem aan het werk. Het afweersysteem wil deze deeltjes direct vernietigen. Daarom kun je je na een vaccinatie wat koortsig voelen. Word je nog een keer door dezelfde bacterie of virus besmet, dan herkent je afweersysteem dit veel sneller en vernietigt ze. Zo maakt de infectie je niet ziek. Het afweersysteem kan heel lang onthouden tegen welke bacteriën en virussen antistoffen gemaakt zijn, daarom beschermen veel vaccinaties je jarenlang. Het afweersysteem is heel krachtig, maar niet perfect. Sommige bacteriën en virussen zijn door het afweersysteem moeilijk te bestrijden. Het is een hele kunst om tegen deze bacteriën en virussen een goed werkend vaccin te maken.

Hoe veilig is een vaccin?

Vaccinaties zijn bedoeld om gezonde kinderen te beschermen tegen infectieziekten die ernstige gevolgen kunnen hebben. Vaccins worden net als medicijnen jarenlang getest voordat ze gebruikt mogen worden. Omdat vaccins gegeven worden aan jonge gezonde kinderen, worden ze in veel grotere groepen getest dan gewone medicijnen. Niet alle vaccins die veilig en effectief zijn komen in het Rijksvaccinatieprogramma. De minister van Volksgezondheid vraagt eerst advies aan de Gezondheidsraad over de invoering van een vaccinatie. Deze raad is een onafhankelijk, wetenschappelijk adviesorgaan op het gebied van gezondheid. Ze adviseren pas om een vaccin te gebruiken als duidelijk is dat vaccin veilig is en dat het voor de Nederlandse situatie nuttig is. Ook na invoering van een vaccinatie wordt goed in de gaten gehouden of er geen ernstige bijwerkingen door het vaccin kunnen ontstaan.

Hebben vaccins bijwerkingen?

Vaccins hebben bijwerkingen die ontstaan doordat je afweer ‘aan het werk’ wordt gezet. Deze bijwerkingen gaan na enkele uren, soms enkele dagen weer over. Kinderen kunnen pijn in de arm krijgen waar het vaccin is ingespoten. Kinderen kunnen ook lichte koorts krijgen. Heel soms krijgt een kind hoge koorts. Ernstige bijwerkingen waarvoor ziekenhuisopname noodzakelijk is, komen heel weinig voor. Het Bijwerkingencentrum Lareb houdt alle meldingen van bijwerkingen nauwkeurig bij en onderzoekt of er onverwachte nieuwe bijwerkingen zijn. Als ouders vermoeden dat hun kind een bijwerking heeft van een vaccinatie, kunnen ze dat ook zelf melden bij Lareb. Meldingen van bijwerkingen worden niet alleen in Nederland bijgehouden en onderzocht, dit gebeurt wereldwijd. Als ergens ter wereld een nieuwe bijwerking wordt vastgesteld, wordt overal de bijsluitertekst van het vaccin aangepast.

Jezelf en een ander beschermen

De meeste kinderen in ons land zijn gevaccineerd. Deze kinderen zijn dus goed beschermd. En daardoor krijgen de besmettelijke virussen en bacteriën weinig kans zich te verspreiden. Dat is ook heel belangrijk voor kinderen die (nog) niet gevaccineerd zijn. Bijvoorbeeld omdat zij nog te jong zijn of door een ziekte niet gevaccineerd kunnen worden. Deze groepsbescherming is heel belangrijk, want door jezelf te vaccineren, help je kinderen en volwassenen die niet beschermd zijn tegen infectieziekten. Sommige virussen en bacteriën komen in Nederland niet of nog maar zelden voor, maar de ziekten komen terug als te weinig mensen gevaccineerd zijn.

Hoe werkt het Rijksvaccinatieprogramma?

In Nederland is het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verantwoordelijk voor het Rijksvaccinatieprogramma. De minister bepaalt welke vaccinaties kinderen krijgen aangeboden. De minister neemt die beslissing op basis van een advies van de Gezondheidsraad.

Een vaccin wordt gezien als een geneesmiddel. Een geneesmiddel moet voordat het op de markt komt geregistreerd worden bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen of de European Medicines Agency om de effectiviteit en veiligheid aan te tonen. Nadat het vaccin is onderzocht bekijkt de Gezondheidsraad wat het vaccin voor de volksgezondheid oplevert. De Gezondheidsraad geeft advies nadat het vaccin uitgebreid is onderzocht.

Het ministerie heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, de verantwoordelijkheid gegeven voor de organisatie van het programma. Het RIVM onderzoekt samen met universiteiten de veiligheid van vaccins. De vaccins worden gemaakt door farmaceutische bedrijven, maar zij hebben geen invloed op de inhoud van het Rijksvaccinatieprogramma. Namens de Rijksoverheid koopt het RIVM de vaccins in voor het Rijksvaccinatieprogramma via een openbare Europese aanbesteding. Dat betekent dat het RIVM beschrijft aan welke voorwaarden het vaccin moet voldoen. De farmaceutische industrie bepaalt niet tegen welke ziekten we vaccineren en heeft geen invloed op de keuze van de minister.

In het Rijksvaccinatieprogramma werken veel partijen samen om alle kinderen in Nederland de juiste vaccinaties aan te kunnen bieden. In de eerste plaats zijn dat de ouders van kinderen en de jeugdgezondheidszorg. Andere belangrijke partijen die een grote rol spelen in het Rijksvaccinatieprogramma zijn het RIVM, de Gezondheidsraad, het Ministerie van VWS, Bijwerkingencentrum Lareb, gemeenten en professionals zoals jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en kinderartsen.

Wie geeft de vaccinaties?

De jeugdarts en jeugdverpleegkundige op consultatiebureaus, de Centra voor Jeugd en Gezin en de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst'en in je gemeente geven de vaccinaties. Als je een uitnodiging krijgt voor de vaccinatie van je kind, staat op de uitnodiging de naam en het adres van de organisatie waar je moet zijn. Het RIVM registreert alle vaccinaties onder andere om in de gaten te houden hoeveel kinderen gevaccineerd zijn. Dat is belangrijk om te weten hoe goed we in Nederland beschermd zijn tegen infectieziekten.