Vaccineren: een vanzelfsprekende keuze

In Nederland vinden we het belangrijk dat kinderen een gezonde start in het leven krijgen. Vaccinaties tegen besmettelijke infectieziekten horen daarbij. Daarom hoeven ouders niet te betalen voor de vaccinaties. Omdat vaccineren voor de meeste ouders vanzelfsprekend is, is er geen verplichting om te vaccineren in Nederland. Het is vrijwillig. Het programma wordt georganiseerd door de Rijksoverheid, daarom heet het Rijksvaccinatieprogramma. Nederland is daarin niet uniek, alle landen in de wereld kennen een vergelijkbaar vaccinatieprogramma.

Onzichtbare infectieziekten

Vergeleken met de situatie van 100 jaar geleden komen veel infectieziekten in Nederland nog nauwelijks voor. Dat is niet alleen het effect van de vaccinaties. We eten gezonder en beschikken over een betere gezondheidszorg en hygiëne. Dat heeft er bij elkaar voor gezorgd dat het aantal kinderen dat in Nederland ernstig ziek wordt door een infectie klein is. Om de 5-10 jaar is er een uitbraak van een ziekte waartegen gevaccineerd wordt, meestal onder groepen die niet zijn ingeënt. Voor de meeste mensen horen vaccinaties erbij, als onderdeel van ons gezondheidssysteem. We staan er niet meer bij stil, net zoals we schoon drinkwater uit onze kraan ook heel gewoon vinden. We beseffen dan ook nauwelijks dat het Rijksvaccinatieprogramma tienduizenden ziektegevallen en een aantal doden als gevolg van infectieziekten heeft voorkomen.

Waarom is vaccineren belangrijk?

Infectieziekten ontstaan door bacteriën en virussen. Sommige bacteriën hebben we nodig, ze helpen ons bijvoorbeeld met het verteren van ons voedsel. Andere zijn onschuldig, zoals veel virussen. Een klein deel is echt gevaarlijk omdat ze je ziek maken en zich eenvoudig kunnen verspreiden. We beschikken gelukkig over een afweersysteem dat ons helpt deze bacteriën of virussen te vernietigen als we besmet raken.  Vaak merk je hier niets van of je wordt een beetje ziek met koorts, griep of huiduitslag. Als het virus of de bacterie niet goed tegengehouden kan worden door de eigen afweer, kan het zich vermenigvuldigen en schade veroorzaken in het lichaam waardoor je ernstiger ziek wordt. Deze ernstige ziekten, zoals hersenvliesontsteking of bloedvergiftiging, kunnen tot blijvende beperkingen leiden. Soms gaan er kinderen dood. Je afweer onthoudt met welke virussen en bacteriën je besmet bent geweest, zodat het een volgende keer sneller en beter kan reageren. Voor jonge kinderen en baby’s zijn alle bacteriën en virussen nog nieuw, het afweersysteem heeft dus nog veel te leren.

Jezelf en een ander beschermen

De meeste kinderen in ons land zijn gevaccineerd. Deze kinderen zijn dus goed beschermd. En daardoor krijgen de besmettelijke virussen en bacteriën weinig kans zich te verspreiden. Dat is ook heel belangrijk voor kinderen die (nog) niet gevaccineerd zijn. Bijvoorbeeld omdat zij nog te jong zijn of door een ziekte niet gevaccineerd kunnen worden. Deze groepsimmuniteit is heel belangrijk, want door jezelf te vaccineren, help je kinderen en volwassenen die niet beschermd zijn tegen infectieziekten. Sommige virussen en bacteriën komen in Nederland niet of nog maar zelden voor, maar de ziekten komen terug als te weinig mensen gevaccineerd zijn.

Hoe werkt het Rijksvaccinatieprogramma?

In Nederland is het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verantwoordelijk voor het Rijksvaccinatieprogramma. De minister bepaalt welke vaccinaties kinderen krijgen aangeboden. De minister neemt die beslissing op basis van een advies van de Gezondheidsraad.

Een vaccin wordt gezien als een geneesmiddel. Een geneesmiddel moet voordat het op de markt komt geregistreerd worden bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen of de European Medicines Agency om de effectiviteit en veiligheid aan te tonen. Nadat het vaccin is onderzocht bekijkt de Gezondheidsraad wat het vaccin voor de volksgezondheid oplevert. De Gezondheidsraad geeft advies nadat het vaccin uitgebreid is onderzocht.

Het ministerie heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, de verantwoordelijkheid gegeven voor de organisatie van het programma. Het RIVM onderzoekt samen met universiteiten de veiligheid van vaccins. De vaccins worden gemaakt door farmaceutische bedrijven, maar zij hebben geen invloed op de inhoud van het Rijksvaccinatieprogramma. Namens de Rijksoverheid koopt het RIVM de vaccins in voor het Rijksvaccinatieprogramma via een openbare Europese aanbesteding. Dat betekent dat het RIVM beschrijft aan welke voorwaarden het vaccin moet voldoen. De farmaceutische industrie bepaalt niet tegen welke ziekten we vaccineren en heeft geen invloed op de keuze van de minister.

In het Rijksvaccinatieprogramma werken veel partijen samen om alle kinderen in Nederland de juiste vaccinaties aan te kunnen bieden. In de eerste plaats zijn dat de ouders van kinderen en de jeugdgezondheidszorg. Andere belangrijke partijen die een grote rol spelen in het Rijksvaccinatieprogramma zijn het RIVM, de Gezondheidsraad, het Ministerie van VWS, Bijwerkingencentrum Lareb, gemeenten en professionals zoals jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en kinderartsen.

Wie geeft de vaccinaties?

De jeugdarts en jeugdverpleegkundige op consultatiebureaus, de Centra voor Jeugd en Gezin en de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst'en in je gemeente geven de vaccinaties. Als je een uitnodiging krijgt voor de vaccinatie van je kind, staat op de uitnodiging de naam en het adres van de organisatie waar je moet zijn. Het RIVM registreert alle vaccinaties onder andere om in de gaten te houden hoeveel kinderen gevaccineerd zijn. Dat is belangrijk om te weten hoe goed we in Nederland beschermd zijn tegen infectieziekten.