When you are vaccinated, you receive an injection containing a weakened form or small parts of viruses or bacteria. This makes it possible for your body to build up immunity. It allows your body to recognise the real viruses and bacteria, and to make the appropriate antibodies to fight them off. As a result, they will make you less ill, and may keep you from getting any symptoms at all.

How does a vaccination work?

never had before, it can make you ill. Your body first needs to learn how to fight off that virus or bacteria. Being ill is unpleasant, and can sometimes even be dangerous. A vaccination lets you skip the symptoms. You get an injection and build up immunity. Here’s how it works:

  • You are injected with a vaccine containing a weakened form or small parts of a virus or bacteria. 
  • The viruses or bacteria in a vaccine are either dead or very weak. As a result, you do not get ill, but your body learns how to fight off the disease and make antibodies. 
  • Sometimes there are side effects, such as a sore arm or fever. They usually go away after a day or two.
  • If you are exposed to the real viruses or bacteria, your body will recognise them. Your illness will be less serious, and you may not get ill at all.

What does a vaccine contain?

The vaccine information leaflets list all the ingredients. These can be divided into 3 groups:

  • Active substances: parts of the virus or bacteria that your body needs to build up immunity to.
  • Excipients: substances that improve the efficacy or shelf life of the vaccine, or make the vaccine easier to administer.
  • Residues: residues of substances used in the production of the vaccine. Once the vaccine is ready, these residues are removed as much as possible. However, small amounts may still be present.​​​​​​​

Video: Hoe werkt je weerstand?

Bacterien en virussen, daar kun je ziek van worden. Krijg je een ziekte? Zoals bijvoorbeeld mazelen, dan bouw je afweer op zodat je die ziekte niet nog een keer krijgt. Met een inenting bouw je afweer op zonder eerst ziek te worden. In deze video legt immunoloog en arts Joris van Montfrans uit hoe dat werkt.
Spreker: Joris van Montfrans, arts en immunoloog

Video: hoe werkt een vaccinatie

(Beeldtitel: Hoe werkt een inenting? Een animatie.)

STILTE

RUSTIGE MUZIEK

VOICE-OVER: Bacteriën en virussen daar kun je ziek van worden.
Krijg je een ziekte, zoals bijvoorbeeld mazelen dan bouw je afweer op, zodat je die ziekte niet nog een keer krijgt.
Met een inenting bouw je afweer op zonder eerst ziek te worden.
Een vaccin bestaat uit verzwakte of kleine deeltjes van virussen of bacteriën.
Je lichaam maakt hiertegen antistoffen aan.
Als je in de toekomst in aanraking komt met de echte virussen of bacteriën dan herkent je lichaam die en worden snel extra antistoffen aangemaakt.
Je wordt dan niet of veel minder ziek.
Soms zijn daar meerdere inentingen voor nodig.
De virussen of bacteriën in een vaccin zijn dood of zo zwak dat je de ziekte niet echt krijgt.
Soms kun je bijwerkingen krijgen na een inenting bijvoorbeeld een pijnlijke arm of koorts.
Deze klachten verdwijnen meestal na een of twee dagen.
Daarna ben je beter beschermd tegen de ziekte.

(Beeldtekst: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. rijksvaccinatieprogramma.nl.)