Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoeken of menu.

U bevindt zich op: Home Ziekten Tetanus

Tetanus

Tetanus, ook wel bekend als kaakklem of wondkramp, wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani.  Zodra de bacterie, die bijvoorbeeld in straatvuil zit, in een open wond(je) komt, kan iemand een tetanusinfectie oplopen. Ook door een dierenbeet van een huisdier zoals een konijn of een cavia kan iemand de ziekte krijgen. 

De incubatietijd is 2 tot 21 dagen. Mensen kunnen elkaar niet met tetanus besmetten. In Nederland krijgt nu een heel enkele keer een kind tetanus. Dat betreft dan een ongevaccineerd kind met een ‘alledaagse’ wond, zoals een geschaafde knie.

Tetanus kan leiden tot een verkramping van de kaakspieren (kaakklem), slikklachten en ademhalingsproblemen. Door beschadiging van spier- en zenuwstelsel kunnen botbreuken, hoge bloeddruk en hartritmestoornissen ontstaan. Zonder behandeling is tetanus dodelijk. 

Voordat bijna iedereen werd ingeënt tegen tetanus, stierven in Nederland elk jaar zo’n 50 mensen aan de ziekte. Na de introductie van de vaccinatie in 1953 daalde het aantal sterfgevallen tot bijna nul. Sinds 1957 is de vaccinatie tegen tetanus onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma.

Omdat het gif van de bacterie zo snel werkt, heeft het afweersysteem niet de tijd om antistoffen tegen de bacterie aan te maken. De antistoffen moeten al kant-en-klaar aanwezig zijn in het bloed. Na ongeveer 10 jaar kunnen de antistoffen van een vaccinatie zo laag geworden zijn, dat iemand niet meer beschermd is. Een herhalingsvaccinatie is dan verstandig. Als er nooit een volledige serie tetanus-vaccinaties is gegeven, moeten bij besmetting ook nog kant-en-klare antistoffen tegen tetanus (tetanusimmunoglobine) worden toegediend voor directe bescherming. Daarna is een vaccinatieserie verstandig om te zorgen voor bescherming op langere termijn.


Laatst gewijzigd februari 2015

Meer informatie tetanus

Service