Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoeken of menu.

U bevindt zich op: Home Ziekten Rodehond

Rodehond

Rodehond kan vooral ernstige gevolgen hebben voor het nog ongeboren kind. Een zwangere vrouw met rodehond loopt de kans dat haar kind met een afwijking (doof, blind, geestelijke achterstand) wordt geboren. Zwangerschappen kunnen ook eindigen in een miskraam.

Rodehond wordt veroorzaak door het rubellavirus. Besmetting vindt plaats via druppeltjes in de lucht, bijvoorbeeld bij hoesten en niezen. Wie een rodehond-infectie heeft, steekt gemiddeld zeven tot acht andere mensen aan. Een besmette moeder kan via de placenta haar ongeboren kind besmetten. Tussen besmetting met rodehond en het uitbreken van de ziekte zitten gemiddeld 14 tot 16 dagen. De ziekte is besmettelijk van 10 dagen voor het uitbreken van de huiduitslag tot 1 week erna.

De vaccinatie tegen rodehond werd in 1974 opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma voor 11-jarige meisjes. Zo werden zij beschermd voordat ze later zwanger zouden raken. Ze konden dan hun ongeboren kind niet meer besmetten.

Voor de introductie van de vaccinatie kwamen er elke vier jaar epidemieën voor. Het aantal patiënten kon oplopen tot enkele duizenden. Nu komt de ziekte nog maar zelden voor. Dat vaccinatie belangrijk is toont de rodehondepidemie van 2004-2005 aan. Die heerste onder niet-gevaccineerden en zorgde voor minstens 387 ziektegevallen. Daar waren 32 zwangere vrouwen bij en 12 ongeboren kinderen werden geïnfecteerd.


Laatst gewijzigd januari 2015

Meer informatie over rodehond

Service