9.1 Kaders voor inhaalschema’s

9.1 Kaders voor inhaalschema’s

Inhaalschema’s worden opgesteld voor kinderen die later dan normaal met de vaccinaties in het kader van het RVPRijksvaccinatieprogramma beginnen of die een groter interval hebben tussen de vaccinaties (Burgmeijer 2011). Het gaat om kinderen die vanuit het buitenland in Nederland zijn gaan wonen (vestigers of asielzoekerskinderen) en kinderen van wie de ouders in eerste instantie niet deel willen nemen aan het RVP en dat op latere leeftijd wel willen.

Voor het maken van een individueel inhaalschema is de volgende algemeen geldende regel van toepassing: kinderen mogen tot hun 18e verjaardag (opnieuw) starten met de RVP-vaccinaties met inachtneming van de kaders in deze RVP-richtlijn.

Dit geldt ook voor asielzoekerskinderen. Specifieke informatie over het vaccineren van asielzoekerskinderen staat in het addendum Asielzoekerskinderen.

Algemene praktische regels bij inhaalschema’s

  • Geen DTPDifterie, Tetanus en Poliomyelitis-vaccin geven als DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio-( HibHaemophilus influenzae type b )-( HepBHepatitis B )-vaccin geïndiceerd is en geen DKTP-vaccin geven als een DKTP-Hib of DKTP-(Hib)-HepB geïndiceerd is.
  • Geen losse componenten geven als er een combinatievaccin beschikbaar is. 
  • Indien DKTP/HepB geïndiceerd is bij een kind ouder dan 2 jaar dat nog geen bescherming tegen Hib heeft opgebouwd, mag éénmalig Hib in het combinatievaccin worden toegediend.
  • Vaccins die normaliter tegelijk gegeven worden, niet gespreid toedienen.
  • Gebruikelijke intervallen hanteren. Indien het streefinterval is overschreden, dient de volgende vaccinatie zo spoedig mogelijk gegeven te worden. Zie hoofdstuk Tijdstip van vaccinaties en de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.
  • Uitsluitend volledige doses geven.
  • Een vaccinatieserie die in het buitenland gestart is met DPT (P = pertussis/kinkhoest) + oraal poliovaccin kan op gebruikelijke wijze afgemaakt worden met D(K)TP-HepB en tot de 2e verjaardag ook met Hib toegevoegd.
  • Vaccins die door ouders worden meegebracht vallen buiten het RVPRijksvaccinatieprogramma en het inspuiten ervan is ongewenst.
  • Een gestarte serie mag altijd worden afgemaakt. Ook na de leeftijdsgrens, mits redelijke termijnen, passend bij de intervallen van de serie, gehanteerd worden. 
  • Relevante leeftijden om voor bepaalde vaccinaties in aanmerking te komen: 
    • MenACWYMeningokokkenziekte typen A, C, W en Y.  geboren op of na 1 juni 2001; 
    • Pneu- en Hib-vaccinatie tot de 2e verjaardag).
  • Er kunnen drie of vier vaccinaties gelijktijdig gegeven worden. Dit kan alleen als het in belang van het kind is, naar oordeel van de jeugdarts en gebeurt in overleg met de ouders en - bij een ouder kind - het kind zelf.
  • Kinderen worden, tot hun13e verjaardag, actief benaderd door de RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu- DVPDienst Vaccinvoorziening en Preventieprogramma's (onderdeel van het RIVM) -regiokantoren voor inhaalvaccinaties door middel van herinneringsuitnodigingen. Vestigers ontvangen een uitnodigingsbrief en vaccinatiekaarten. Kinderen worden vanaf 13 jaar alleen gevaccineerd op eigen verzoek of op verzoek van een ouder of de betrokken professional.

Beslisboom

In de Beslisboom inhaalschema’s Rijksvaccinatieprogramma 2018 en in de Samenvatting regels inhaalschema RVP staat op twee verschillende manieren weergegeven wat de basisprincipes zijn voor het maken van individuele inhaalschema’s. Uitgebreide informatie over inhaalschema’s staat in de volgende paragrafen.

Informatie over vaccinatieschema’s in het buitenland:

Het vaccinatieschema van oudere kinderen kan afwijken van de schema’s die op deze websites staan. De anamnese is de belangrijkste bron voor de vaccinatiestatus.

9.2 Afwijken van het RVP-schema, inhaalschema's en beslisboom

9.2 Afwijken van het RVP-schema, inhaalschema's en beslisboom

Als er later dan normaal gestart wordt met vaccineren in het kader van het RVPRijksvaccinatieprogramma, is in paragraaf 9.12 in de beslisboom te zien welke vaccinaties een kind nodig heeft. Later starten met vaccineren kan betekenen dat er minder vaccinaties nodig zijn. In de beslisboom zijn vier basisschema’s opgenomen, ieder passend bij een bepaalde leeftijd waarop begonnen wordt met vaccineren. Welk basisschema van toepassing is hangt af van de huidige leeftijd van het kind en van de leeftijd waarop eventueel al vaccinaties zijn toegediend. Als er al vaccinaties zijn toegediend moeten deze vergeleken worden met het basisschema. Indien van toepassing kunnen vaccinaties of een onderdeel van een combinatievaccin zoals HibHaemophilus influenzae type b , uit het basisschema worden weggelaten. Bij twijfel over een toediening is het beter om deze niet uit het basisschema weg te laten. Een eventuele extra vaccinatie heeft de voorkeur boven een incompleet schema. De beschreven intervallen hebben de voorkeur, maar mits onderbouwd, mag daar vanaf geweken worden, zolang de minimumintervallen maar gehanteerd blijven (zie hoofdstuk 6 Tijdstip van vaccinaties).

9.3 De basisimmuniteit

9.3 De basisimmuniteit

Basisimmuniteit wordt bereikt met het toedienen van een afgeronde serie vaccinaties en biedt langdurige bescherming. Soms is de bescherming zeer langdurig tot levenslang, soms zijn er regelmatig revaccinaties, ook wel boosters genoemd, noodzakelijk om het gewenste niveau van bescherming te handhaven. Hoeveel vaccinaties nodig zijn om basisimmuniteit te bereiken varieert per vaccin, maar ook de leeftijd speelt hierbij een rol.

Voorbeelden:

  • Als met de serie DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio- HibHaemophilus influenzae type b - HepBHepatitis B begonnen wordt in de eerste 6 levensmaanden zijn er vier vaccinaties nodig: een primaire serie van drie vaccinaties met telkens een interval van 1 maand; en vervolgens een vierde vaccinatie een half jaar na de derde. Dit wordt ook wel een 3+1 schema genoemd.
  • Als er in het 2e levensjaar gestart wordt met vaccineren is voor DKTP-HepB een 2+1 schema toereikend en voor Hib is slechts één vaccinatie voldoende voor een langdurige bescherming.
  • D(K)TP-vaccin heeft boosters nodig na de opbouw van de basisimmuniteit, anders neemt de bescherming toch weer af.
  • De basisimmuniteit van HepB en Hib biedt een langdurige bescherming en er zijn geen boosters nodig.
9.4 Beschikbare vaccins voor toediening DKTP-Hib-HepB of onderdelen daarvan

9.4 Beschikbare vaccins voor toediening DKTP-Hib-HepB of onderdelen daarvan

Voor de inhaalschema’s van DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio- HibHaemophilus influenzae type b - HepBHepatitis B kan het zijn dat een kind slechts een deel van het hexavaccin nodig heeft vanwege vaccinaties die in het buitenland zijn gegeven of vanwege de leeftijd. De volgende vaccins zijn beschikbaar:

Infanrix hexa (DKTP-Hib-HepB):

  • Geschikt voor de opbouw van basisimmuniteit van alle componenten, ook wat betreft de HepB-component.
  • Kan met of zonder Hib toegediend worden (afhankelijk van of Hib nog nodig is); HepB kan echter niet worden weggelaten.
  • Moet gebruikt worden voor het opbouwen van basisimmuniteit DKTP, ook als er geen Hib en/of geen HepB meer nodig is.
  • Als een DTPDifterie, Tetanus en Poliomyelitis-boostervaccinatie en HepB nodig is, mag een Infanrix hexa zonder Hib toegediend worden als ouder of kind daar de voorkeur aan geeft (in plaats van een DTP-vaccin en los HepB-vaccin).

Boostrix Polio (DKTP):

  • Is geschikt als DKTP-boostervaccinatie bij kinderen die al basisimmuun zijn.
  •  Is niet geschikt voor het opbouwen van basisimmuniteit. Daarvoor dient Infanrix®hexa te worden gebruikt.

Revaxis (DTP):

  • Wordt gebruikt als DTP-boostervaccinatie (normaliter rond de leeftijd van 9 jaar).
  • Is alleen geregistreerd voor boostervaccinatie, dus als de basisimmuniteit al is opgebouwd, voor kinderen vanaf 6 jaar.

Losse HepB-vaccins:

  • Engerix-B Junior is geschikt voor kinderen t/m 15 jaar die geen DKTP meer nodig hebben.
  • HBVaxPro Adult is geschikt voor kinderen vanaf 16 jaar die geen DKTP meer nodig hebben.
9.5 Inhalen van DKTP-vaccinaties bij niet of onvolledig DKTP-Hib-HepB-gevaccineerde kinderen

9.5 Inhalen van DKTP-vaccinaties bij niet of onvolledig DKTP-Hib-HepB-gevaccineerde kinderen

Voor het inhalen van een D(K)TP-( HepBHepatitis B )-vaccinatie gelden de volgende uitgangspunten:

  • Kinderen die in het buitenland gestart zijn met DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio(- HibHaemophilus influenzae type b ) krijgen DKTP-(Hib-)HepB aangeboden. Het hepatitis B-vaccinatieschema wordt zo nodig afgemaakt met los HepB-vaccin.
  • kinderen die gestart zijn met DTPDifterie, Tetanus en Poliomyelitis moeten de basisimmuniteit opnieuw opbouwen met DKTP(-Hib)-HepB.
  • Los oraal polio vaccin (opv) of los geïnactiveerd polio vaccin ( ipvInactivated Polio Vaccine ) gelden samen met een DKT als een DKTP.
  • Als er een DKTP-(Hib)-(HepB)-vaccinatie is gegeven na de 2e verjaardag, komt de DKTP-boostervaccinatie voor 4-jarigen te vervallen.
  • Als er een D(K)TP-(HepB)-vaccinatie is gegeven na de 6e verjaardag, komt de DTP-boostervaccinatie voor 9-jarigen te vervallen;
  • Kinderen die de basisimmuniteit voor de 2e verjaardag hebben voltooid, maar de boostervaccinatie hebben gemist rond 4 jaar en/of 9 jaar, moeten alsnog een booster hebben:vanaf de 6e verjaardag met DTP.

Afhankelijk van de leeftijd van het kind en de vaccinaties die het al heeft gehad, zal de basisimmunisatie bereikt worden volgens de beslisboom in paragraaf 9.12. Zie ook paragraaf 9.4 voor een overzicht van beschikbare vaccins en hun toepassing.

9.6 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig Hib-gevaccineerde kinderen

9.6 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig Hib-gevaccineerde kinderen

Voor het inhalen van een HibHaemophilus influenzae type b -vaccinatie gelden de volgende uitgangspunten, ongeacht of het Hib-vaccin los of als component in een combinatievaccin is toegediend. 

  • Hib-vaccinatie wordt tot de 2e verjaardag aangeboden omdat vanaf de leeftijd van 2 jaar invasieve Hib-ziekten vrijwel niet meer voorkomen.
  • Als op de leeftijd van een half jaar tot de 1e verjaardag is gestart met Hib-vaccinatie, wordt een 2+1-schema gehanteerd.
  • Als de Hib-vaccinatie op de 1e verjaardag of later is toegediend dan is dit meteen de laatste Hib-vaccinatie. De basisimmunisatie voor Hib is dan afgerond.
  • Na het bereiken van de basisimmunisatie voor Hib en vanaf de 2e verjaardag, worden voor het voltooien van de vaccina­tieserie DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio(- HepBHepatitis B ) combinatievaccins gekozen zonder Hib-component.
  • Als een kind 2 jaar of ouder is en toch nog één of meer DKTP-HepB-vaccinatie(s) moet hebben, mag er één keer de Hib-component bij gegeven worden, indien het kind geen basisimmuniteit heeft voor Hib. Dit is niet noodzakelijk.

Afhankelijk van de leeftijd van het kind en de vaccinaties die het heeft gehad, zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de beslisboom in paragraaf 9.12.

9.7 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig HepB-gevaccineerde kinderen

9.7 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig HepB-gevaccineerde kinderen

De volgende kinderen komen in aanmerking voor een inhaalvaccinatie:

  • Alle kinderen die de basisimmuniteit voor  DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio nog niet voltooid hebben. Zij ontvangen een combinatievaccin DKTP-( HibHaemophilus influenzae type b )- HepBHepatitis B , ongeacht hun geboortejaar. Zo nodig wordt de HepB-vaccinatieserie met los vaccin voltooid. Afhankelijk van de leeftijd van het kind en de vaccinaties die het al heeft gehad, zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de beslisboom in paragraaf 9.12.
  • Vestigers die de basisimmuniteit voor DKTP al wel bereikt hebben en al begonnen zijn met vaccinaties tegen hepatitis B, maar deze serie nog niet afgemaakt hebben. Het HepB-vaccinatieschema wordt afgemaakt in een 2+1-schema;
  • Alle kinderen die begonnen zijn met een HepB-vaccinatieserie op indicatie en deze vaccinatieserie nog niet hebben afgerond.

Alleen kinderen die de basisimmuniteit voor DKTP-(Hib) al voltooid hebben én geboren zijn voor 1 augustus 2011 komen niet in aanmerking voor een hepatitis B-vaccinatie.

Bijzondere situaties

  • Kinderen van HBsAgHepatitis B surface antigeen -positieve moeders dienen hun vaccinaties tijdig te ontvangen; het gaat immers om postexpositieprofylaxe.
  • De HepB-serie is in het buitenland voltooid met een 0-1-6-maandenschema. In veel landen wordt voor bescherming tegen hepatitis B een vaccinatieserie met een 0-1-6-maandenschema gehanteerd, waarbij gevaccineerd wordt met los HepB-vaccin. Dit schema mag direct na de geboorte gestart worden. Een kind is hiermee voldoende gevaccineerd, mits het alle drie keren een los HepB-vaccin betrof en het een schema betrof met voldoende grote intervallen (respectievelijk ongeveer 1 en 5 maanden). Er is dus een verschil tussen een vaccinatieserie opgebouwd met los HepB-vaccin en een vaccinatieserie voor hepatitis B opgebouwd met een combinatievaccin.
  • Kinderen van 2 jaar of ouder hebben geen Hib-vaccinatie nodig. Indien een DKTP-HepB gegeven dient te worden, wordt er Infanrix hexa gegeven zonder Hib-component. DKTP-HepB is een volwaardig pentavaccin. De Hib-component mag wel één keer gegeven worden als het kind nog niet basisimmuun is voor Hib.

Afhankelijk van de leeftijd van het kind en de vaccinaties die het al heeft gekregen, zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de beslisboom in paragraaf 9.12.

9.8 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig Pneu-gevaccineerde kinderen

9.8 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig Pneu-gevaccineerde kinderen

Voor het inhalen van een vaccinatie tegen pneumokokken met een geconjugeerd vaccin gelden de volgende uitgangspunten (Spijkerman 2013Gezondheidsraad 2013):

  • De Pneu-vaccinatie wordt tot de 2e verjaardag aangeboden omdat na die leeftijd (tot de seniorenleeftijd) invasieve pneumokokkeninfecties vrijwel niet meer voorkomen.
  • Bij een zuigeling (= tot de 1e verjaardag) moet gestart worden met een 2+1-schema.
  • Bij kinderen tussen de 1e en 2e verjaardag (bij wie vóór de 1e verjaardag geen of één vaccinatie is gegeven) worden twee vaccinaties gegeven met een interval van 2 maanden.
  • Kinderen van 2 jaar en ouder kunnen op medische indicatie, dus buiten het  RVPRijksvaccinatieprogramma, in aanmerking komen voor de vaccinatie en hebben dan aan één Pneu-vaccinatie voldoende. Zie LCI-richtlijn Pneumokokkenziekte.

Afhankelijk van de leeftijd van het kind en al ontvangen vaccinaties zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de beslisboom en de (minimum)intervallen in tabel 8.

Tabel 8 Het inhaalschema Pneu-vaccinatie tot de 2e verjaardag

Startleeftijd 6 weken tot 1e verjaardag (RVP-schema)

Startleeftijd 1e tot 2e verjaardag

Vanaf de 2e verjaardag

2 x Pneu met een interval van 8 weken (minimuminterval is 6 weken) en 6 maanden daarna 1 x Pneu

2 x Pneu met een interval van 2 maanden (minimuminterval is 8 weken)

Reguliere RVP: geen indicatie voor Pneu
9.9 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig BMR-gevaccineerde kinderen

9.9 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig BMR-gevaccineerde kinderen

Voor het inhalen van een  BMRBof, mazelen, rodehond-vaccinatie gelden de volgende uitgangspunten:

  • De volledige BMR-vaccinatie bestaat binnen het RVPRijksvaccinatieprogramma uit twee doses. De eerste vaccinatie wordt gegeven na de eerste verjaardag, meestal rond 14 maanden, en de tweede BMR-vaccinatie in het jaar dat het kind 9 jaar wordt.
  • Een BMR-vaccinatie die is gegeven op de leeftijd van 12 of 13 maanden geldt als een BMR-vaccinatie op de leeftijd van 14 maanden.
  • Een BMR-vaccinatie die op indicatie vóór de 1e verjaardag is gegeven, geldt niet als een BMR-vaccinatie op 14 maanden, omdat de vaccinatie door de aanwezigheid van maternale antistoffen mogelijk nog niet volledig gewerkt heeft. Deze wordt op de leeftijd van 14 maanden alsnog gegeven.
  • Het minimuminterval tussen twee BMR-vaccinaties is 1 maand.
  • Als in het buitenland één of twee losse componenten uit de BMR-vaccinatie zijn toegediend, moet de BMR-vaccinatie opnieuw worden toegediend.
  • Een kind met een leeftijd tussen 14 maanden en 9 jaar, krijgt eerst één BMR-vaccinatie. De tweede wordt in principe gegeven tijdens de groepsvaccinatie rond de 9e verjaardag.
  • Een kind van 9 jaar of ouder krijgt twee BMR-vaccinaties met een minimuminterval van 1 maand.

Afhankelijk van de leeftijd van het kind en al ontvangen vaccinaties, zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de beslisboom in paragraaf 9.12.

9.10 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig MenACWY-gevaccineerde kinderen

9.10 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig MenACWY-gevaccineerde kinderen

Zie ook addendum 19 en de bijbehorende tabel ‘ indicaties MenACWYMeningokokkenziekte typen A, C, W en Y. -vaccinatie’. Voor het inhalen van vaccinaties tegen meningokokken ACWY gelden de volgende uitgangspunten:

  • Kinderen geboren op of na 1 juni 2001 komen vanaf 1 mei 2018 in aanmerking voor de MenACWY-vaccinatie, in plaats van een MenC-vaccinatie, mits zij geen MenC- of MenACWY- vaccinatie hebben gehad op de leeftijd van 1 jaar of ouder
  • Vaccinatie in het 2e levensjaar van een kind is noodzakelijk om voldoende immuniteit op te bouwen, ook als het kind op de zuigelingenleeftijd tot de 1e verjaardag buiten het RVPRijksvaccinatieprogramma drie doses MenACWY- of MenC-vaccin heeft gekregen.
  • De MenACWY-vaccinatie wordt gegeven na de eerste verjaardag, meestal rond 14 maanden.
  • Na de 1e verjaardag is één MenACWY-vaccinatie voldoende.
  • Er zijn meerdere soorten meningokokkenvaccins, namelijk geconjugeerde vaccins en polysacharidenvaccins. Voor meningokokken ACWY wordt in het RVP een geconjugeerd vaccin geadviseerd. Kinderen geboren op of na 1 juni 2001 die in het buitenland nog geen geconjugeerd MenACWY-vaccin hebben gehad, komen in aanmerking voor MenACWY-vaccinatie vanuit het RVP. Dit geldt ook voor kinderen bij wie onduidelijk is wat voor soort vaccin er is gegeven.

Afhankelijk van de leeftijd van het kind en al ontvangen vaccinaties, zal de basisimmuniteit bereikt worden volgens de beslisboom in paragraaf 9.12. Zie ook addendum 19.

9.11 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig HPV-gevaccineerde meisjes

9.11 Inhalen van vaccinaties bij niet of onvolledig HPV-gevaccineerde meisjes

Voor het inhalen van  HPVHumaan papillomavirus -vaccinaties gelden de volgende uitgangspunten: 

  • Vestigers die de vaccinatie op 12/13-jarige leeftijd zijn misgelopen, omdat ze later in Nederland zijn gekomen, krijgen de vaccinatieserie alsnog aangeboden en worden automatisch voor de groepsvaccinaties opgeroepen.
  •  Als er al één of twee vaccinaties met Gardasil of een onbekend vaccin is/zijn toegediend en het niet mogelijk is de serie af te maken met hetzelfde vaccin, mag de serie afgemaakt worden met Cervarix. Dit is te verkiezen boven het geven van een nieuwe serie HPV-vaccinaties. Er wordt ook in dit geval tot de leeftijd van 15 jaar een 0-6-schema gehanteerd en vanaf 15 jaar een 0-1-6-schema (Puthanakit 2013Romanowski 2013).
  • Als het interval kleiner is dan het minimuminterval moet de vaccinatie opnieuw gegeven worden.
  • Indien dit gebeurt bij het 0-6-schema, moet de derde vaccinatie 5 maanden na de tweede vaccinatie gegeven worden, conform de regels voor een 0-1-6-schema. Bij meisjes die starten met HPV-vaccinatie na de 15e verjaardag geldt altijd een 0-1-6-schema. Als in dit schema een vaccinatie te vroeg wordt gegeven, moet de betreffende vaccinatie opnieuw worden gegeven met het juiste interval met de voorlaatste vaccinatie. De te vroeg gegeven vaccinatie wordt niet meegerekend.

Tabel 9 Het (inhaal)schema voor meisjes

 Leeftijd tot 15 jaar

 HPV

 Streefinterval

 Minimuminterval

Uitnodiging voor eerstvolgende (groeps)vaccinatie

 HPV1

 

 

 6 maanden later

 HPV2

 6 maanden na HPV1

 5 maanden (150 dagen)

Leeftijd 15-18 jaar

HPV

Streefinterval

Minimuminterval

 Uitnodigingen voor eerstvolgende (groeps)vaccinatie

 HPV1

  

  

 1 maand later

 HPV2

 1 maand na HPV

 3 weken (21 dagen)  

 6 maanden na HPV1

 HPV3

 5 maanden na HPV2

 12 weken (84 dagen)  

9.12 Beslisboom voor inhaalschema's 9.13 Samenvatting regels inhaalschema

9.13 Samenvatting regels inhaalschema

DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio en hepatitis B

  • 3+1-schema indien start voor 1e verjaardag;
  • 2+1-schema vanaf 1e verjaardag.

Bijzonderheid D(K)TP

  • Boostervaccinaties DKTP met ± 4 jaar en DTPDifterie, Tetanus en Poliomyelitis met ± 9 jaar;
  • Indien eerste revaccinatie ná 2e verjaardag: boostervaccinatie op leeftijd ± 4 jaar vervalt.
  • Indien eerste revaccinatie ná 6e verjaardag: boostervaccinatie op leeftijd ± 9 jaar vervalt.

Bijzonderheid hepatitis B

  • 0-1-6-schema met los hepatitis B-vaccin is voldoende, ongeacht leeftijd.
  • Let op: tijdig vaccineren bij kinderen van moeders die hepatitis B-drager zijn.

HibHaemophilus influenzae type b

  • Vervalt indien kind 2 jaar of ouder.
  • 3+1-schema indien start onder leeftijd 6 maanden.
  • 2+1-schema indien start vanaf leeftijd 6 maanden.
  • Minimuminterval: primaire serie = 2 weken (3+1-schema: één interval in primaire serie korter dan 4 weken, dan bij voorkeur ander interval minimaal 4 weken), revaccinatie = 4 maanden.
  • Één Hib na 1e verjaardag gegeven is meteen de laatste.

Pneumokokken

  • Vervalt indien kind 2 jaar of ouder.
  • 2+1 schema indien start tot 1e verjaardag, met intervallen van 8 weken en 6 maanden.
  • 1+1 schema vanaf 1e verjaardag, met interval van 2 maanden.
  • Minimuminterval: primaire serie = 6 weken, revaccinatie = 4 maanden.
  • Minimuminterval bij 1+1-schema vanaf 1e verjaardag = 8 weken.

BMRBof, mazelen, rodehond

  • Telt niet mee indien gegeven voor 1e verjaardag.
  • Vaccinaties ná 1e verjaardag met minimuminterval 4 weken (normaliter op leeftijden ± 14 maanden en ± 9 jaar).

MenACWYMeningokokkenziekte typen A, C, W en Y.

  • Telt niet mee indien gegeven voor 1e verjaardag.
  • Één vaccinatie ná 1e verjaardag.

HPVHumaan papillomavirus

  • Start vóór 15e verjaardag: 0-6-maandenschema met minimuminterval van 5 maanden (150 dagen).
  • Start vanaf 15e verjaardag: 0-1-6-maandenschema (minimuminterval: primaire serie = 3 weken (21 dagen), revaccinatie = 12 weken (84 dagen)).