1. Aanleiding voor dit addendum

In 2021 heeft de staatsecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ( VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)) de Gezondheidsraad gevraagd advies uit te brengen over het schema van het Rijksvaccinatieprogramma bij kinderen. De staatssecretaris heeft de raad hierbij gevraagd antwoord te geven op de volgende vragen: Is het huidige vaccinatieschema nog optimaal of zijn er op grond van nieuwe wetenschappelijke studies aanpassingen nodig? Is het RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma)-schema toekomstbestendig en is er speelruimte om af te wijken van of te differentiëren binnen het vaste vaccinatieschema?

In 2022 heeft de Gezondheidsraad in haar advies eerst voor ieder ziektebeeld binnen het RVP bepaald wat het beste vaccinatieschema is. Bij het bepalen van het uiteindelijk optimale schema is er rekening mee gehouden dat vaccinaties tegen sommige ziektes alleen in combinatievaccins beschikbaar zijn.  

De Gezondheidsraad adviseert alle vaccinaties in het RVP te behouden. Wel adviseert zij bij een aantal vaccinaties het moment waarop ze worden gegeven te verschuiven. Daarmee wordt de bescherming beter en houdt deze ook langer aan. Op basis van de adviezen van de Gezondheidsraad, en met inachtneming van medische en organisatorische overwegingen, zijn er in het schema vanaf 2025 vier vaccinatiemomenten die verschuiven, vergeleken met het schema van voor 2024:

  • De revaccinatie van de DKTP Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis)-Hib-HepB en pneumokokken verschuift van 11 naar 12 maanden.
  • De DKTP-booster wordt een DKT Difterie Kinkhoest en Tetanus (Difterie Kinkhoest en Tetanus)-booster en verschuift van 4 naar 5 jaar (tussen de 5e en 6e verjaardag).
  • De BMR2 verschuift van 9 jaar naar rond de 3 jaar (tussen leeftijd 2,5 en 3,5 jaar (zie ook paragraaf 2.4 voor een specificatie van de bandbreedte)).
  • De DTP Difterie, Tetanus en Poliomyelitis (Difterie, Tetanus en Poliomyelitis)-booster verschuift van 9 naar 14 jaar.

Doordat deze vier wijzigingen vanaf 2025 ingevoerd gaan worden, doorlopen de verschillende geboortecohorten de komende jaren verschillende vaccinatieschema’s. In tabel 1a staat per geboortecohort uitgewerkt wanneer welk geboortecohort welke vaccinaties krijgt.

 Tabel 1a. Standaard vaccinatiemoment per leeftijdscohort

Een andere grote wijziging die met ingang van 2025 ingaat, heeft te maken met het te hanteren minimuminterval bij een te vroeg gegeven vaccinatie. Voorheen werd bij het plannen van de te herhalen vaccinatie de te vroeg gegeven vaccinatie buiten beschouwing gelaten. Dit principe wordt losgelaten. Vanaf 2025 gaat de extra vaccinatie gepland worden met het streefinterval vanaf de te vroeg gegeven vaccinatie.

In dit addendum wordt informatie gegeven over de wijzigingen die ingaan vanaf 2025. We hebben ernaar gestreefd om in dit addendum zo volledig mogelijk te zijn, wat op sommige punten betekent dat er wat overlap is ontstaan met de RVP-richtlijn Uitvoering. Desondanks kan dit addendum niet los gezien worden van de RVP-richtlijn Uitvoering, waarin de bestaande, ongewijzigde regels staan beschreven.

2. Tijdstip van vaccinaties

2.1 DKTP Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis)-Hib-HepB-schema

Vergelijkbaar met het huidige RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma)-schema bestaan er vanaf 2025 ook twee vaccinatieschema’s voor de primaire serie van de DKTP-Hib-HepB: het standaardschema bij 3-5-12 maanden na een geldige maternale  DKT Difterie Kinkhoest en Tetanus (Difterie Kinkhoest en Tetanus)-vaccinatie en het aangepaste schema bij 2-3-5-12 maanden als er redenen zijn om van het standaardschema af te wijken. Na het voltooien van de primaire serie op de leeftijd van 5 maanden zijn de vaccinatieschema’s hetzelfde. De schema’s voor rotavirusvaccinatie en pneumokokkenvaccinatie zijn zowel in het standaardschema als in het aangepaste schema hetzelfde. De verschillende vaccinatieschema's, inclusief de minimumleeftijden en intervallen, zijn schematisch weergegeven in tabel 2a.

Tabel 2a.

* = let op: Rota kent een max. toedieningsleeftijd. Rota-1 wordt bij voorkeur zo vroeg mogelijk binnen 6-9 wkn en in principe niet later dan op de leeftijd van 12 wkn toegediend. Bij uitzondering geldt de max. leeftijd van 19 wkn, 6 dgn voor Rota-1 zodat Rota-2 nog kan worden gegeven. Als Rota-1 bij nog grotere uitzondering op de leeftijd van 20 wkn t/m 23 wkn, 6 dgn wordt gegeven, vervalt Rota-2. (Zie ook Addendum Vaccinatie tegen rotavirus voor zuigelingen geboren vanaf 1 januari 2024)

**X = extra

*** = vervroegd vaccineren en/of verkorte intervallen alleen op indicatie. Als er vervroegd gestart is of een verkort interval is gebruikt, dienen de volgende intervallen niet weer verkort te zijn.

****= in 2025 wordt een minimuminterval van 5mnd gedoogd.

  Rota DKTP-Hib-HepB Pneumokokken
Leeftijd   Standaardschema Aangepast schema  
Binnen 48h na geboorte     HepB-0 (voor kinderen van moeders die HBsAg-drager zijn)  
6-9 weken Rota-1 (min. leeftijd 6 wkn, max. leeftijd 12 wkn*)   DKTP-Hib-HepB-X** (min. leeftijd 4 wkn***)  
 

Interval 1mnd (min. 28 dgn)

 

Interval 1mnd (min. 2wkn)

 
3 maanden Rota-2 (max. 23 wkn, 6 dgn) DKTP-Hib-HepB-1 (min. leeftijd 10 wkn) DKTP-Hib-HepB-1 Pneu-1 (min. leeftijd 4 wkn)
   

Interval 2mnd (min. 6wkn)

Interval 2mnd (min. 2wkn***)

Interval 2mnd (min. 6wkn)

5 maanden   DKTP-Hib-HepB-2 DKTP-Hib-HepB-2 Pneu-2
   

Interval 7mnd (min. 6mnd****)

Interval 7mnd (min. 6mnd****)

Interval 7mnd (min. 6mnd****)

12 maanden   DKTP-Hib-HepB-3 DKTP-Hib-HepB-3 Pneu-3

2.2 De DKTP-Hib-HepB- en pneumokokken-revaccinatie 

Na de primaire serie van 2 of 3 vaccinaties is het kind voorlopig voldoende beschermd. Er is wat meer speling voor het moment van de revaccinatie. Het interval tussen de primaire serie en de revaccinatie wordt vanaf het geboortecohort 2024 7 maanden in plaats van 6 maanden. Dit is vooral bevorderlijk voor de bescherming tegen kinkhoest en Haemophilus influenza type b. De immuunrespons is hoger bij een revaccinatie vanaf 12 maanden dan bij 11 maanden (Advies Gezondheidsraad). Indien de vaccinatie niet bij 12 maanden gepland kan worden is het wenselijk deze later te geven. In sommige gevallen kan het echter nodig zijn de revaccinatie eerder te geven. Het absolute minimuminterval is dan 6 maanden. Indicaties hiervoor zijn:

  • een kind dat voor lange tijd naar het buitenland gaat en daar moeilijk aan vaccinaties kan komen;
  • een kind zonder vaste woon- of verblijfplaats;
  • een kind van een moeder die HBsAg-drager is en van wie het onzeker is of het kind op tijd voor de revaccinatie naar het consultatiebureau komt.

Wat te doen als de revaccinatie te vroeg is gegeven

Het streefinterval voor de revaccinatie wordt 7 maanden met een minimuminterval van 6 maanden. In 2025 wordt vanwege de overgangsperiode nog een minimuminterval van 5 maanden gedoogd. Als de revaccinatie met een korter interval dan het minimuminterval wordt gegeven, moet deze opnieuw gepland worden, met het streefinterval vanaf de te vroeg gegeven vaccinatie. In de praktijk wordt de extra revaccinatie dus 7 maanden na de te vroeg gegeven vaccinatie gepland. Mocht deze extra revaccinatie ook te vroeg worden gegeven volgt er wel een terugkoppeling maar wordt er niet nogmaals geadviseerd een extra DKTP-Hib-HepB- of pneumokokkenvaccinatie aan te bieden. Deze verandering zorgt uiteindelijk voor een betere opbouw van de immuniteit.

2.3 De DKT-boostervaccinatie voor 5-jarigen

De DKTP-booster voor 4-jarigen wordt vervangen door een DKT-booster voor 5-jarigen. De DKT-booster dient tussen de 5e en 6e verjaardag gepland te gaan worden. Dit is dus anders dan bij de huidige DKTP-booster die wordt toegediend in het jaar dat een kind 4 wordt. Doel van deze schemawijziging is een zo lang mogelijke bescherming tegen kinkhoest (Advies Gezondheidsraad). Kinkhoest komt nog steeds veel vaker voor in Nederland dan de andere drie ziektes waar tegen dit vaccin beschermt.  Een kinkhoestvaccinatie(serie) beschermt 5 jaar, een difterie- en tetanusvaccinatieserie beschermt 10 jaar. Voor polio zijn 3 vaccinaties voldoende om levenslang beschermd te zijn tegen verlamming. Er is geen los kinkhoestvaccin, dus heeft de Gezondheidsraad gekozen voor een DKT-vaccinatie met als streefleeftijd 5 jaar (tussen de 5e en 6e verjaardag). Ook is nieuw dat er voor de boostervaccinatie een minimuminterval geldt van 4 jaar met de laatste DKTP-Hib-HepB van de basisimmuniteit-serie. Door dit minimuminterval van 4 jaar zal de DKT-booster ook later gepland worden als de DKTP-Hib-HepB-revaccinatie later dan bij 12 maanden wordt gegeven.

Met het aanpassen van de streefleeftijd van de DKT(P)-booster van 4 jaar naar 5 jaar verandert bij veel organisaties ook het organisatieonderdeel dat de vaccinatie aan gaat bieden. In de nieuwe situatie zal deze vaccinatie niet meer door de JGZ Jeugdgezondheidszorg (Jeugdgezondheidszorg) 0-4 worden uitgevoerd, maar door de JGZ 4+. Voor het aanbieden van de DKT-booster tussen de 5e en 6e verjaardag zal vaak een nieuw moment van contact moeten worden gecreëerd. Vanwege de leeftijd wordt deze vaccinatie idealiter toegediend in een kleinschalige groepsvaccinatie of een individueel consult.

Het startcohort voor deze wijziging is 2021. Vanaf 2026 zal dit geboortecohort de DKT-booster samen met de BMR2 gaan krijgen, aangezien dit cohort ook de BMR2-vaccinatie nog moet inhalen (zie paragraaf 2.4 van dit addendum).  Bij het uitnodigen voor dit vaccinatiemoment moet worden opgelet dat het kind al 5 jaar is, aangezien dit de minimumleeftijd voor de DKT-booster is. Aan het begin van 2026 is een groot deel van dit geboortecohort namelijk nog 4 jaar, wat te jong is voor de DKT-booster. Een deel van dit geboortecohort zal deze vaccinaties dus in 2027 gaan krijgen.

De oorspronkelijke regel dat de DKTP-booster vervalt als er nog een DKTP-Hib-HepB na 2 jaar gegeven is, geldt niet meer voor kinderen die vanaf 2025 een nog niet voltooide basisimmuniteit hebben. In het geval dat een kind later dan volgens het reguliere schema de basisimmuniteit voltooit, zal de DKT-booster, door het minimuminterval van 4 jaar, ook later gepland gaan worden. De indicatie voor de DKT-booster vervalt echter niet omdat een zo optimaal mogelijke bescherming van kinkhoest wordt nagestreefd. In het nieuwe schema wordt dus altijd de DKT-booster gegeven. Bij oudere cohorten blijft de oorspronkelijke regel wel gelden. Zij krijgen dus niet alsnog met terugwerkende kracht een boostervaccinatie als er nog een DKTP-Hib-HepB na 2 jaar gegeven is. Voor oudere cohorten die nog een inhaalschema krijgen, zie ook de alinea over bijzondere situaties bij inhaalschema’s in hoofdstuk 3.

Wat te doen als de DKT-booster te vroeg is gegeven

Wanneer de DKT-booster minder dan 4 jaar na de laatste DKTP-Hib-HepB wordt gegeven, moet deze herhaald worden. Dit dient 4 jaar na de te vroeg gegeven DKT-booster te gebeuren. Hiermee worden goede antistofconcentraties opgebouwd die lang aanhouden. Indien de extra DKT-booster weer te vroeg wordt gegeven, volgt er wel een terugkoppeling maar wordt niet nogmaals een extra DKT-vaccinatie geadviseerd. Na de extra DKT-booster blijft de indicatie bestaan voor de DTP Difterie, Tetanus en Poliomyelitis (Difterie, Tetanus en Poliomyelitis)-booster. Voor deze booster geldt een minimuminterval van 5 jaar na de DKT-booster. Een kind kan tot de 18e verjaardag nog de DTP-booster aangeboden krijgen.

2.4 De BMR Bof, Mazelen en rodehond (Bof, Mazelen en rodehond)-vaccinatie tussen 2,5 en 3,5 jaar

In het huidige Rijksvaccinatieprogramma krijgen kinderen tweemaal een vaccinatie tegen bof, mazelen en rodehond (BMR): bij 14 maanden en 9 jaar. De Gezondheidsraad concludeerde dat de eerste vaccinatie tegen bof, mazelen en rodehond bij 14 maanden kan blijven staan. De optimale leeftijd voor de tweede vaccinatie verschilt. Voor mazelen zou deze het beste op de leeftijd van 2-4 jaar toegediend kunnen worden, voor bof waarschijnlijk op de leeftijd van 14 jaar. Voor rodehond is alleen de vaccinatie met 14 maanden voldoende. Omdat er alleen een combinatievaccin beschikbaar is, heeft de Gezondheidsraad bij planning van de tweede vaccinatie een afweging tussen mazelen en bof gemaakt. De ziektelast van mazelen bij jonge kinderen is hoger dan die van bof bij adolescenten. De bescherming van jonge kinderen tegen mazelen weegt daarom zwaarder dan het voorkomen van bof bij adolescenten. De Gezondheidsraad adviseert dan ook om de tweede BMR-vaccinatie te geven bij 2-4 jaar. In aansluiting daarop wordt geadviseerd om te monitoren of bofuitbraken zich door het eerder vaccineren zullen vervroegen naar middelbare scholieren. Bij een bofuitbraak zou een derde BMR-vaccinatie gepland kunnen worden aan groepen die risico lopen.

Bandbreedte

In het advies van de Gezondheidsraad wordt een leeftijdsinterval geadviseerd van 2-4 jaar. Voor de uitvoering van dit vaccinatiemoment is gekozen om een bandbreedte aan te houden tussen de 2 jaar en 6 maanden tot en met 3 jaar en 6 maanden (dus vóórdat het kind 3 jaar en 7 maanden is. Hier is een aantal redenen voor:

1. Uitvoerbaarheid

Om de bandbreedte voor dit vaccinatiemoment te bepalen, is onder andere uitvraag gedaan bij de JGZ-organisaties. Naast een algemene wens voor flexibiliteit werd ook de voorkeur uitgesproken voor een korte, afgebakende leeftijd om een uniform RVP aan te kunnen bieden en de foutgevoeligheid te verlagen. Ook is gebleken dat de meeste JGZ-organisaties al een moment van contact bieden tussen de 2,5 en 3,5 jaar, waarbij de BMR2 toegediend kan gaan worden.

2. Medische overwegingen

De Gezondheidsraad adviseert kinderen tussen de 2 en 4 jaar te vaccineren voor de BMR2. Door een smallere bandbreedte te bepalen, wordt voorkomen dat kinderen worden gevaccineerd buiten het advies van de Gezondheidsraad. Bijvoorbeeld, als een JGZ-organisatie ervoor kiest om de BMR2 bij het moment van contact bij 2 jaar te geven zou het voor kunnen komen dat deze afspraak bij een aantal kinderen net voor de 2e verjaardag gepland wordt. Aan de andere kant, als een JGZ-organisatie kiest voor het moment van contact voor de 4e verjaardag zullen er ook kinderen zijn die door ziekte of het vergeten van de afspraak de BMR2 toch na de 4e verjaardag gaan krijgen.

3. Organisatorisch

Bij een ruimere bandbreedte zou de herinneringsoproep voor kinderen die de BMR2 hebben gemist pas ruim na de 4e verjaardag verstuurd worden. Dit valt buiten de door de Gezondheidsraad gestelde vaccinatieleeftijd. Verder zou een ruimere bandbreedte de (lokale) vaccinatiegraadbepaling vertragen. Deze kan namelijk pas bepaald worden nadat álle kinderen voldoende tijd hebben gekregen om gevaccineerd te worden. Gebieden en groepen met een teruglopende vaccinatiegraad zouden hierdoor lang uit beeld blijven. Tijdens een uitbraak is het dan onvoldoende duidelijk waar uitbraakmaatregelen nodig zijn. Tot slot zou een bandbreedte vanaf 2 jaar een extra inhaalcohort betekenen. Dit levert extra werkdruk op voor de JGZ-organisaties en bij de vaccininkoop is hiermee geen rekening gehouden. Indien er wel structureel vóór de bandbreedte van 2,5-3,5 jaar gevaccineerd gaat worden kan dit leiden tot een landelijk vaccintekort.

Uitvoering

Het startcohort voor de BMR2 is 2022. De helft van dit geboortecohort wordt al 2,5 jaar in 2024. Toch is het niet de bedoeling dat deze helft al in 2024 een BMR2 krijgt. Het geboortecohort 2022 kan dus pas vanaf 2025 opgeroepen gaan worden voor de BMR2. Organisaties die de BMR2 aan gaan bieden tussen de 2,5 en 3 jaar zullen dus voor het startcohort 2022 de BMR2 tussen de 3 en 3,5 jaar aan moeten bieden. Dit is een belangrijk punt om rekening mee te houden bij het plannen van de betreffende BMR2-vaccinaties en kan in 2025 leiden tot een grotere hoeveelheid te zetten vaccinaties.  

Als het moment van contact aan de uiterste rand van de bandbreedte wordt gepland (bij 3,5 jaar), bestaat het risico dat de vaccinatie bij het verzetten van de afspraak buiten de bandbreedte valt. In geval van ziekte is daar niet zoveel aan te doen. Bij vakanties is het advies om wat eerder in te plannen, om zoveel mogelijk binnen de bandbreedte te blijven.

Het minimuminterval van 1 maand tussen de BMR1 en BMR2 verandert niet. Dit interval is alleen bedoeld voor kinderen van 3,5 jaar en ouder die nog geen BMR1 gehad hebben. En in uitzonderlijke gevallen voor jongere kinderen zoals bijvoorbeeld bij uitzetting of emigratie, of bij de beoordeling van vaccinatie-statussen van kinderen die Nederland binnenkomen. In andere gevallen is het de bedoeling de streefleeftijd aan te houden.

Tussen de 2,5 en 3,5 jaar is een nieuwe leeftijd waarop vaccinaties toegediend gaan worden. Vanaf 2 jaar heeft het de voorkeur om te vaccineren in de arm. De BMR2 zal dus toegediend gaan worden in de rechterarm. Een BMR-vaccinatie mag intramusculair maar ook subcutaan gegeven worden.

Inhaalcampagne

Doordat deze wijziging een vervroeging van het vaccinatiemoment betreft, is een inhaalcampagne nodig om ook de tussenliggende geboortecohorten de BMR2-vaccinatie te geven. Geboortecohort 2017 t/m 2021 maken deel uit van de inhaalcampagne die start in 2025 en afgerond wordt in 2027. In tabel 2b staat welk geboortecohort in welk jaar de BMR2-vaccinatie gaat krijgen. Geboortecohort 2016 is voor de volledigheid ook in deze tabel opgenomen.

Tabel 2b
Geboortecohort Jaar van inhalen BMR2 Wordt in dit jaar Op welke manier
2016 2025* 9 jaar (kleinschalige) groepsvaccinaties of individuele consulten
2017 2025 8 jaar (kleinschalige) groepsvaccinaties of individuele consulten
2018 2026 8 jaar (kleinschalige) groepsvaccinaties of individuele consulten
2019 2027 8 jaar (kleinschalige) groepsvaccinaties of individuele consulten
2020 2027 7 jaar (kleinschalige) groepsvaccinaties of individuele consulten
2021 2026 (uitloop naar 2027) 5 jaar

met DKT-booster tijdens nieuw te vormen moment van contact**

* = krijgt bij 9 jaar nog wel de BMR2, maar niet de DTP-booster. Die volgt in 2030 op de leeftijd van 14 jaar
** = de DKT-booster kan pas toegediend worden vanaf 5 jaar. Aan het begin van 2026 is een groot deel nog 4 jaar. Houd hier rekening mee met inplannen.

2.5 De DTP-booster bij 14 jaar

Op basis van het advies van de Gezondheidsraad gaat de DTP-booster verschuiven van 9 jaar naar 14 jaar. Idealiter krijgen kinderen de vijfde dosis tegen difterie en tetanus 10 jaar na de vierde dosis. Doordat de DKT-booster bij 5 jaar toegediend wordt, zou dat op de leeftijd van 15 jaar zijn.  Aangezien tieners in het jaar dat ze 14 worden een vaccinatie tegen meningokokken (MenACWY) krijgen, adviseert de Gezondheidsraad om dat moment ook te gebruiken voor de DTP-booster. Voor polio zijn, voor een langdurige bescherming tegen verlamming, de drie doses uit de basisimmuniteit-serie voldoende. Het is echter onduidelijk of deze drie doses ook voldoende beschermen tegen infectie en virusoverdracht. Omdat er geen los vaccin met alleen een difterie- en tetanus-component beschikbaar is, adviseert de Gezondheidsraad om in het jaar dat een kind 14 jaar wordt, een DTP-booster te geven en zo ook de vierde dosis polio te geven.

Het minimuminterval tussen de DKT-booster en de DTP-booster is vastgesteld op 5 jaar. Als de DTP-booster te vroeg wordt gegeven, wordt een extra DTP-booster 5 jaar na de te vroege vaccinatie gepland zolang deze vaccinatie valt voor de 18e verjaardag. Valt dit na de 18e verjaardag, dan vervalt de extra DTP-booster.

Het startcohort voor deze wijziging is 2016. Zij zullen dus geen DTP-booster krijgen in 2025 maar pas in 2030, samen met de MenACWY-vaccinatie. In 2025 krijgt dit geboortecohort nog wel de BMR2 bij 9 jaar. Na dit geboortecohort zal het vaccinatiemoment bij 9-jarigen in zijn geheel komen te vervallen.  

De oorspronkelijke regel dat er geen DTP-booster meer wordt gegeven als er nog een D(K)TP-(Hib)-(HepB) is toegediend na de 6e verjaardag komt te vervallen. Bij kinderen die vóór 2025 aan deze regel voldeden, wordt dit niet met terugwerkende kracht ongedaan gemaakt. Vanwege het minimuminterval is het wel mogelijk dat de DTP-booster later dan bij 14 jaar gepland moet worden. Dit kan tot de 18e verjaardag. Ook bij een vertraagd schema vervalt de indicatie voor de DTP-booster niet voor de 18e verjaardag (zie hoofdstuk 2.5). Uiteindelijk zorgt het alsnog aanbieden van de DTP-booster voor een meer langdurige bescherming. Zie ook de alinea over bijzondere situaties bij inhaalschema's in hoofdstuk 3 voor oudere cohorten die nog een inhaalschema krijgen.

Ook de regel dat er vanaf 6 jaar een DTP-booster in plaats van een DKT(P)-booster wordt gepland, komt te vervallen. Indien er een boostervaccinatie geïndiceerd is, wordt altijd eerst een DKT-booster gepland. Minimaal 5 jaar later en vanaf het jaar dat een kind 14 jaar wordt, volgt dan de DTP-booster.

2.6 Samenvatting

De revaccinatie van de DKTP-Hib-HepB en pneumokokken verschuift van 11 naar 12 maanden.

  • Het streefinterval tussen de laatste DKTP-Hib-HepB en pneumokokkenvaccinaties van de primaire serie en de revaccinaties wordt 7 maanden.
  • Het minimuminterval tussen de laatste DKTP-Hib-HepB en pneumokokkenvaccinaties van de primaire serie en de revaccinaties wordt 6 maanden.
  • Bij een te kort interval wordt een extra DKTP-Hib-HepB en/of pneumokokkenvaccinatie geadviseerd 7 maanden (streefinterval) na de te vroeg gegeven vaccinatie.
  • Indien er dan nogmaals een te kort interval wordt gehanteerd, volgt er wel een terugkoppeling, maar wordt niet nogmaals een extra DKTP-Hib-HepB en/of pneumokokkenvaccinatie geadviseerd.

DKTP-booster wordt een DKT-booster en verschuift van 4 naar 5 jaar (tussen de 5e en 6e verjaardag).

  • De streefleeftijd voor de DKT-booster wordt 5 jaar (tussen de 5e en 6e verjaardag).
  • De minimumleeftijd voor de DKT-booster is 5 jaar.
  • Het minimuminterval tussen de laatste DKTP-Hib-HepB van de basisimmuniteit-serie en DKT-booster is 4 jaar.
  • Bij een te kort interval wordt een extra DKT-booster geadviseerd 4 jaar na de te vroeg gegeven vaccinatie.
  • Indien er dan nogmaals een te kort interval wordt gehanteerd, volgt er wel een terugkoppeling, maar er wordt niet nogmaals een extra DKT-booster geadviseerd.
  • Er moet altijd eerst een DKT-booster gegeven zijn voordat kan worden overgegaan op een DTP-booster.

De BMR2 verschuift van 9 naar rond de 3 jaar (tussen leeftijd 2,5 en 3,5 jaar).

  • De streefleeftijd voor de BMR2 wordt tussen de 2,5 en 3,5 jaar.
  • Het minimuminterval tussen de BMR1 en BMR2 is 1 maand.

De DTP-booster verschuift van 9 naar 14 jaar.

  • Conform de regels rond de MenACWY-vaccinaties voor tieners wordt de streefleeftijd van deze DTP-booster 14 jaar. Concreet is dit het jaar dat de tiener 14 wordt.
  • Het minimuminterval tussen de DKT- en DTP-booster is 5 jaar.
  • Bij een te kort interval wordt een extra DTP-vaccinatie geadviseerd 5 jaar na de te vroeg gegeven vaccinatie, mits dit nog binnen de RVP-leeftijd valt.

3. Inhaalschema's

3.1 Algemene praktische regels bij inhaalschema's

  • Gebruikelijke intervallen hanteren. Indien het streefinterval is overschreden, dient de volgende vaccinatie zo snel mogelijk gepland te worden. Bij overschrijding van het streefinterval hoeft dus niet opnieuw gestart te worden met vaccineren.
  • Voor vestigers en asielzoekers die vanaf 2025 in Nederland komen, gelden voor het afronden van het vaccinatieschema de nieuwe vaccinatiemomenten en niet het schema dat het geboortecohort doorloopt.
  • Voor kinderen die in Nederland zijn geboren en die later beginnen dan de leeftijd van 6 maanden gelden de nieuwe vaccinatiemomenten. Als er vóór de leeftijd van 6 maanden wordt gestart, wordt het schema van het geboortecohort gevolgd.
  • Bij een te vroeg gegeven vaccin wordt het vaccin opnieuw gepland. Voor dit extra vaccin wordt het oorspronkelijk streefinterval van deze vaccinatie gebruikt vanaf het te vroeg gegeven vaccin. Bijv. bij een te vroeg gegeven DKT Difterie Kinkhoest en Tetanus (Difterie Kinkhoest en Tetanus)-booster wordt de extra DKT-booster 4 jaar daarna gepland.
  • Een vaccinatieserie die in het buitenland gestart is met DTaP of DTwcP (P = pertussis/kinkhoest) + oraal poliovaccin wordt hier beschouwd als een DKTP Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis). De vaccinatieserie kan voltooid worden volgens de gebruikelijke intervallen.
  • Vaccins die normaliter tegelijk toegediend worden, zo min mogelijk gespreid toedienen om zo het aantal prikmomenten te beperken.
  • Er kunnen 3 of 4 vaccinaties tegelijkertijd toegediend worden. Dit kan alleen als het in het belang van het kind is, naar oordeel van de jeugdarts. Dit gebeurt in overleg met de ouders en – vanaf 12 jaar – het kind zelf.
  • Geen  DTP Difterie, Tetanus en Poliomyelitis (Difterie, Tetanus en Poliomyelitis)-boostervaccin of DKT(P)-boostervaccin geven als een DKTP-Hib-HepB-vaccin, geschikt voor opbouw basisimmuniteit, geïndiceerd is.
  • Als DKTP(-HepB) geïndiceerd is ter voltooiing van de basisimmuniteit bij een kind ouder dan 2 jaar, wordt Vaxelis toegediend, dus inclusief Hib.
  • Geen losse componenten geven als er een combinatievaccin beschikbaar is.
  • Uitsluitend volledige doses geven.
  • Vaccins die door ouders worden meegebracht vallen buiten het RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma) en het toedienen ervan is ongewenst (zie ook Richtlijn Vaccinbeheer).
  • Een gestarte serie mag vrijwel altijd worden afgemaakt. Ook na de leeftijdsgrens van 18 jaar, op voorwaarde dat redelijke termijnen gehanteerd worden, passend bij de intervallen van de serie. Voor de 19e verjaardag dient dit afgerond te zijn.

NB. Dit geldt niet voor het rotavirusvaccin: Rotarix mag niet worden toegediend op de leeftijd van 24 weken of ouder.

Relevante leeftijden om voor bepaalde vaccinaties in aanmerking te komen:

  • Rotavirusvaccinatie: tot de leeftijd van 24 weken.
  • Pneu- en Hib-vaccinatie: tot de 2e verjaardag (Hib component kan wel nog na 2e verjaardag worden toegediend indien er een DKTP-(Hib)-(HepB) geïndiceerd is ter voltooiing van de basisimmuniteit).
  • De andere RVP-vaccinaties: deze vaccinatie kunnen op eigen initiatief tot de 18e verjaardag gratis worden ingehaald als ze eerder gemist zijn.

Bij het inhaalschema heeft een langer interval tussen de vaccinaties de voorkeur boven een kort interval, zoals dat bij de reguliere schema’s voor zuigelingen ook het geval is. Ook op de leeftijd van 1 jaar of ouder geldt dat langere intervallen zorgen voor betere antistofconcentraties. Daarnaast houd je dan zoveel mogelijk de ‘normale’ combinaties van vaccinaties die tegelijk worden toegediend: DKTP-Hib-HepB met Pneu, en  BMR Bof, Mazelen en rodehond (Bof, Mazelen en rodehond) (Bof, Mazelen en rodehond) met de MenACWY-vaccinatie.

Informatie over huidige vaccinatieschema's in het buitenland:

  • Website van het ECDC;
  • Website van de WHO.

Het vaccinatieschema van vooral oudere kinderen kan afwijken van de actuele schema’s die op deze websites staan. Het vaccinatiebewijs uit het land van herkomst en de anamnese zijn de belangrijkste bronnen voor de individuele vaccinatiestatus.

Bijzondere situaties

  • In 2025 zullen kinderen die nog een eerste boostervaccinatie nodig hebben, bijvoorbeeld vestigers, asielzoekers en inhalers, de DKTP-booster ontvangen vanaf de 5e verjaardag, omdat de DKT-booster pas beschikbaar is vanaf 2026 (zie hoofdstuk 3.1 voor regels over inhaalschema's).
  • Aangezien er vanaf 2025 tot 2030 geen DTP-booster vanuit het RVP gegeven wordt, wordt dit vaccin in die tijd niet ingekocht. Voor kinderen uit oudere cohorten, vestigers en asielzoekers die de DTP-booster nog in moeten halen, blijft wel een kleine hoeveelheid DTP-booster beschikbaar.

3.2 De basisimmuniteit

Basisimmuniteit wordt bereikt met het toedienen van een afgeronde serie vaccinaties en biedt goede, langdurige bescherming. Soms is de bescherming zeer langdurig tot levenslang. Soms zijn er regelmatig boosters nodig om het gewenste niveau van bescherming te handhaven. Hoeveel vaccinaties nodig zijn om basisimmuniteit te bereiken, verschilt per vaccin. Ook de leeftijd speelt hierbij een rol.

Voorbeelden:

  • Als er na 6 maanden gestart wordt met vaccineren, is voor DKTP (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis), Hib en HepB altijd een primaire serie van 2 vaccinaties voldoende met een revaccinatie 7 maanden later, volgens een T = 0-2-9-maandenschema.
  • Als er na de 1e verjaardag gestart wordt met vaccineren, is voor Hib één vaccinatie voldoende voor een langdurige bescherming.
  • D(K)T(P)-vaccin heeft boosters nodig na de opbouw van de basisimmuniteit, anders neemt de bescherming weer af.
  • De basisimmuniteit van HepB en Hib biedt een langdurige bescherming zonder boosters.

3.3 Beschikbare vaccins voor toediening DKTP-Hib-HepB of onderdelen daarvan

Voor de inhaalschema’s van DKTP-Hib-HepB kan het zijn dat een kind slechts een onderdeel van het hexavalente vaccin nodig heeft. Dit kan komen door vaccinaties die in het buitenland zijn gegeven of door de leeftijd. De volgende vaccins zijn binnen het Rijksvaccinatieprogramma beschikbaar:

DKTP-Hib-HepB (Vaxelis)

Geschikt voor de opbouw van basisimmuniteit van alle componenten.
Vaxelis is een combinatievaccin in één spuit. De HepB- en/of Hib-component kan niet worden weggelaten.

  • Moet gebruikt worden voor het opbouwen van basisimmuniteit DKTP, ook als er geen Hib en/of geen HepB meer nodig is.
  • Mag gebruikt worden als een D(K)T(P)-boostervaccinatie en een HepB nodig is (in plaats van een D(K)T(P)-vaccin en los HepB-vaccin), mits ouder of kind daar de voorkeur aan geeft.

Losse HepB-vaccins

  • Engerix-B Junior is geschikt voor kinderen t/m 15 jaar die geen DKTP meer nodig hebben.
  • Engerix-B is geschikt voor kinderen vanaf 16 jaar die geen DKTP meer nodig hebben.

DKTP-booster  (Boostrix Polio)

  • Vanaf 2025 alleen beschikbaar voor inhalers, vestigers en asielzoekers.
  • Geschikt als DKTP-boostervaccinatie bij kinderen die al basisimmuun zijn.
  • Niet geschikt voor het opbouwen van basisimmuniteit. Daarvoor dient Vaxelis te worden gebruikt.

DKT-booster voor 5-/6-jarigen (merk nog onbekend, aanbesteding volgt eind 2024/begin 2025)

  • Beschikbaar vanaf 2026.
  • Geschikt als DKT-boostervaccinatie bij kinderen die basisimmuun zijn, minimaal 5 jaar oud zijn en minimaal 4 jaar geleden de laatste DKTP-Hib-HepB vaccinatie hebben ontvangen.
  • Niet geschikt voor het opbouwen van basisimmuniteit. Daarvoor dient Vaxelis te worden gebruikt.
  • De DKT-booster voor 5-6 jarigen kan een ander vaccin worden dan het maternale DKT-vaccin. Dit wordt duidelijk na de aanbesteding.

DTP-booster (Revaxis)

  • Vanaf 2025 tot en met 2029 alleen beschikbaar voor inhalers, vestigers en asielzoekers.
  • Wordt vanaf 2030 gebruikt als DTP-boostervaccinatie bij kinderen vanaf het jaar dat ze 14 jaar worden en minimaal 5 jaar geleden een DKT-booster hebben ontvangen.
  • Alleen geregistreerd als boostervaccinatie, dus als de basisimmuniteit al is opgebouwd.

3.4 Inhalen van DKTP-vaccinaties bij niet- of onvolledig DKTP-Hib-HepB gevaccineerde kinderen

Voor het inhalen van een D(K)TP-(Hib)-(HepB)-vaccinatie gelden de volgende uitgangspunten:

  • Kinderen die in het buitenland gestart zijn met DKTP (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis)(-Hib) krijgen DKTP-Hib-HepB aangeboden. Het hepatitis B-vaccinatieschema wordt zo nodig afgemaakt met los HepB-vaccin.
  • Kinderen die gestart zijn met de DTP (Difterie, Tetanus en Poliomyelitis)-booster zijn nog niet basisimmuun. Ze moeten de basisimmuniteit nog opbouwen met DKTP-Hib-HepB.
  • Los oraal poliovaccin (OPV) of los geïnactiveerd poliovaccin (IPV) gelden samen met een DKT (Difterie Kinkhoest en Tetanus), geschikt voor opbouw basisimmuniteit,  als een DKTP.
  • Kinderen die de basisimmuniteit tegen polio voltooid hebben en voor de D(K)T voldoende gerevaccineerd zijn, hebben geen revaccinatie voor polio nodig. Zie paragraaf 7.5 van de RVP-richtlijn uitvoering onder Bijzondere situaties voor de 3-dosesschema’s met los poliovaccin die tot basisimmuniteit leiden en hoe dat aan het DVP doorgegeven moet worden voor een goede registratie. Zie ook de LCI-richtlijn Polio. Na de doses die tot de basisimmuniteit leiden, is het nog wenselijk dat een vierde polio dosis op latere leeftijd wordt gepland. Deze volgt met de DTP-booster bij 14 jaar (zie paragraaf 2.5).
  • Kinderen, vanaf geboortecohort 2012 en minimaal 1 jaar oud, die als zuigeling een DKTP(-Hib)-(HepB)-serie voltooid hebben in een 3-5-11-maandenschema, kunnen (ook zonder een maternale kinkhoest vaccinatie) door de  JGZ Jeugdgezondheidszorg (Jeugdgezondheidszorg)(Jeugdgezondheidszorg) met de indicatie voor het DKTP-schema 3-5-11 maanden als basisimmuun geregistreerd worden. Zie paragraaf 7.5 van de RVP-richtlijn uitvoering onder Bijzondere situaties.
  • Kinderen die de DKT/DTP-boostervaccinatie hebben gemist rond 5 jaar en/of 14 jaar, mogen alsnog een boostervaccinatie hebben. Hierbij wordt altijd eerst de DKT-booster gepland. Als de DKT-booster al gegeven is, volgt de DTP-booster met minimaal 5 jaar interval en niet voor het jaar waarin het kind 14 jaar wordt.
  • Bij kinderen die later zijn gestart met vaccineren of vertraging in het schema hebben, moet rekening worden gehouden dat de DKT-booster opschuift door het minimuminterval van 4 jaar met de laatste DKTP-Hib-HepB-vaccinatie.
  • Als een kind in het buitenland al een DTP-booster heeft gehad maar nog geen booster met een kinkhoest component, dient het deze alsnog zo snel mogelijk te krijgen. In dit geval hoeft er GEEN interval van 4 jaar tussen de DTP-booster en DKT-booster gehanteerd te worden omdat we de bescherming tegen kinkhoest prioriteren. De minimumleeftijd voor de DKT-booster blijft wel gelden, evenals de maximumleeftijd (de 18e verjaardag). Na het inhalen van de DKT-booster heeft het kind ook recht op de DTP-booster 5 jaar later mits het kind dan nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.

Extra wijziging inhaalschema DKTP-Hib-HepB met start vanaf de 1e verjaardag

Het minimuminterval voor de primaire serie bij een start vanaf de 1e verjaardag zal vanaf 2025 worden gewijzigd in een maand (30 dagen) i.p.v. 2 weken. Er is tot deze wijziging besloten omdat zowel in de bijsluiters van DKTP-Hib-HepB vaccin en HepB-vaccin als in de richtlijnen van andere landen vrijwel altijd een minimum interval van 1 maand gehanteerd wordt. Ook de WHO en de LCR houden een minimum interval van 1 maand aan. Het streefinterval blijft 2 maanden. Bij een te kort interval wordt een extra DKTP-Hib-HepB vaccinatie geadviseerd 2 maanden (streefinterval) na de te vroeg gegeven vaccinatie. Indien er dan nogmaals een te kort interval wordt gehanteerd, volgt er wel een terugkoppeling, maar wordt niet nogmaals een extra DKTP-Hib-HepB vaccinatie geadviseerd in de primaire serie. Een primaire serie van 3 vaccinatie is namelijk voldoende, ook met een korter interval.

3.5 Inhalen van vaccinaties bij niet- of onvolledig BMR-gevaccineerde kinderen

Voor het inhalen van een BMR(Bof, Mazelen en rodehond)-vaccinatie gelden de volgende uitgangspunten:

  • De volledige BMR-vaccinatie bestaat binnen het RVP uit twee doses. De eerste vaccinatie wordt gepland na de eerste verjaardag, meestal rond 14 maanden. De tweede BMR-vaccinatie wordt gepland tussen de 2,5 en 3,5 jaar.
  • Een BMR-vaccinatie die is gegeven na het eerste jaar geldt als een BMR-vaccinatie op de leeftijd van 14 maanden.
  • Een BMR-vaccinatie die op indicatie vóór de 1e verjaardag is gegeven, geldt niet als een BMR-vaccinatie op 14 maanden. Dit komt omdat de vaccinatie door de aanwezigheid van maternale antistoffen en onrijpheid van het afweersysteem mogelijk nog niet voldoende gewerkt heeft. Daarom wordt er nog een BMR-vaccinatie op de leeftijd van 14 maanden gepland.
  • Het minimuminterval tussen twee BMR-vaccinaties is 28 dagen.
  • Als in het buitenland een of twee losse componenten uit de BMR-vaccinatie zijn gegeven, moet de BMR-vaccinatie opnieuw worden toegediend.
  • De tweede BMR-vaccinatie biedt een tweede kans voor opbouw van antistoffen en mag op indicatie, zoals een uitzetting of emigratie, eerder worden toegediend dan op 2,5-jarige leeftijd. Het minimuminterval tussen BMR1 en BMR2 is 28 dagen.
  • Een kind van 3,5 jaar of ouder krijgt twee BMR-vaccinaties met een minimuminterval van 28 dagen.

3.6 Bijzondere situatie: vanaf 2025 geen 9-jarigenconsult meer

Het geboortecohort 2015 is het laatste cohort dat de DTP-booster samen met de BMR2 ontvangt bij 9 jaar. Als deze vaccinatie wordt gemist volgt er een half jaar later een herinneringsbrief. Normaliter was er bij de volgende groepsvaccinatie een mogelijkheid om deze vaccinaties in te halen maar de 9-jaars groepsvaccinaties zoals ze nu zijn worden vanaf 2025 niet meer georganiseerd. Deze groep kinderen moet in 2025 wel de mogelijk geboden worden om de DTP en BMR in te kunnen halen. Het staat de JGZ-organisatie vrij te bepalen op welke manier dit kan plaatsvinden. Enkele mogelijke opties zijn: met individuele afspraken, met een inhaalsessie, tijdens een (kleinschalige) groepsvaccinatie van de BMR voor geboortecohort 2016 en 2017 of bij de HPV Humaan Papillomavirus (Humaan Papillomavirus)-vaccinaties bij 10 jaar.

3.7 Samenvatting regels inhaalschema

DKTP, Hib en hepatitis B-basisimmunisatie

Start in de eerste 6 maanden.

Standaardvaccinatieschema

Regulier: 3-5-12 maanden, indien ouder T = 0-2-9 maandenschema,
na maternale DKT(Difterie Kinkhoest en Tetanus)-vaccinatie en bij ontbreken risicofactoren.

  • Minimuminterval primaire serie = 6 weken;
  • Minimuminterval revaccinatie = 6 maanden.
Aangepast vaccinatieschema

Regulier: 2-3-5-12 maanden, indien ouder T = 0-1-3-10 maandenschema.

  • Minimuminterval primaire serie = 2 weken. Eén interval in primaire serie korter dan 4 weken, dan ander interval minimaal 4 weken;
  • Minimuminterval: revaccinatie = 6 maanden.
Start vanaf 6 maanden tot 1e verjaardag

Voor alle zuigelingen geldt het vaccinatieschema: T = 0-2-9 maandenschema, gerekend vanaf de leeftijd in maanden van de eerste DKTP- en hepatitis B-vaccinatie. Dit komt overeen met het standaardvaccinatieschema bij start jonger dan 6 maanden.

  • Minimuminterval primaire serie = 6 weken;
  • Minimuminterval revaccinatie = 6 maanden.
Start vanaf 1e verjaardag

T = 0-2-9-maandenschema, gerekend vanaf de leeftijd in maanden van de eerste DKTP- en hepatitis B-vaccinatie.

  • Minimuminterval primaire serie = 1 maand;
  • Minimuminterval revaccinatie = 6 maanden.
Bijzonderheid D(K)T(P)-boostervaccinatie
  • De indicatie voor een booster vaccinatie komt niet meer te vervallen;
  • De DKT-booster wordt minimaal 4 jaar na de laatste DKTP-Hib-HepB van de basisimmuniteit serie gepland;
  • De minimale leeftijd voor de DKT-booster is 5 jaar;
  • De DTP-booster wordt minimaal 5 jaar na de DKT-booster gepland;
  • Inhalen van de boostervaccinatie kan tot de 18de verjaardag van het kind;
  • De minimale leeftijd voor de DTP-booster is 14 jaar;
  • Als een kind basisimmuun is voor polio is revaccinatie ter bescherming tegen alleen polio niet nodig als er al voldoende gerevaccineerd is voor D(K)T.
Bijzonderheid hepatitis B
  • In het buitenland toegediend T = 0-1-6-maandenschema (start vanaf de geboortedag) is voldoende, mits het interval tussen de eerste en tweede vaccinatie minimaal 1 maand is en tussen de tweede en derde vaccinatie minimaal 4 maanden is;
  • Let op: tijdig vaccineren van kinderen van moeders die hepatitis B-drager zijn is belangrijk.
Bijzonderheid Hib
  • Vervalt als het kind 2 jaar is of ouder;
  • Met één Hib na 1e verjaardag is de basisimmuniteit voor Hib bereikt;
  • Indien DKTP-(HepB) ter voltooiing van de basisimmuniteit is geïndiceerd, wordt ook de Hib component gegeven aangezien er voor dit doel geen vaccin zonder Hib beschikbaar is.

Pneumokokken

  • Vervalt als het kind 2 jaar is of ouder;
  • Regulier: 3-5-12 maanden;
  • Start > 3 mnd en < 1e verjaardag: T = 0-2-9-maandenschema;
  • Start < 1 jaar en 2 vervolgvaccinaties >1 jaar: T = 0-2-4-maandenschema;
  • Start > 1 jaar: T = 0-2-maandenschema;
  • Minimuminterval primaire serie = 6 weken;
  • Minimuminterval revaccinatie = 6 maanden;
  • Minimuminterval bij T = 0-2 maandenschema vanaf 1e verjaardag = 8 weken.
Tabel 3a. Inhaalschema pneumokokkenvaccinatie
Startleeftijd 3 maanden tot 1e verjaardag (RVP-schema) Startleeftijd 1e tot 2e verjaardag Vanaf de 2e verjaardag
2+1-schema: 2x Pneu met een interval van 2 maanden (minimuminterval is 6 weken) en 7 maanden daarna 1x Pneu 2x Pneu met een interval van 2 maanden (minimuminterval is 8 weken) Reguliere RVP: geen indicatie voor Pneu

BMR 

  • Telt niet mee indien gegeven voor 1e verjaardag;
  • Vaccinaties ná 1e verjaardag met minimuminterval 4 weken (normaliter op leeftijden ± 14 maanden en ± 2,5-3,5 jaar).

4. Uitnodigingsbrieven, herinneringsoproepen en veegmomenten

4.1 Uitnodigingsbrieven

Er worden 5 fasen onderscheiden waarin gevaccineerd wordt en waarvoor uitnodigingsbrieven toegestuurd worden:

  1. Opbouw basisimmuniteit, normaliter in de eerste 14 levensmaanden;
  2. De BMR2-vaccinatie tussen de 2,5-3,5 jaar
  3. De  DKT Difterie Kinkhoest en Tetanus (Difterie Kinkhoest en Tetanus)-booster tussen de 5e en 6e verjaardag
  4. De  HPV Humaan Papillomavirus (Humaan Papillomavirus)-serie voor jongeren in het jaar dat ze 10 worden;
  5. De DTP Difterie, Tetanus en Poliomyelitis (Difterie, Tetanus en Poliomyelitis)-booster en MenACWY-vaccinatie voor tieners in het jaar dat ze 14 jaar worden.

In 2025 zullen er geen vaccinatiekaarten meer worden meegestuurd met de uitnodigingsbrief. Uitvoerders die niet beschikken over DDJGZ (bijvoorbeeld ziekenhuizen) kunnen de vaccinatie met het vaccinatieregistratieformulier aan het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) doorgeven. Dit digitale formulier is te vinden via deze link: vaccinregistratieformulier (formdesk.com).

4.2 Herinneringsoproepen

Bij de herinneringsoproepen voor vaccinaties zijn de gegevens zoals die in Praeventis staan bepalend. Wanneer er wel toestemming is voor deelname aan het  RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma) maar er geen toestemming is voor het uitwisselen van vaccinatiegegevens met persoonsgegevens, kunnen herinneringsoproepen onnodig worden gestuurd.

Termijnen voor herinneringsoproepen

Voor de vaccinaties ter opbouw van de basisimmuniteit wordt een rappeltermijn van 4 maanden aangehouden. Uitzondering hierbij zijn:

  • De HepB-vaccinaties bij baby’s van moeders die hepatitis B-drager zijn. Dan is de herinneringstermijn: 5 dagen voor HepB0, 14 dagen voor HepB1, HepB2, HepB3 en 30 dagen voor HepB4.
  • Voor Rota1 vindt geen rappellering plaats. Voor Rota2 wordt 7 dagen na de streefleeftijd gerappelleerd. Dat is op de leeftijd van 14 weken of later, aangepast aan streefleeftijd Rota2. Er wordt niet gerappelleerd als er een medisch bezwaar geregistreerd is in Praeventis en/of de maximale uitvoerleeftijd daarmee wordt overschreden.

Tussen de eerste en tweede verjaardag komt de herinneringsoproep voor de Hib-vaccinatie eerder dan die voor de DKTP Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis (Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis)-HepB-vaccinatie, terwijl het eigenlijk om één DKTP-HepB-Hib-vaccinatie gaat. Dit komt omdat na de eerste verjaardag één Hib-vaccinatie voldoende is voor het bereiken van de basisimmuniteit voor Hib. Deze wordt dus gelijk verstuurd. De rappelbrief voor DKTP-HepB volgt later, omdat deze vaccinatie pas op het streefinterval na de laatste DKTP-Hib-HepB wordt verwacht. Als een ouder contact opneemt over een Hib-rappelbrief is het belangrijk om na te gaan of er inderdaad nog een DKTP-Hib-HepB vaccinatie mist of dat de schema indicatie niet juist in het DDJGZ staat.

Voor de BMR2, de DKT-booster, de HPV-vaccinaties en de DTP-booster en MenACWY-vaccinatie voor tieners is de herinneringstermijn ongeveer een half jaar.

4.3 Veegmomenten

In 2024 krijgen kinderen bij de 4-, 9- en 14-jarigen oproep niet alleen een uitnodiging voor de vaccinaties van dat moment, maar ook een herinneringen voor vaccinaties die gemist zijn (vegen). De gemiste vaccinaties kunnen worden ingehaald bij het aankomende vaccinatiemoment. Aangezien vanaf 2025 de vaccinatiemomenten bij 4 jaar en 9 jaar vervallen zijn er nieuwe momenten nodig waarop geveegd gaat worden. Vanaf 2025 gaat er bij de volgende vaccinatiemomenten geveegd worden:

  • BMR2 bij 2,5 – 3,5 jaar
  • DKT-booster tussen de 5e en 6e verjaardag
  • HPV bij 10 jaar
  • MenACWY-vaccinatie (en DTP-booster) bij 14 jaar

Er zijn twee verschillende manieren waarop er geveegd gaat worden. Bij de uitnodiging voor de BMR2-vaccinatie en de HPV-vaccinaties zal er in algemene zin worden toegevoegd dat gemiste vaccinaties ingehaald kunnen worden. Bij de uitnodiging voor de DKT-booster en de MenACWY-vaccinatie wordt de brief gepersonaliseerd en komt op de achterkant van de brief te staan welke vaccinaties volgens Praeventis nog missen.