7.1 Uitwisselbaarheid van vaccins

7.1 Uitwisselbaarheid van vaccins

In het buitenland begonnen vaccinatieseries kunnen binnen het RVPRijksvaccinatieprogramma worden afgemaakt. De meeste vaccins zijn uitwisselbaar en in een serie na elkaar te gebruiken.

In Nederland, en soms ook binnen het RVP, kan het voorkomen dat gelijktijdig verschillende (combinatie)vaccins met dezelfde componenten beschikbaar zijn. Het hangt van de vaccins af of ze qua samenstelling gelijkwaardig zijn en daarom onderling uitwisselbaar.

  • Priorix en M-M-R-Vaxpro zijn allebei BMRBof, mazelen, rodehond-vaccins en uitwisselbaar.
  • Infanrix-IPV en Boostrix Polio zijn voor de gebruikelijke indicatie binnen het RVP (DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio-boostervaccinatie rond de leeftijd van 4 jaar) allebei geschikt en uitwisselbaar. Boostrix Polio is echter niet geschikt voor het opbouwen van basisimmuniteit, terwijl Infanrix-IPV dat wel is.
  • DTPDifterie, Tetanus en Poliomyelitis van BBio en Revaxis zijn voor de gebruikelijke indicatie binnen het RVP (revaccinatie rond de leeftijd van 9 jaar) allebei geschikt en uitwisselbaar. Revaxis is echter niet geschikt voor het opbouwen van basisimmuniteit. DTP van BBio is dat wel, maar dan wel buiten het RVP en vanaf de leeftijd van 5 jaar.

7.2 Simultaan vaccineren

Simultaan vaccineren betekent dat verschillende vaccinaties gelijktijdig of op dezelfde dag gegeven kunnen worden. Voor het kind is dit het minst belastend. Bij simultaan vaccineren worden meerdere prikken gegeven. In principe worden hiervoor verschillende ledematen gebruikt, zeker beneden de 2e verjaardag. Als dat niet mogelijk is kunnen twee prikken in één ledemaat gegeven worden met een minimale afstand van 2,5 cm. Het ene vaccin intramusculair en het ander subcutaan toedienen biedt ook een goede spreiding in één ledemaat.

Boven de leeftijd van 2 jaar wordt meestal in de arm gevaccineerd (maar dat kan natuurlijk ook al op jongere leeftijd).

7.2 Simultaan vaccineren 7.3 Intervallen

7.3 Intervallen

Bij de toediening van vaccins die onderdeel zijn van een serie, zoals DKTPDifterie, kinkhoest, tetanus, polio-Hib-HepB, moet het standaardinterval van die serie worden aangehouden (zie hoofdstuk  Tijdstip van vaccinaties). Bij toediening van vaccins die geen onderdeel zijn van dezelfde serie (bijvoorbeeld de influenzavaccinatie) wordt tabel 6 gehanteerd (Burgmeijer 2011, Skibinski 2011, www.lcr.nl).

Tabel 6 Minimumintervallen tussen het toedienen van geïnactiveerde en levende vaccins

Eerste vaccin

Tweede vaccin

Minimuminterval

geïnactiveerd

geïnactiveerd

geen (simultaan vaccineren of vaccineren met elk gewenst interval)

levend

geïnactiveerd

geen (simultaan vaccineren of vaccineren met elk gewenst interval)

geïnactiveerd

levend

geen (simultaan vaccineren of vaccineren met elk gewenst interval)

levend (parenterale toediening)

levend (orale toediening)

geen (simultaan vaccineren of vaccineren met elk gewenst interval)

levend (orale toediening)

Levend (parenterale toediening)

geen (simultaan vaccineren of vaccineren met elk gewenst interval)

levend (parenterale toediening)

levend (parenterale toediening)

28 dagen*

*Simultane toediening is toegestaan voor de vaccins tegen BMRBof, mazelen, rodehond en waterpokken.

Indien het gelekoortsvaccin minder dan 4 weken na de BMR is gegeven of op dezelfde dag is gegeven, is de levenslange immuniteit tegen gele koorts niet gegarandeerd en moet de gelekoortsvaccinatie bij een volgende reis opnieuw worden toegediend.

NB: Voor of na een BCG-vaccinatie tegen tuberculose hoeft geen interval in acht te worden genomen!